ECLI:NL:RBMNE:2024:6058

ECLI:NL:RBMNE:2024:6058, Rechtbank Midden-Nederland, 30-10-2024, 22/2625

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 30-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/2625
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2024:4112
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005181 BWBR0005537 BWBR0030461 BWBR0037552

Samenvatting

Beroep. Einduitspraak. Procesbelang is vervallen. In het schadeverzoek is geen procesbelang gelegen. Omdat het schadeverzoek ziet op een bedrag van meer dan € 25.000,- is de rechtbank niet bevoegd daarvan kennis te nemen.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten

(gemachtigde: mr. A. Schaap).

Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde-partij] te [woonplaats] .

Inleiding

1. Op 9 juli 2024 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak gedaan. Deze

uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. Voor het procesverloop tot dat moment verwijst de rechtbank naar die uitspraak.

2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om

binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit van 14 februari 2023 te herstellen.

3. Het college heeft in reactie op de tussenuitspraak bij brief van 2 september 2024 een

aanvullende motivering gegeven. Eiser en derde-partij hebben geen schriftelijke zienswijze ingediend.

4. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het

onderzoek op 9 oktober 2024 gesloten.

Overwegingen

Wat vooraf ging

5. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld

dat het college derde-partij terecht heeft gelast de overtreding van artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet j° artikel 7.21 van het Bouwbesluit 2012 (het Bouwbesluit) op het terrein aan de [straat] [nummeraanduiding 1] , [nummeraanduiding 2] , [nummeraanduiding 3] en [nummeraanduiding 4] in [plaats] te beëindigen door dat terrein op een deugdelijke manier af te zetten en die afzetting in stand te houden. Om deze overtreding te beëindigen is het niet nodig dat het college in de last onder dwangsom opneemt dat de panden op het terrein worden gesloopt. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de dwangsom van € 2.500,- per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000,- niet onredelijk is. Wel kleefde naar het oordeel van de rechtbank een gebrek aan de last onder dwangsom, omdat het college niet heeft kunnen volstaan met een onderzoek naar de veiligheidssituatie rond de panden, maar ook onderzoek had moeten doen naar het door eiser gestelde instortingsgevaar en welstandsexces en mogelijk andere door eiser genoemde overtredingen (van het Bouwbesluit).

6. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij

hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

Herstelpoging van het college

7. Het college stelt zich in de aanvullende motivering op het standpunt dat er geen aanleiding

en geen belang meer is om te onderzoeken of sprake is van instortingsgevaar van de panden, van een welstandsexces dan wel van een andere overtreding, omdat de panden inmiddels zijn gesloopt, nadat daarvoor op 25 april 2024 een omgevingsvergunning is verleend. Bovendien bestond volgens het college geen aanleiding voor handhavend optreden op andere gronden dan wegens overtreding van artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet j° artikel 7.21 van het Bouwbesluit 2012.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

8. Voordat de rechtbank inhoudelijk kan beoordelen of het college het gebrek in het

bestreden besluit van 14 februari 2023 heeft hersteld, moet de rechtbank beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij de beroepsprocedure. Voldoende procesbelang wordt aangenomen als het resultaat dat eiser met een procedure nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor eiser feitelijk betekenis kan hebben. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, indien tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt dat daadwerkelijk en als gevolg van het bestreden besluit schade is geleden. De vraag of sprake is van procesbelang dient te worden beantwoord naar de stand van zaken op het moment waarop het beroep wordt beoordeeld. Het kan daarom zijn dat iemand bij aanvang van een beroepsprocedure wel procesbelang heeft, maar dat dit belang gaandeweg wegvalt door ontwikkelingen tijdens de procedure.

9. Uit de foto’s die het college bij zijn brief van 2 september 2024 heeft gevoegd blijkt dat

de panden zijn gesloopt en dat de grond op het terrein is geëgaliseerd. Dat betekent dat eiser met het beroep heeft bereikt wat hem voor ogen stond en dat hij in zoverre dus geen procesbelang meer heeft. Eiser heeft verzocht om schadevergoeding, te weten € 185.000,- wegens de waardevermindering van zijn woning en € 40.000,- aan immateriële schadevergoeding in verband met emotionele schade.

10. De rechtbank overweegt ten eerste dat de enkele stelling dat schade is geleden

onvoldoende is voor het oordeel dat sprake is van procesbelang. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser daarnaast de gestelde schade van € 185.000,- niet

daadwerkelijk geleden, omdat hij zijn woning niet heeft verkocht en er geen sprake is van een blijvende of duurzame waardevermindering. Ook is de gestelde schade geen gevolg van het bestreden besluit van 14 februari 2023, waarbij het college heeft besloten handhavend op te treden, maar een gevolg van gebrek aan onderhoud waardoor de inmiddels gesloopte panden vervallen zijn geraakt.

11. Ook voor immateriële schadevergoeding geldt dat deze schade tot op zekere hoogte

aannemelijk moet worden gemaakt. Eiser heeft de gestelde emotionele schade op geen enkele manier onderbouwd.

12. Dit betekent dat ook in het verzoek om schadevergoeding geen procesbelang is gelegen.

Het verzoek om schadevergoeding

13. De bestuursrechter is bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan

te veroordelen tot schadevergoeding voor zover de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000,- bedraagt. Omdat de gevraagde schadevergoeding hoger is dan € 25.000,- is de rechtbank niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Eiser kan zich met zijn verzoek tot de civiele rechter wenden.

Proceskosten en griffierecht

14. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek bepaalt de rechtbank dat het college aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

15. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 14 februari 2023 niet-ontvankelijk;

- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding;

- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Wolbrink

Griffier

  • mr. G.M.T.M. Sips

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?