beslissing
RECHTBANK Midden-Nederland
Parketnummer: 16-039865-21
Volgnummer: 2
Uitspraak van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op dinsdag 05 december 2023, in de zaak tegen veroordeelde
[veroordeelde] ,
geboren op [2002] te [geboorteplaats]
adres [adres] [woonplaats]
Aanwezig zijn:
mr. S.M. Schothorst, rechter
V. Lantain, officier van justitie
B.J. Mol, griffier
Tegenspraak
BESLISSING:
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
Verlengt de proeftijd, bepaald bij vonnis van de politierechter te Midden-Nederland d.d. 28 mei 2021, gewezen onder parketnummer 16-039865-21, met één jaar. Bepaalt dat de voorwaarden thans als volgt komen te luiden:
Als algemene voorwaarde geldt dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden:
Veroordeelde meldt zich binnen vijf werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ Utrecht. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Veroordeelde laat zich behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Veroordeelde werkt mee aan toeleiding naar een geschikte woonplek, instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering of door WLZ-instantie. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels.
Veroordeelde werkt mee aan het verkrijgen en/of behouden van een door reclassering goedgekeurde dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers)werk en/of scholing, wanneer en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Ook als dit inhoudt dat zij wordt toegeleid naar een instantie die haar hierbij begeleid.
Veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik in beeld te krijgen, monitoren en te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.
De politierechter