ECLI:NL:RBMNE:2024:7767

ECLI:NL:RBMNE:2024:7767, Rechtbank Midden-Nederland, 22-02-2024, C/16/565187

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-02-2024
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer C/16/565187
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Wijziging geslacht minderjarige van man naar vrouw en wijziging voornaam.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/565187 / FO RK 23-1328 (wijziging geslacht en voornaam minderjarige)

Beschikking van 22 februari 2024

in de zaak van

[vader] ,

hierna te noemen: de vader,

en

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

beiden wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. K.S.M. Smienk,

als wettelijk vertegenwoordigers van het kind:

[minderjarige] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,

met als belanghebbende:

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

van de gemeente Alphen aan den Rijn,

hierna te noemen: de ABS.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen van de ouders, binnengekomen op 27 oktober 2023;

de brief van de ABS van 30 november 2023;

het e-mailbericht van de ABS van 4 januari 2024.

De kinderrechter heeft aan [minderjarige] gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. Zij heeft op 22 februari 2024 met de kinderrechter gesproken.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op

22 februari 2024. Hierbij waren de beide ouders en hun advocaat aanwezig. Namens de gemeente Alphen aan den Rijn is niemand verschenen.

2. Waar de procedure over gaat

Het minderjarige kind van de ouders is:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige] ).

Van de geboorte van [minderjarige] is op [datum] 2009 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Alphen aan den Rijn een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] .

Op de geboorteakte staat vermeld dat [minderjarige] van het geslacht M (mannelijk) is.

De ouders en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.

De ouders zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] 1998. Zij zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

De ouders hebben samen nog twee oudere kinderen: [A] en [B] .

De ouders verzoeken de rechtbank de ABS te gelasten om de geboorteakte van [minderjarige] te verbeteren in die zin dat een latere vermelding wordt toegevoegd van de wijziging van:

het geslacht, in die zin dat wordt vermeld dat het kind van het geslacht F (vrouwelijk) is;

de voornaam in: ‘ [minderjarige] ’.

De ABS heeft de rechtbank schriftelijk bericht geen bezwaar te hebben tegen de verzoeken.

3. De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

Omdat de geboorteakte van [minderjarige] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Alphen aan den Rijn, is in beginsel de rechtbank Den Haag bevoegd om te oordelen over de verzoeken.De ouders en de ABS hebben echter schriftelijk verklaard dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Om die reden zal deze rechtbank de zaak alsnog beoordelen en niet verwijzen naar de rechtbank Den Haag.

Op de verzoeken is Nederlands recht van toepassing omdat de ouders en [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit hebben.

Voornaamswijziging

De rechtbank wijst het verzoek toe en zal opdracht geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om de voornaam van het kind dat geboren is als ‘ [voornaam] ’ te wijzigen in ‘ [voornaam] ’. De ouders hebben namelijk voldoende duidelijk gemaakt dat het kind een zwaarwegend belang heeft bij de voornaamswijziging. Daarnaast is de gevraagde voornaam niet ongepast en geen geslachtsnaam.

Zodra deze beslissing onherroepelijk is, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de geboorteakte aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte).

Wijziging geslacht op de geboorteakte

Conclusie

De rechtbank wijst het verzoek toe en zal de ambtenaar van de burgerlijke stand gelasten om de geboorteakte van [minderjarige] aan te passen, in die zin dat het geslacht ‘vrouwelijk’ zal zijn. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Wettelijk kader

De rechtbank moet allereerst beoordelen of het mogelijk is om een vrouwelijke geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte van [minderjarige] omdat [minderjarige] de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de akte van geboorte. De huidige wetgeving laat een dergelijke aanpassing van de geboorteakte pas toe bij iemand van zestien jaar en ouder.

De maatschappelijke opvattingen over dit onderwerp zijn echter de laatste jaren sterk in ontwikkeling en dit leidt ook tot ontwikkelingen in de wetgeving. Uit een publicatie van 11 april 2019, blijkt dat Minister Dekker van Justitie en Veiligheid de leeftijdsbepaling van zestien jaar belemmerend acht. Hij heeft op 10 april 2019 aan de Tweede Kamer bericht dat het ook mogelijk moet worden voor jongeren onder de zestien jaar via een verzoek aan de rechter te komen tot een wijziging van de geslachtsregistratie indien dit in het belang van de minderjarige is. Op 4 mei 2021 is een wetsvoorstel gepubliceerd (vergaderjaar 2020-2021, kamerstuk 35825, nr. 2), waarin wordt voorgesteld om het voor kinderen jonger dan zestien jaar mogelijk te maken om hun geslachtsregistratie te wijzigen via een verzoek aan de rechtbank. In de voorgestelde procedure kan het kind, vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger, aangeven waarom het een wijziging van zijn geslachtsregistratie verzoekt. Met deze wijziging zou ook de noodzaak van een deskundigenverklaring vervallen.

Het wetsvoorstel is momenteel nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Het gewijzigd amendement, gepubliceerd op 18-3-2022, vergaderjaar 2021-2022, kamerstuk 35825, nr. 12, voorziet in een wijziging waardoor het ook voor personen jonger dan zestien jaar mogelijk wordt om zonder tussenkomst van de rechter de geslachtsregistratie te wijzigen.

De rechtbank stelt vast dat het nog onduidelijk is hoe het wetgevingsproces zal verlopen en hoelang het zal duren voordat er een aangepaste wet op dit gebied in werking treedt. De rechtbank overweegt dat zolang er geen wetgeving is, in deze concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval zal moeten worden beslist. De rechtbank sluit zich op dit punt aan bij de lijn van het arrest van de Hoge Raad in genderneutrale zaken.

De zaak van [minderjarige]

De rechtbank vindt dat [minderjarige] en haar ouders voldoende hebben onderbouwd dat de vermelding van het mannelijk geslacht op de geboorteakte van [minderjarige] (en daarmee ook op haar identiteitskaart) niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [minderjarige] . Al lange tijd identificeert [minderjarige] zich als meisje en inmiddels heeft zij een sterke wens om ook officieel als meisje door het leven te gaan. De ouders ondersteunen deze wens volledig en zijn er duurzaam van overtuigd dat [minderjarige] tot het vrouwelijke geslacht behoort. [minderjarige] is volgens de ouders altijd genderfluïde geweest. Toen zij tien jaar oud was kwam zij officieel ‘uit de kast’ bij haar ouders. Vervolgens is [minderjarige] toen zij twaalf jaar oud was gestart bij de genderafdeling Youz in Zaandam. Hier is bij [minderjarige] de diagnose genderdysforie vastgesteld. [minderjarige] is vervolgens doorverwezen naar het Zaans Medisch Centrum. Youz doet de psychologische begeleiding en het Zaans Medisch Centrum verzorgt de medische begeleiding. Op medisch gebied heeft [minderjarige] al een aantal fysieke veranderingen ondergaan. [minderjarige] heeft bijvoorbeeld een operatie aan haar voeten gehad zodat de voeten stoppen met groeien. Ook krijgt [minderjarige] al enige tijd puberteitsremmers en recent is zij gestart met cross-sekse hormonen. Deze vrouwelijke hormonen hebben onomkeerbare fysieke gevolgen.

De overtuiging van [minderjarige] tot een ander geslacht te behoren dan in de akte van geboorte is vermeld, is naar het oordeel van de rechtbank gezien de stukken en het gesprek op de zitting, weloverwogen en bestendig. Daarbij acht de rechtbank [minderjarige] , ondanks haar jonge leeftijd, zelf in staat om de consequenties van het verzoek te overzien. De ouders en [minderjarige] hebben voldoende toegelicht dat [minderjarige] een zwaarwegend belang heeft om zich te kunnen presenteren naar de buitenwereld als meisje. [minderjarige] gaat bijvoorbeeld in mei 2024 op studiereis met school naar Tsjechië en Polen. De ouders en [minderjarige] maken zich zorgen over deze reis als [minderjarige] zou moeten reizen met een identiteitskaart waar bij het geslacht mannelijk staat, terwijl dit niet overeenkomt met het uiterlijk van [minderjarige] . Ook zou [minderjarige] graag een bijbaantje willen, maar durft zij niet te solliciteren omdat zij dan haar identiteitsbewijs moet laten zien.

De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] om nu al tot een wijziging van de vermelding van het geslacht over te gaan. Hierdoor wordt ook uitvoering gegeven aan de uit artikel 8 EVRM voortvloeiende positieve verplichting de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen aan het geslacht waartoe iemand volgens diens vaste overtuiging behoort. De rechtbank is daarom van oordeel dat het verzoek van de ouders als wettelijke vertegenwoordigers van [minderjarige] kan worden toegewezen.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

Voor zover er is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4. De beslissing

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Alphen aan den Rijn om aan de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 2009 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van:

de voornaam in: ‘ [voornaam] ’;

het geslacht, in die zin dat wordt vermeld dat het kind van het (F) vrouwelijk geslacht is.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024 door mr. A.C. van den Boogaard, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is op schrift gesteld op 7 maart 2024.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H.E. Broersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?