RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10589460 \ UC EXPL 23-4476 RvdH/1037
Vonnis van 17 januari 2024
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. A. el Ballouti, Hardt Letselschade,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd in Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ASR,
gemachtigde: mr. H. Boone.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt allereerst uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6, - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 26, - de brief van 4 oktober 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 14 december 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
[eiseres] heeft voorts bij akte van 26 oktober 2023 (door de griffie ontvangen op 27 oktober 2023) producties 7 tot en met 15 ingediend. De producties zijn in deze akte voorzien van een uitgebreide toelichting. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat ASR deze akte niet had ontvangen. Haar gemachtigde heeft tijdens (een schorsing van) de mondelinge behandeling kennisgenomen van de akte en de producties en heeft zich in staat en akkoord verklaard daar direct op te reageren.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2. Waar gaat het over?
[eiseres] was op 3 december 2019 betrokken bij een verkeersongeval met een auto.
[eiseres] bestuurde een Audi A5 en zij reed achter een Volvo V40. Beide voertuigen reden in dezelfde rijrichting op de linkerrijbaan. De bestuurder van de Volvo wilde een u-turn maken en wisselde daarom van de linker- naar de rechterrijbaan. Daarna sloeg de bestuurder van de Volvo linksaf, waarna de Volvo terechtkwam op de rijbaan waar [eiseres] reed. Het gevolg daarvan was een aanrijding waarbij [eiseres] met de rechtervoorzijde van haar Audi tegen de linkerflank van de Volvo reed; een zogenaamde schuin frontale aanrijding.
[eiseres] stelt dat zij door dit ongeval gezondheidsklachten heeft gekregen, waaronder een chronische whiplash en psychische klachten, en dat zij door deze gezondheidsklachten arbeidsongeschikt is geraakt. [eiseres] schakelt op 13 december 2019 mr. A. el Ballouti van Hardt Letselschade (hierna: Hardt) in om haar belangen te behartigen.
De Volvo was op het moment van het ongeval WA-verzekerd bij ASR. ASR wees op 6 januari 2020 de aansprakelijkheid af. [eiseres] wendt zich daarna tot Univé, de SVI-verzekeraar (schadeverzekering inzittenden). Univé heeft in totaal € 29.059,86 aan [eiseres] betaald, waarvan € 10.059,86 voor de kosten van rechtsbijstand. Begin 2022 meldt [eiseres] zich opnieuw bij ASR met het verzoek om aansprakelijkheid te erkennen. ASR erkent op
18 juli 2022 alsnog de aansprakelijkheid. ASR heeft de door Univé gedane schade-uitkering van € 29.059,86 aan Univé vergoed.
Hoewel ASR de aansprakelijkheid erkent, zijn partijen het niet eens over de omvang van de schade en het causaal verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten van [eiseres] . De schadekwestie is dus nog niet afgewikkeld. Er ligt momenteel een verzoek tot benoeming van een deskundige bij de rechtbank, daarvan vindt binnenkort de mondelinge behandeling plaats. [eiseres] stelt dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt en ook zal moeten maken om de door haar gestelde schade vast te stellen. [eiseres] wil dat ASR die kosten vergoedt.
[eiseres] heeft vijf facturen van Hardt ontvangen, met een totaalbedrag van € 16.974,75:
6 maart 2020 € 2.059,86
21 januari 2022 € 7.084,96
15 juli 2022 € 2.608,78
18 november 2022 € 3.784,88
15 februari 2023 € 1.436,27
De facturen zijn voorzien van uren- en kostenspecificaties. Zoals onder 2.3 vermeld is
€ 10.059,86 aan kosten van rechtsbijstand vergoed.
[eiseres] stelt in de dagvaarding dat van de laatste vier genoemde facturen een bedrag van € 9.914,89 openstaat. Zij vordert dat ASR wordt veroordeeld tot betaling van € 9.914,89 aan buitengerechtelijke kosten en € 870,74 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. De facturen zien op de door Hardt besteedde uren en de medische verschotten. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat ASR intussen nog eens € 3.000,00 heeft betaald. [eiseres] heeft daarmee geen rekening gehouden in haar eis. ASR voert verweer. ASR vindt dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen en wil dat [eiseres] in de proceskosten wordt veroordeeld.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
Uitgangspunten
Uitgangspunt is dat de buitengerechtelijke kosten die worden gemaakt om de aansprakelijkheid en de hoogte van de geleden (letsel)schade te bepalen, worden vergoed door (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, voor zover het redelijk en noodzakelijk was daarvoor deskundige bijstand in te roepen en de daarvoor gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn (de dubbele redelijkheidstoets).
Aan de eerste redelijkheidstoets is voldaan. Bij letselschade is het in het algemeen redelijk om deskundige bijstand in te roepen. Dat is ook niet in geschil.
Ten aanzien van de hoogte van de kosten heeft ASR het volgende aangevoerd:
De totale tijdsbesteding is te hoog. Hardt brengt buitenproportioneel veel cliëntcontacten in rekening en contacten met behandelaars en de belangenbehartiger van de werkgever van [eiseres] en dat zijn niet-controleerbare handelingen. Hardt brengt meerdere malen 60 minuten in rekening voor het opmaken van de schadestaat en dat is bovenmatig.
Het uurtarief is te hoog en niet marktconform en wordt ten onrechte voor alle werkzaamheden gehanteerd. Er moet rekening gehouden worden met de ervaring en opleiding van de gemachtigde: mr. A. el Ballouti, werkzaam bij Hardt, is pas sinds juli 2023 ingeschreven in het NIVRE-register en hij is geen advocaat. Hardt staat niet ingeschreven in het NKL (Nationaal Keurmerk Letselschade). Een tarief van € 185,00 is redelijk voor een NIVRE-expert en € 150,00 voor een niet NIVRE-expert. Dat laatstgenoemde tarief geldt bovendien niet voor verrichtingen als reistijd, verzamelen van informatie en administratieve handelingen.
Het is niet redelijk om 6% kantoorkosten op te voeren. Die kosten worden geacht onderdeel te zijn van het uurtarief.
De omvang van de medische verschotten is niet redelijk, omdat het uurtarief van de medisch adviseur te hoog is en er ten onrechte kosten voor secretariële ondersteuning worden gerekend. Daarnaast noemt ASR dat het niet redelijk is dat de medisch adviseur € 155,00 per conceptaanbiedingsbrief in rekening brengt.
Bij de beoordeling van de vraag of de hoogte van de kosten redelijk is, is in de jurisprudentie het uitgangspunt dat het enkele feit dat de schade nog niet vaststaat, of als uiteindelijk komt vast te staan dat de geleden schade beperkt is, op zichzelf geen reden is om in redelijkheid gemaakte kosten niet te vergoeden. In letselschadezaken betekent dit uitgangspunt dat, ook al staat de omvang van de schade niet vast en/of is de aansprakelijke partij van mening dat de uiteindelijke schade beperkt zal zijn, dit op zichzelf geen reden is om te weigeren voorschotten te betalen op de buitengerechtelijke kosten, zelfs als dit meer is dan de uiteindelijke schade. De reden hiervan is dat de benadeelde de (financiële) mogelijkheid moet hebben om zijn of haar schade te verhalen en dat het niet redelijk is dat de benadeelde dit gedeelte van de schade zou moeten voorfinancieren.
De tijdsbesteding is redelijk
De kantonrechter vindt de totale tijdsbesteding redelijk. Daarbij is relevant dat de zaak sinds december 2019 bij Hardt in behandeling is. De facturen zien op de periode vanaf 6 maart 2020 tot en met 15 februari 2023. Dat is (afgerond) drie jaar. De totale tijdsbesteding verspreid over die drie jaar komt neer op 51,5 uur. Volgens ASR moet bij deze tijdsbesteding een volledig dossier zijn opgebouwd en dat is volgens haar niet gebeurd. De kantonrechter is het met ASR eens dat het dossier in deze zaak sneller volledig opgebouwd had kunnen en moeten worden. Tijdens de mondelinge behandeling is echter duidelijk geworden dat ASR ook een rol heeft gespeeld bij de gebrekkige voortgang van het dossier. Zij heeft soms lang gewacht met het beantwoorden van vragen van [eiseres] en geregeld helemaal niet gereageerd. De huidige gemachtigde van ASR heeft nooit concreet laten weten welke informatie hij nog mist en hij kon niet bevestigen dat zijn voorganger dat wel heeft gedaan. Het komt de kantonrechter niet onlogisch voor dat de behandeling van deze zaak Hardt meer tijd heeft gekost doordat ASR niet of traag antwoordde en weinig concreet heeft gemeld welke informatie zij nog mist.
ASR stelt dat het – mede in het licht van haar constatering dat het dossier niet compleet is – niet controleerbaar is dat en waarom Hardt zoveel contact had met [eiseres] en haar behandelaars. Een concreet voorstel voor vermindering van specifieke posten/bepaalde tijdsduur deed ASR niet. Hardt heeft tijdens de mondelinge behandeling met een voorbeeld (de inkomende e-mail van [eiseres] van 18 oktober 2022) aangetoond hoe dergelijke correspondentie leidt tot de opgegeven tijdsbesteding. Daarnaast heeft Hardt uitgelegd dat het (meer) tijd kost om informatie bij [eiseres] en derden uit te vragen, omdat volgens ASR nog steeds niet is aangetoond dat [eiseres] in aanmerking komt voor vergoeding van haar schade. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter geen aanleiding om specifieke posten of de totale tijdsduur aan te passen.
Het uurtarief is niet redelijk
De kantonrechter gaat niet uit van het door Hardt gehanteerde uurtarief. Dat is te hoog. De kantonrechter houdt daarbij rekening met het feit dat de gemachtigde geen advocaat is en pas sinds juli 2023 een NIVRE-expert is. Een NIVRE-expert is niet gelijkgesteld aan een gespecialiseerde letselschadeadvocaat.
[eiseres] heeft aangevoerd dat ASR in een andere zaak een uurtarief van € 225,00 heeft geaccepteerd. Dat uurtarief moet volgens haar daarom ook voor deze zaak gelden. [eiseres] verwijst hierbij naar een e-mail van 8 juli 2022 van ASR aan Hardt. De kantonrechter leidt uit deze e-mail niet af dat ASR in elke zaak van dat uurtarief uitgaat en bovendien ziet de mededeling van ASR op het voorschot in de betreffende zaak. ASR zegt namelijk dat zij de tweede redelijkheidstoets volledig toepast na de definitieve afhandeling van de schade. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [eiseres] in haar zaak geen rechten kan ontlenen aan deze e-mail.
Welk tarief is wel redelijk?
De kantonrechter gaat uit van de tarieven die ASR heeft voorgesteld: € 150,00 per uur voor juridische werkzaamheden vóór 1 juli 2023 en € 185,00 per uur voor juridische werkzaamheden na 1 juli 2023. De kantoorkosten worden geacht te zijn inbegrepen in dit uurtarief en worden daarom niet afzonderlijk toegekend. Dat betekent dat de gevorderde kantoorkosten in mindering strekken op de toe te wijzen vergoeding.
Voor de niet-juridische en administratieve werkzaamheden acht de kantonrechter een uurtarief van € 50,00 redelijk. Dat Hardt kiest voor een systeem waarin alle werkzaamheden worden toebedeeld aan een jurist, komt voor haar rekening. Hardt kan er namelijk ook voor kiezen om dit type werkzaamheden te laten uitvoeren door een administratief medewerker in plaats van een jurist. Geen van beide partijen heeft een voorstel gedaan voor een verdeling tussen juridische en niet-juridische en administratieve werkzaamheden. Bij gebreke daarvan schat de kantonrechter het aandeel van deze werkzaamheden in op 25% van het totaal aantal uren.
Het voorgaande komt neer op het volgende: alle gedeclareerde werkzaamheden zijn verricht voor 1 juli 2023. Voor 75% van de uren geldt daarom een uurtarief van € 150,00. Dat is 75% van 51,5 uur, dus 38,5 uur tegen een tarief van € 150,00 = € 5.775,00. Voor 25% van de uren geldt een uurtarief van € 50,00. Dat zijn de resterende 13 uren, dus 13 uur tegen een tarief van € 50,00= € 650,00. Het totaalbedrag voor alle gedeclareerde werkzaamheden tussen 6 maart 2020 tot en met 15 februari 2023 is dan € 6.425,00, waarbij de kantoorkosten zijn inbegrepen. Deze bedragen zijn exclusief btw.
Omvang medische verschotten
Het meest recente uurtarief van medisch adviseur MediThemis komt neer op € 240,00 exclusief btw (€ 4,00 exclusief btw per minuut). De kantonrechter vindt dat ongebruikelijk hoog en niet redelijk en zal het uurtarief matigen tot € 180,00 exclusief btw (€ 3,00 exclusief btw per minuut).
ASR heeft ook verweer gevoerd tegen de kosten voor secretariële ondersteuning van de medisch adviseur. Zij vergelijkt daarbij de kosten met de kantoorkosten van de gemachtigde van [eiseres] . ASR heeft echter onvoldoende onderbouwd dat dit inderdaad gelijksoortige kosten zijn. Daardoor kan niet worden uitgesloten dat dit administratieve werkzaamheden zijn waarvoor een lager tarief wordt gerekend. De kantonrechter laat daarom deze kostenpost ongewijzigd.
Het voorgaande leidt tot de volgende toewijsbare totaalposten aan medische verschotten (per factuur van Hardt, exclusief btw):
Factuur 170621 van 21 januari 2022 € 754,00
Factuur 170729 van 15 juli 2022 € 427,00
Factuur 170871 van 15 februari 2023 € 518,00
Totaal: € 1.699,00
Conclusie
[eiseres] kan aanspraak maken op een vergoeding voor de uren zoals berekend onder 3.11 en de medische verschotten als genoemd onder 3.14. De kantoorkosten van Hardt worden geacht te zijn inbegrepen in het uurtarief. In totaal kan [eiseres] daarom aanspraak maken op een bedrag van (€ 6.425,00 + € 1.699,00) is € 8.124,00 exclusief btw. Inclusief 21% btw komt dat neer op € 9.830,04.
Er is aanvankelijk € 10,059,86 aan vergoeding voor kosten van rechtsbijstand uitgekeerd en later nog eens € 3.000,00. Dit is bij elkaar meer dan het bedrag waar [eiseres] volgens overweging 3.15 aanspraak op heeft, zodat de conclusie moet luiden dat er op dit moment geen declaraties openstaan op vergoeding waarvan [eiseres] aanspraak kan maken. De door [eiseres] gevorderde hoofdsom moet daarom worden afgewezen. Dat geldt ook voor de daaraan verwante nevenvorderingen (de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente).
Proceskosten
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van ASR worden begroot op € 792,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 396,00).
De nakosten worden toegewezen als hierna vermeld.
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ASR, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 792,00 aan salaris gemachtigde;
veroordeelt [eiseres] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door ASR volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 132,00 aan salaris gemachtigde;
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.