RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/571103 / FO RK 24-233
Ontkenning vaderschap
Beschikking van 12 juni 2024
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.A.H. Boom,
tegen
[de man] ,
wonende in [woonplaats 2]
hierna te noemen: de man.
1. De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, binnengekomen op 23 februari 2024;
het e-mailbericht van de man van 14 april 2024;
het e-mailbericht van de man van 24 april 2024.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 15 mei 2024. Daarbij waren aanwezig:
de vrouw met haar advocaat;
de heer [de man] (die telefonisch aanwezig was);
de heer [biologische vader] .
2. Waar de procedure over gaat
De moeder van de vrouw is: [de moeder], geboren op [geboortedatum 1] 1933 in [geboorteplaats 1] , Indonesië. Zij is overleden in [overlijdensdatum] 2023.
De moeder en de man zijn met elkaar getrouwd geweest. Hun huwelijk is ontbonden op [echtscheidingsdatum] 1981.
Tijdens het huwelijk is de moeder bevallen van de vrouw: [de vrouw], geboren op [geboortedatum 2] 1968 in [geboorteplaats 2] .
Partijen zijn het erover eens dat de biologische vader van de vrouw is: [biologische vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1934 in [geboorteplaats 3] (hierna: de heer [biologische vader] ).
Partijen hebben allen de Nederlandse nationaliteit.
De vrouw verzoekt om de ontkenning van het vaderschap van de man gegrond te verklaren. Dat wil zeggen dat de man, in juridische zin, niet meer als de vader van de vrouw wordt aangemerkt. Volgens de vrouw is namelijk niet de man, maar de heer [biologische vader] haar biologische vader.
3. De beoordeling
Ontvankelijkheid
Op grond van de wet moet een verzoek tot ontkenning van het ouderschap door het kind worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn of haar biologische vader is of – indien het kind gedurende zijn of haar minderjarigheid bekend is geworden met dit feit – binnen drie jaren nadat het kind meerderjarig is geworden.
De vrouw stelt dat zij tot het sterfbed van haar moeder in mei 2023 niet wist dat de man niet haar biologische vader is. De heer [de man] en de heer [biologische vader] hebben dit tijdens de zitting bevestigd. Dit betekent dat de vrouw het verzoek op tijd heeft ingediend en dat de rechtbank dit hierna inhoudelijk zal beoordelen.
Ontkenning vaderschap
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw voldoende heeft aangetoond dat de heer [de man] niet haar biologische vader is. Zij, de heer [de man] en de heer [biologische vader] hebben hierover duidelijke verklaringen afgelegd tijdens de zitting. De heer [de man] heeft verklaard dat hij al zijn hele leven onvruchtbaar is. De vrouw kent de heer [biologische vader] al haar hele leven en is een goede vriend van de familie. Gelet op de verklaringen van partijen is hierdoor voldoende duidelijk geworden dat de heer [de man] niet de verwekker is van de vrouw. Voor de ontkenning van het vaderschap van de man is daarom geen DNA-onderzoek nodig.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
De vrouw heeft verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.
4. De beslissing
De rechtbank:
verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond van:
[de man] , geboren op [geboortedatum 4] 1932 in ‘ [geboorteplaats 2] ,
ten aanzien van het kind:
[de vrouw] , geboren op [geboortedatum 2] 1968 in [geboorteplaats 2] ;
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.