RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/569148 / FO RK 24-77 (verbetering geboorteakte)
Beschikking van 4 april 2024
in de zaak van
DE OFFICIER VAN JUSTITIE,
hierna te noemen: de OVJ,
ten aanzien van het kind
[minderjarige] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
met als belanghebbenden
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Utrecht,
hierna te noemen: de ABS,
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
beiden wonende in [woonplaats] ,
hierna samen te noemen: de ouders.
1. De procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift van de OVJ ontvangen (nummer Ut/4217/239-24) met bijlagen.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 7 maart 2024. Daarbij waren aanwezig:
de vader en de moeder;
mevrouw [A] , mevrouw [B] en mevrouw [C] namens de gemeente Utrecht;
de heer [D] , een collega van de vader die op de zitting voor de ouders als tolk heeft gefungeerd.
2. Waar de procedure over gaat
De moeder heeft de Indiase nationaliteit. De vader had de Indiase nationaliteit. Op 20 maart 2023 heeft de vader de Nederlandse nationaliteit verkregen en daarmee de Indiase nationaliteit verloren.
Het minderjarige kind van de ouders is: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
Van de geboorte van [minderjarige] is op 29 maart 2023 een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] . Deze akte is ingeschreven in het geboorteregister van de gemeente [gemeente] van het jaar 2023.
Bij de aangifte van de geboorte van [minderjarige] ging de ABS ervan uit dat de beide ouders de Indiase nationaliteit hadden. De ABS heeft daarom Indiaas namenrecht toegepast en de voornaam van de vader als geslachtsnaam van [minderjarige] geregistreerd. Drie dagen voor de geboorte van [minderjarige] heeft de vader echter de Nederlandse nationaliteit verkregen. [minderjarige] heeft daarom op grond van artikel 3 lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap de Nederlandse nationaliteit sinds haar geboorte. Daarmee was Nederlands namenrecht van toepassing op haar geslachtsnaam (artikel 10:20 BW). Ingevolge artikel 1:5 lid 4 BW zou [minderjarige] de geslachtsnaam van de vader hebben verkregen, te weten ‘ [naam] ’.
De OVJ verzoekt de rechtbank om de geboorteakte van [minderjarige] te verbeteren, in die zin dat de geslachtsnaam van [minderjarige] wordt gewijzigd in: [naam] .
De ouders zijn het niet eens met het verzoek. Zij hebben tijdens de zitting gemotiveerd verweer gevoerd.
3. De beoordeling
De rechtbank wijst het verzoek toe en zal opdracht geven voor de wijziging van de geboorteakte van [minderjarige] . De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Volgens de rechtbank is er sprake van een akte die een fout bevat en die daarom moet worden verbeterd. De OVJ en de ABS hebben aangetoond dat in de geboorteakte van [minderjarige] een onjuiste geslachtsnaam vermeld staat. Zoals hiervoor is uiteengezet had de vader drie dagen voor de geboorte van [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit verkregen. Daarmee heeft [minderjarige] ook de Nederlandse nationaliteit verkregen en had bij het opmaken van de geboorteakte Nederlands recht moeten worden toegepast. De rechtbank zal daarom de ABS gelasten om de geslachtsnaam van [minderjarige] te wijzigen in: [naam] .
De ouders hebben op de zitting uitgelegd waarom zij niet willen dat de geslachtsnaam van [minderjarige] wijzigt. De rechtbank begrijpt dat dit voor de ouders moeilijk is, maar de wet biedt in dit geval geen ruimte voor een belangenafweging. Dit betekent dat de fout moet worden hersteld. Zoals ook op de zitting is besproken kunnen de ouders wel advies opvragen bij een advocaat over de mogelijkheden voor het wijzigen van de geslachtsnaam van [minderjarige] . Daarbij merkt de rechtbank nog wel op dat de uitkomst zou kunnen dat de door de ouders gewenste wijziging van de geslachtsnaam in Nederland wellicht niet mogelijk is.
4. De beslissing
De rechtbank:
geeft opdracht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht om de geboorteakte van [minderjarige] met nummer [nummer] van het jaar 2023 te verbeteren op de volgende wijze:
Geslachtsnaam kind in: [naam].
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.C. Oostendorp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 april 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.