ECLI:NL:RBMNE:2024:7765

ECLI:NL:RBMNE:2024:7765, Rechtbank Midden-Nederland, 21-03-2024, C/16/563537

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-03-2024
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer C/16/563537
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Verzoek verbetering akte van overlijden afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/563537 / FO RK 23-1183 (verbetering akte van overlijden)

Beschikking van 21 maart 2024

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] , Polen,

hierna te noemen: verzoeker,

advocaat mr. B.J. den Hartog,

met als belanghebbende

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

van de gemeente Amersfoort,

hierna te noemen: de ABS.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 27 september 2023;

het F-formulier van verzoeker van 18 oktober 2023 met bijlage;

de brief van de ABS van 6 november 2023;

het e-mailbericht van de ABS van 9 januari 2024;

het e-mailbericht van de ABS van 12 februari 2024.

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 22 februari 2024. Hierbij waren aanwezig:

mr. B.J. den Hartog;

de heer [A] en mevrouw [B] namens de gemeente Amersfoort.

Verzoeker is niet naar de zitting gekomen.

De ABS heeft tijdens de zitting een verweerschrift met bijlagen overgelegd.

2. Waar de procedure over gaat

Verzoeker is de broer van:

- [de man], geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] , Polen (hierna te noemen: de man).

De man is overleden. Van het overlijden van de man is door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort op 2 mei 2022 een akte opgemaakt met nummer [nummer] . De akte is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort van het jaar 2022. Op de overlijdensakte staan (voor zover relevant) de volgende gegevens:

Plaats van lijkvinding: [plaats] , [straat]

Dag van lijkvinding: [datum] -2022

De man was ten tijde van zijn overlijden gehuwd met: [de vrouw].

De moeder van de man en verzoeker (diens broer) is:

- [moeder], geboren op [geboortedatum] 1942 in [geboorteplaats] , Polen.

De moeder is overleden op [overlijdensdatum] 2022 in Amersfoort.

De moeder heeft de beide broers, dus de man en de verzoeker, als enige erfgenamen genoemd in haar testament.

Verzoeker verzoekt de rechtbank om:

Primair: de ABS te gelasten om de overlijdensakte van de man aan te vullen met de latere vermelding dat hij op [overlijdensdatum] 2022 is overleden;

Subsidiair: de ABS te gelasten om de overlijdensakte van de man aan te vullen met de latere vermelding dat hij voorafgaand aan [overlijdensdatum] 2023 is overleden.

De ABS voert gemotiveerd verweer en verzoekt de rechtbank om te bepalen dat de ABS geen proceskosten hoeft te betalen.

3. De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

Vanwege het internationale karakter van deze zaak moet de rechtbank ambtshalve beoordelen of aan de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt om over het verzoek tot verbetering te oordelen, alsmede beoordelen welk recht op dat verzoek van toepassing is.

In zaken die uitsluitend betreffen de aanvulling van de registers van de burgerlijke stand of de inschrijving, doorhaling of wijziging van daarin in te schrijven of ingeschreven aktes, is de rechter binnen wiens rechtsgebied de akte is of moet worden ingeschreven bevoegd. Omdat de akte waarvan verbetering – en dus daarmee een wijziging – is verzocht is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort, is deze rechtbank bevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen.

Het wettelijk kader

Aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, kan op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.

Ontvankelijkheid

De rechtbank zal verzoeker ontvankelijk verklaren in zijn verzoeken. Uit Tekst & Commentaar bij artikel 1:24 BW volgt dat onder ‘belanghebbenden’ ook vallen degenen

die een zedelijk maatschappelijk of geldelijk belang hebben. Verzoeker heeft in dit geval gesteld dat hij een erfrechtelijk (en dus geldelijk) belang heeft bij verbetering van de overlijdensakte van zijn broer. De rechtbank is daarom van oordeel dat verzoeker valt onder de groep van belanghebbenden in de zin van artikel 1:24 BW. Dit betekent dat de verzoeken hierna inhoudelijk kunnen worden beoordeeld.

De inhoudelijke beoordeling

De rechtbank zal de verzoeken afwijzen en dit hierna toelichten.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een akte die onvolledig is of een misslag bevat. De ABS heeft voldoende onderbouwd dat de akte van lijkvinding correct is opgesteld conform artikel 62 van het Besluit Burgerlijke Stand. De opgemaakte akte van lijkvinding bewijst namelijk dat het lijk van de daarin genoemde persoon op de plaats en de dag, zoals in de akte vermeld, is gevonden. Van een misslag is daarom geen sprake. Verzoeker stelt verder dat de akte onvolledig is omdat de datum van overlijden van de man ontbreekt. Ter onderbouwing van het verzoek verwijst verzoeker naar een transcriptie van een telefoongesprek met de forensisch arts die is ingeschakeld toen het lichaam van de man is aangetroffen nadat hij was overleden in de bossen van Amersfoort. Volgens verzoeker kan uit hetgeen de forensisch arts heeft verklaard worden afgeleid dat de meest aannemelijke dag van overlijden van de man [overlijdensdatum] 2022 is.

De rechtbank is net als de ABS van oordeel dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft overgelegd waaruit de exacte overlijdensdatum van de man blijkt. Voordat de man werd gevonden in de bossen van Amersfoort was hij 11 weken vermist en de exacte datum van overlijden is onbekend. De heer [C] die als forensisch arts betrokken was bij de lijkvinding heeft hierover verklaard dat de mate van ontbinding van het lichaam passend was bij de vermissingsduur van 11 weken daarvoor en dat de datum van overlijden daarom dicht lijkt aan te liggen tegen het moment van vermissing. De heer [C] gaat er vanuit dat de man op de dag van vermissing of binnen enkele dagen daarna zal zijn overleden. Hij verklaart dat hij geen percentages kan geven over de mate van zekerheid van overlijden op de dag van vermissing. De heer [C] kan nooit met zekerheid zeggen of het op de zesde, zevende, de achtste of de negende februari is gebeurd. Verder kan hij ook geen percentages geven over de mate van zekerheid dat de man is overleden tussen [datum] 2022 en [datum] 2022 en de kans dat de man is overleden na [datum] 2022. De mate van ontbinding van een lichaam is namelijk ook afhankelijk van weersomstandigheden en over de precieze invloed daarvan op de ontbinding van een lichaam zijn geen statistieken. Op grond van de overgelegde stukken kan de rechtbank daarom niet vaststellen wat de exacte datum van overlijden is van de man en daarmee kan ook niet een (nieuwe) akte van overlijden van de man worden geregistreerd.

Proceskosten

De ABS verzoekt de rechtbank om te bepalen dat de ABS geen proceskosten hoeft te betalen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen en de proceskosten compenseren. In procedures van familierechtelijke aard is het namelijk gebruikelijk dat iedere partij de eigen kosten draagt. De ABS heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld waarom van dit uitgangspunt afgeweken zou moeten worden.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken af;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.C. van den Boogaard

Griffier

  • mr. H.E. Broersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0016 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0016
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?