ECLI:NL:RBMNE:2024:5211

ECLI:NL:RBMNE:2024:5211, Rechtbank Midden-Nederland, 16-08-2024, 24/2075

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-08-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 24/2075
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

Last onder dwangsom en invordering verbeurde dwangsom vanwege overtreding vergunning

Uitspraak

[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres

en

de burgemeester van Amersfoort, de burgemeester

(gemachtigde: drs. mr. H. Maaijen).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de aan haar opgelegde last onder dwangsom en de invordering van de inmiddels verbeurde dwangsommen.

Eiseres heeft een horecabedrijf met terras, [horeca gelegenheid] , aan [adres] in [plaats] . De burgemeester heeft een last onder dwangsom bij besluit van 29 juni 2023 aan eiseres opgelegd, omdat eiseres de parasols op het terras na sluitingstijd van het terras niet inklapt. Volgens de voorschriften bij de terrasvergunning moet dit wel. Omdat eiseres ook na dit besluit de parasols na sluitingstijd van het terras heeft opengehouden, heeft eiseres dwangsommen verbeurd van in totaal een bedrag van € 5.000,-. De burgemeester heeft bij besluiten van 21 augustus 2023 en 19 december 2023 deze verbeurde dwangsommen ingevorderd. Omdat eiseres ook daarna heeft geweigerd de parasols in te klappen, zijn er ondertussen nog twee lasten onder dwangsom opgelegd en is de burgemeester tot invordering van een deel daarvan overgegaan.

In deze procedure gaat het alleen over de eerste last onder dwangsom en de invordering daarvan. Eiseres heeft daartegen bezwaar ingediend. Dat bezwaar is op 20 februari 2024 door de burgemeester ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Het beroep van eiseres is op 16 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de heer [A] namens eiseres en de gemachtigde van de burgemeester.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank beoordeelt of de burgemeester terecht de last onder dwangsom aan eiseres heeft opgelegd en een bedrag van € 5.000,- aan verbeurde dwangsommen heeft ingevorderd wegens het openhouden van de parasols op het terras na sluitingstijd van het terras.

2. De rechtbank oordeelt dat dit zo is en geeft eiseres dus geen gelijk. De rechtbank stelt voorop dat de burgemeester bevoegd is om handhavend op te treden als de voorschriften van de terrasvergunning worden overtreden. Uit de aan eiseres verleende terrasvergunning volgt dat het terrasmeubilair moet zijn opgeruimd of onbruikbaar moet zijn gemaakt na sluitingstijd van het terras. De parasols zijn onderdeel van het terrasmeubilair. Het is niet zo dat als het terras in het weekend gesloten is, de voorschriften niet gelden. De voorschriften gelden juist voor na sluitingstijd van het terras. Anders dan eiseres zegt, is het ook niet zo dat de parasols in het weekend vanwege de sluiting van het terras van kleur veranderen en als luifel moeten worden gezien. Het blijven parasols, het blijft terrasmeubilair en dus moeten de parasols na sluiting van het terras, ook in het weekend, zijn ingeklapt. Dat heeft eiseres niet gedaan en daarmee heeft zij een vergunningsvoorschrift overtreden. De burgemeester was daarom bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen.

3. In beginsel moet de burgemeester handhavend optreden als de regels zijn overtreden. Hij kan alleen daarvan afzien als sprake is van bijzondere omstandigheden. Die zijn hier niet. Dat er in het verleden andere afspraken golden over parasols op terrassen, betekent niet dat de burgemeester nu moet afzien van handhaving. Ook in het standpunt van eiseres dat zij in het belang van de veiligheid de parasols openhoudt, ziet de rechtbank geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan de burgemeester moet afzien van handhaving. Eiseres zegt weliswaar dat de parasols volgens de politie moeten openblijven, maar de burgemeester betwist dit. Eiseres onderbouwt haar stelling verder ook niet. Dat betekent dat de burgemeester terecht de last onder dwangsom heeft opgelegd.

4. De tweede vraag is dan of het ook terecht is dat er dwangsommen zijn verbeurd en eiseres dus € 5.000,- moet betalen. De rechtbank vindt van wel. Niet ter discussie staat dat eiseres de parasols heeft opengehouden na sluitingstijd. Met andere woorden: er zijn overtredingen na de oplegging van de last onder dwangsom geweest en eiseres heeft daardoor de maximale dwangsom van € 5.000,- verbeurd. Dat betekent dat de burgemeester in principe tot invordering van dat bedrag overgaat. Aan het belang van invordering van een dwangsom komt namelijk veel gewicht toe. Als de burgemeester handhavend optreedt, dan moet er ook worden doorgepakt als er vervolgens alsnog overtredingen plaatsvinden. Alleen in bijzondere omstandigheden kan de burgemeester geheel of gedeeltelijk van invordering afzien. Die zijn er hier niet. Met de schriftelijke waarschuwing(en) en de last onder dwangsom is aan eiseres duidelijk gemaakt dat zij de parasols moet inklappen. Eiseres heeft dit naast zich neergelegd en ervoor gekozen om de vergunningsvoorschriften te blijven overtreden.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en een bedrag van

€ 5.000,- aan de burgemeester moet betalen. Omdat eiseres geen gelijk krijgt, krijgt zij het griffierecht niet terug en bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2024 door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L.K. Dagmar, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.A.M. Elzakkers

Griffier

  • mr. A.L.K. Dagmar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?