RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/575067 / FO RK 24-563 (Paspoortwet)
Beschikking van 19 juni 2024
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
tegen
[de moeder] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de moeder.
1. De procedure
De vader heeft op 21 mei 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
De kinderrechter heeft op 13 juni 2024 een gesprek gehad met de minderjarige [minderjarige] .
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 19 juni 2024. Daarbij was de vader aanwezig. De moeder is, ondanks dat zij juist is opgeroepen, niet naar de zitting gekomen.
2. Waar de procedure over gaat
Het kind van de ouders is: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] .
De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dit betekent dat de ouders samen de belangrijke beslissingen over hem mogen nemen.
[minderjarige] heeft de Nederlandse nationaliteit.
De vader verzoekt de rechtbank om toestemming voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige] . Volgens de vader weigert de moeder om mee te werken.
3. De beoordeling
De beslissing
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en toestemming geven voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige] . Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
Het wettelijk kader
Beide ouders moeten toestemming geven voor de aanvraag van een reisdocument voor hun kind als zij samen het gezag uitoefenen over hun kind. Als een van de ouders weigert om toestemming te geven, dan kan de rechter toestemming geven in plaats van die ouder. Dit kan ook als de verblijfplaats van een van de ouders onbekend is.
De rechter moet beoordelen of het in het belang van het kind is om een reisdocument te krijgen. Wanneer de ouders het niet eens zijn met elkaar, dan moet de rechter eerst onderzoeken of de ouders het alsnog eens kunnen worden.
De toelichting
Het was niet mogelijk om de ouders alsnog afspraken te laten maken, want de moeder is niet naar de zitting gekomen. Daarom zal de rechtbank het verzoek beoordelen. In het algemeen is het in het belang van een kind om een reisdocument te hebben. Hij of zij kan dan namelijk naar het buitenland reizen voor vakantie, familiebezoek of studie. In dit geval is het ook in het belang van [minderjarige] om een reisdocument te krijgen, want hij kan dan samen met zijn vader naar het buitenland reizen. De vader is van plan om met [minderjarige] naar Curaçao op vakantie te gaan. De moeder heeft overigens ook geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent aan de vader vervangende toestemming – die de toestemming van de moeder vervangt – om voor [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , een geldig reisdocument (paspoort) aan te vragen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2024 en op schrift gesteld op 28 juni 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.