RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/549940 / FO RK 22-1452
Vervangende toestemming voor erkenning en vaststelling omgangsregeling
Beschikking van 24 april 2024
in de zaak van:
[de man] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A. Roozdar,
tegen
[moeder] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. P.G.M. Lodder,
met als belanghebbende
mr. M. van Harskamp,
kantoorhoudende in Utrecht,
als bijzondere curator over de kinderen:
1. De procedure
De man heeft op 27 december 2022 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
In de beschikking van 30 januari 2024 heeft de rechtbank mr. M. van Harskamp benoemd als bijzondere curator over de kinderen. De bijzondere curator vertegenwoordigt de kinderen in deze procedure en komt op voor hun belang.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
het advies van de bijzondere curator 23 februari 2023;
de brief van de man van 10 maart 2023;
de brief van de moeder van 16 maart 2023;
het F-formulier van de moeder van 6 september 2023;
het F-formulier van de man van 6 september 2023 met bijlage;
het F-formulier van de moeder van 4 oktober 2023;
het F-formulier van de man van 4 oktober 2023;
het F-formulier van de moeder van 9 januari 2024;
de brief van de man van 10 januari 2024.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 27 maart 2024. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de vader;
de moeder met haar advocaat;
de bijzondere curator;
de heer [A] en mevrouw [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De man is ondanks dat hij juist is opgeroepen niet naar de zitting gekomen.
2. Waar de procedure over gaat
De moeder en de man hebben een relatie gehad.
De moeder is bevallen van twee kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit betekent dat de moeder de belangrijke beslissingen over hen mag nemen.
De moeder en de man hebben de Nederlandse nationaliteit.
De man verzoekt:
I. hem toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat wil zeggen dat de man voortaan in juridische zin als de vader van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt aangemerkt. De man stelt dat hij de biologische vader is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
II. de volgende omgangsregeling vast te stellen tussen hem en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] :
o de kinderen verblijven wekelijks op zaterdag of zondag tussen 10.00 uur en 18.00 uur bij de man;
o de regeling wordt uitgebreid naar een regeling met overnachting zodra de kinderen de vierjarige leeftijd hebben bereikt.
De moeder voert verweer.
De bijzondere curator is het eens met het verzoek van de man om hem vervangende toestemming te geven om de kinderen te erkennen.
3. De beoordeling
Vervangende toestemming erkenning
De rechtbank zal toestemming verlenen aan de man om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te erkennen. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Tussen partijen staat vast dat de man de biologische vader is van [minderjarige 1] . In geschil was de vraag of de man ook de biologische vader is van [minderjarige 2] . Daarom hebben partijen een DNA-onderzoek laten uitvoeren door Verilabs. Verilabs heeft een DNA-onderzoek uitgevoerd en op 18 augustus 2023 gerapporteerd. Uit dit rapport volgt dat het vrijwel zeker is dat de man de biologische vader is van [minderjarige 2] .
Nu tussen partijen vaststaat dat de man de verwekker is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , is het uitgangspunt van de wet dat zowel het kind als de verwekker er recht op hebben dat hun familieband officieel wordt vastgelegd. De rechtbank kan alleen in uitzonderlijke gevallen weigeren om vervangende toestemming te geven voor de erkenning. Dit kan als door de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind worden geschaad of als een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.
De rechtbank vindt het in het belang van (de identiteitsontwikkeling van) [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat officieel wordt vastgelegd wie hun vader is. Niet is gebleken dat de erkenning door de man de ontwikkeling van de kinderen zal schaden of de relatie tussen de moeder en de kinderen zal verstoren. De moeder staat achter de erkenning. Zij wil alleen niet dat de man ook gezag over de kinderen krijgt. De erkenning heeft echter niet tot gevolg dat de man zeggenschap krijgt over de kinderen. De moeder blijft alleen belast met het gezag en zal de belangrijke beslissingen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] blijven nemen. Door de erkenning wordt de juridische werkelijkheid in overeenstemming gebracht met de biologische werkelijkheid, door de man te vermelden op de geboorteakte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als hun vader. De rechtbank vindt het belangrijk dat in officiële papieren staat wie de vader is van de kinderen, zodat niemand daarover later kan twijfelen. Door de erkenning zal de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook niet veranderen.
Omgangsregeling
De rechtbank zal het verzoek van de man om een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en de kinderen afwijzen. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat het afgelopen jaar met behulp van [instelling] is geprobeerd om een omgangsregeling tot stand te laten komen tussen de man en de kinderen. Dit heeft ertoe geleid dat de man één keer onder begeleiding omgang heeft gehad met [minderjarige 1] . [minderjarige 2] heeft de man nog nooit gezien. Vervolgens is geprobeerd om nog een afspraak te maken, maar de man is hier niet op ingegaan. De man heeft via zijn advocaat laten weten dat hij onvoldoende financiële middelen heeft om naar Utrecht te reizen voor omgang. Er is daarna geen omgang meer geweest. Omdat de man niet naar de zitting is gekomen en zijn advocaat recentelijk geen contact met hem heeft kunnen krijgen, kan de rechtbank er niet vanuit gaan dat omgang in dit geval in het belang van de kinderen is. Het is niet in hun belang dat er afspraken tot omgang worden gemaakt die de man niet nakomt, wat de reden daarvoor ook is. Het is niet duidelijk of de man een vaste verblijfplaats heeft, of hij in staat is om te reizen en of hij de verzochte omgangsregeling op enig moment wel zal nakomen. De situatie is nu dat de kinderen tot nu toe nauwelijks contact hebben gehad met de man waardoor, als de omstandigheden van de man zijn verbeterd, dit zorgvuldig zal moeten worden opgebouwd. Mogelijk zal dit onder begeleiding van een hulpverleningsinstantie moeten plaatsvinden. De rechtbank zal om deze redenen geen omgangsregeling vaststellen.
Het voorgaande betekent niet dat er nooit meer contact kan zijn tussen de man en de kinderen. De moeder heeft verklaard dat zij hiervoor open staat, mits de man stabiel is en zijn afspraken nakomt. De rechtbank overweegt dat als de man in de toekomst weer omgang wil met de kinderen hij zich kan wenden tot de moeder. De ouders kunnen dan samen met [instelling] of een vergelijkbare hulpverleningsinstantie kijken hoe de omgang zorgvuldig vormgegeven kan worden. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is wel dat de man stabiel is en zijn afspraken nakomt. Alleen dan kan er een bestendige omgangsregeling tot stand komen.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent aan [de man], geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] vervangende toestemming om te erkennen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ;
wijst de verzoeken voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.C. Oostendorp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.