RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/558813 / FO RK 23-769
Vervangende toestemming voor erkenning, wijziging geslachtsnaam, gezag en omgang
Beschikking van 21 maart 2024
in de zaak van:
[de man] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. H.C.L. Crozier,
tegen
[moeder] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. T. de Jong,
met als belanghebbende
mr. C. Lamphen,
kantoorhoudende in Utrecht,
als bijzondere curator over de kinderen:
1. De procedure
De rechtbank heeft op 22 juni 2023 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen van de man.
In de beschikking van 18 augustus 2023 heeft de rechtbank mr. C. Lamphen benoemd als bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De bijzondere curator vertegenwoordigt de kinderen in deze procedure en komt op voor hun belang.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
het advies van de bijzondere curator van 23 oktober 2023;
het F-formulier van de man van 9 november 2023.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 22 februari 2024. Daarbij waren aanwezig:
de man met zijn advocaat;
de bijzondere curator;
mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De moeder was niet bij de zitting aanwezig. Na de zitting bleek dat de moeder twintig minuten na aanvang van de zitting aanwezig was op de rechtbank, maar dat zij per abuis niet de zittingszaal is binnengelaten. Hierdoor was zij niet bij de zitting aanwezig.
Na de zitting heeft de rechtbank nog een e-mail van de bijzondere curator ontvangen van 26 februari 2024.
Op 8 maart 2024 heeft mr. T. de Jong zich als advocaat voor de moeder gesteld in deze procedure.
2. Waar de procedure over gaat
De moeder en de man hebben een relatie gehad.
De moeder is bevallen van twee kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] .
De kinderen zijn niet erkend. De moeder heeft alleen het gezag over de kinderen.
De moeder heeft de Ethiopische nationaliteit. De nationaliteit van de man is onbekend volgens de Basis Registratie Personen (BRP). Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt dat de man ook de Ethiopische nationaliteit heeft.
De man verzoekt de rechtbank om:
I. hem toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat wil zeggen dat de man voortaan in juridische zin als de vader van de kinderen wordt aangemerkt. De man stelt dat hij de biologische vader is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
II. de namenreeks van de kinderen te wijzigen in [naam] en [naam] ;
III. hem samen met de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over de kinderen;
IV. een omgangsregeling vast te stellen tussen de man en de kinderen waarbij de kinderen elk weekend van vrijdag 16:00 uur tot zondag 17:00 uur bij de man verblijven, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen. De man zal het halen en brengen voor zijn rekening nemen.
De moeder heeft aan de bijzondere curator verteld dat zij het eens is met de erkenning, maar dat zij het niet eens is met de andere verzoeken van de man.
De bijzondere curator is het eens met het verzoek ten aanzien van de erkenning.
3. De beoordeling
Conclusie
De rechtbank zal de man vervangende toestemming verlenen tot erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , het verzoek om de geslachtsnaam van de kinderen te wijzigen afwijzen en de overige verzoeken die zien op het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling aanhouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. Hierna zal de rechtbank de beslissing toelichten.
Vervangende toestemming erkenning
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
De ouders hebben niet de Nederlandse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de moeder en de man in Nederland wonen. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, want de man heeft de asielstatus in Nederland. Op de toestemming van de moeder is ook het Nederlands recht van toepassing, omdat de moeder de asielstatus in Nederland heeft.
Beoordeling
De bijzondere curator heeft aan de rechtbank laten weten dat de moeder het eens is met het verzoek om vervangende toestemming voor erkenning van de kinderen. Dit blijkt overigens ook uit hetgeen de man heeft verklaard op de zitting. Omdat partijen het niet eens zijn over de vraag of de man belast moet worden met het gezag van de kinderen, willen zij de erkenning niet zelf regelen. De rechtbank zal daarom het verzoek om vervangende toestemming voor erkenning hierna inhoudelijk beoordelen.
Tussen partijen staat vast dat de man de verwekker is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het uitgangspunt van de wet is dat zowel het kind als de verwekker er recht op hebben dat hun familieband officieel wordt vastgelegd. De rechtbank kan alleen in uitzonderlijke gevallen weigeren om vervangende toestemming te geven voor de erkenning. Dit kan als door de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind worden geschaad of als een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.
De rechtbank vindt het in het belang van (de identiteitsontwikkeling van) [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat officieel wordt vastgelegd wie hun vader is. Niet is gebleken dat de erkenning door de man de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal schaden of de relatie tussen de moeder en de kinderen zal verstoren. De moeder heeft aan de bijzondere curator verteld dat zij het eens is met de erkenning. De bijzondere curator en de Raad staan ook achter het verzoek. Door de erkenning wordt de juridische werkelijkheid in overeenstemming gebracht met de biologische werkelijkheid, door de man te vermelden op de geboorteakte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als hun vader. De rechtbank vindt het belangrijk dat in officiƫle papieren staat wie de vader is zodat niemand daarover later kan twijfelen.
Geslachtsnaam
Gelet op het bepaalde in artikel 1:5, tweede lid, BW, behoudt de minderjarige, in geval dat hij door erkenning in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de erkenner ter gelegenheid van de erkenning gezamenlijk verklaren dat de minderjarige de geslachtsnaam van de vader zal hebben. De wet biedt geen ruimte aan de rechtbank om bij het geven van toestemming van erkenning de geslachtsnaam van een kind te wijzigen. Het verzoek van de man om de geslachtsnaam van de kinderen te wijzigen zal de rechtbank daarom afwijzen.
Aanhouding van de beslissing
De rechtbank zal de beslissing op de verzoeken over het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling met de kinderen aanhouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. Zoals hiervoor is beschreven was de moeder niet bij de zitting aanwezig. Na de zitting is gebleken dat zij twintig minuten na aanvang van de zitting wel aanwezig was op de rechtbank, maar dat zij per abuis niet door de bode de zaal is binnengelaten. Hierdoor was zij niet bij de zitting aanwezig. De moeder had overigens twee kleine kinderen bij zich die veel geluid maakten, waardoor het ook ingewikkeld zou zijn geweest bij de zitting aanwezig te zijn. De rechtbank vindt het belangrijk dat de moeder haar mening over de verzoeken over het gezag en de omgangsregeling naar voren kan brengen. Na de zitting heeft zich bovendien ook een advocaat voor de moeder gesteld. Daarom zal een nieuwe zitting worden gepland waar deze verzoeken van de man in aanwezigheid van de moeder (en/of haar advocaat) zullen worden behandeld.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent aan [de man], geboren op [geboortedatum] -1989 in [geboorteplaats] , Ethiopiƫ, vervangende toestemming om de volgende kinderen te erkennen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ;
houdt de verdere beslissing over de verzoeken over het gezag en de omgangsregeling aan tot een nader te plannen mondelinge behandeling;
wijst het verzoek van de man tot wijziging van de geslachtsnaam van de kinderen af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.