RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
beschikking
Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
zaaknummer / rekestnummer: C/16/573226 / HL RK 24-29
Beschikking van 30 oktober 2024
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen [verzoeker] ,
verschenen in persoon
en
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GRAYDON NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CREDITSAFE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de naamloze vennootschap
GRAYDON HOLDING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
belanghebbenden,
hierna te noemen GraydonCreditsafe,
advocaat mr. E.E. Troll te Amsterdam.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 12 bijlagen ingekomen op de griffie op 8 april 2024;
- het verweerschrift met 1 bijlage ingekomen op de griffie op 24 september 2024;
- de mondelinge behandeling op 2 oktober 2024 waar zijn verschenen:
- [verzoeker] ;
- mr. Troll voornoemd;
- [A] , jurist bij GraydonCreditsafe;
- de spreekaantekeningen van mr. Troll.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
GraydonCreditsafe is een handelsinformatiekantoor dat zakelijke inzichten creëert op basis van bedrijfsgegevens uit diverse (openbare) bronnen, zoals het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
GraydonCreditsafe verwerkt zowel bedrijfsgegevens als persoonsgegevens. GraydonCreditsafe is daarmee verwerkingsverantwoordelijke (artikel 4 onder 7 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, hierna AVG).
[verzoeker] is bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf] B.V. Dit bedrijf staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd.
Op 7 februari 2024 heeft [verzoeker] een inzageverzoek gedaan bij GraydonCreditsafe. [verzoeker] heeft daarbij negen vragen aan GraydonCreditsafe gesteld.
GraydonCreditsafe heeft twee van de negen vragen niet beantwoord.
3. Het verzoek en het verweer
[verzoeker] verzoekt de rechtbank GraydonCreditsafe:
te verplichten om alle ontvangers aan wie (zijn) persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties aan hem te verstrekken (artikel 15 lid 1 sub c AVG);
te verplichten om alle beschikbare informatie over de bron van (zijn) gegevens aan hem te verstrekken (artikel 15 lid 1 sub g AVG)
te veroordelen voor het overtreden van artikel 12 lid 1 t/m 4 AVG;
de kosten voor de procedure te laten vergoeden;
voor iedere dag dat Graydon niet volledig aan het verzoek voldoet een redelijke dwangsom op te leggen.
[verzoeker] legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. GraydonCreditsafe heeft persoonsgegevens van [verzoeker] verstrekt aan derden en [verzoeker] heeft recht om te weten wie dat zijn. GraydonCreditsafe heeft ondanks herhaaldelijk verzoek geen antwoord gegeven op de twee overgebleven vragen die [verzoeker] heeft gesteld. [verzoeker] heeft ook aangegeven dat hij het verzoek als privépersoon heeft gedaan en dat het gaat om inzage in zijn persoonsgegevens. Ten slotte heeft [verzoeker] verklaard dat hij een lijst van de namen van de ontvangers wenst te krijgen. [verzoeker] neemt geen genoegen met de categorieën van ontvangers.
GraydonCreditsafe voert verweer met conclusie dat het verzoek van [verzoeker] zal worden afgewezen en [verzoeker] te veroordelen in de gemaakte proceskosten.
4. De beoordeling
[verzoeker] heeft inzage verzocht op grond van artikel 15 van de AVG.
Het recht op inzage kan worden beperkt door middel van Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen onder de in artikel 23 van de AVG genoemde voorwaarden en met het oog op de in die bepaling genoemde belangen. In artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: UAVG) zijn uitzonderingen opgenomen op grond waarvan het recht op inzage buiten toepassing gelaten kan worden. De verwerkingsverantwoordelijke kan recht op inzage onder meer buiten toepassing laten en inzage weigeren als dit noodzakelijk is voor, samengevat, de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen (artikel 41 UAVG lid 1 onder e).
GraydonCreditsafe heeft aangevoerd dat het recht van inzage door [verzoeker] moet worden beperkt op grond van artikel 41 UAVG lid 1 onder e. Onder de bescherming van anderen valt ook het recht van GraydonCreditsafe zelf. De ontvangers zijn klanten van GraydonCreditsafe en de namen van de klanten betreft bedrijfsvertrouwelijke informatie en zij heeft recht op bescherming hiervan, aldus GraydonCreditsafe.
De rechtbank is van oordeel dat GraydonCreditsafe onvoldoende heeft onderbouwd dat het verstrekken van de lijst met klanten aan [verzoeker] schadelijk voor haar kan zijn, meer in het bijzonder voor het concurrentievermogen van GraydonCreditsafe. De geëigende cliënten van GraydonCreditsafe zijn banken, kredietinstellingen en gemeenten, zoals GraydonCreditsafe heeft verklaard. Wie dat zijn is algemeen bekend. De mogelijkheid bestaat dat in de lijst namen voorkomen van één of meer klanten waarvan misschien niet in de branche bekend is dat deze met enige regelmaat kredietinformatie opvragen. Maar als GraydonCreditsafe een of twee klanten verliest aan één van haar concurrenten, dan zou dat niet de bedrijfsvoering in gevaar moeten brengen. Als dat namelijk wel het geval is, dan is de bedrijfsvoering van GraydonCreditsafe niet op orde. Feit blijft dat GraydonCreditsafe niet heeft kunnen aantonen hoe groot haar klantenbestand is en welk deel daarvan deel uitmaakt van de lijst waarvan [verzoeker] inzage en afschrift verzoekt. Er is daardoor niet gebleken dat het verzoek van [verzoeker] buitensporig van aard is.
Daarbij komt nog dat niet ieder klantenbestand onder de definitie van “bedrijfsgeheim” valt. GraydonCreditsafe heeft onvoldoende onderbouwd dat haar klantenbestand daar wel onder valt. Daarnaast is de bescherming van het bedrijfsgeheim geen grondrecht. GraydonCreditsafe heeft zelf aangevoerd dat zij een speciale mix van klanten heeft. De rechtbank leidt hieruit af dat GraydonCreditsafe en haar concurrenten zich specialiseren en zich op verschillende klanten richten. De conclusie is dan ook dat het belang van [verzoeker] zwaarder moet wegen dan het recht van GraydonCreditsafe.
GraydonCreditsafe heeft voorts aangegeven de persoonsgegevens van [verzoeker] van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te hebben overgenomen. Niet is gebleken dat GraydonCreditsafe nog andere bronnen van informatie heeft gebruikt.
Het voorgaande betekent dat het verzoek onder 2 wordt afgewezen. Het verzoek onder 1 wordt toegewezen, met inachtneming van het navolgende. GraydonCreditsafe moet alleen de gegevens verstrekken van de klanten aan wie zij op het moment van het indienen van het verzoekschrift van [verzoeker] zijn persoonsgegevens heeft verstrekt. Indien [verzoeker] inzage wenst in de gegevens van de klanten aan wie GraydonCreditsafe in de toekomst zijn persoonsgegevens verstrekt zal hij daarvoor opnieuw een verzoek in moeten dienen. Het is op grond van de AVG niet mogelijk om GraydonCreditsafe op voorhand al te bevelen deze gegevens te verstrekken.
Het verzoek van [verzoeker] om GraydonCreditsafe te veroordelen voor het overtreden van artikel 12 lid 1 t/m 4 AVG zal niet worden toegewezen, nu [verzoeker] hier geen rechtsgevolg heeft aan verbonden.
De rechtbank acht het toewijzen van een dwangsom op zijn plaats. Deze zal worden bepaald op € 100,00 per dag met een maximum van € 2.000,00.
GraydonCreditsafe is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat [verzoeker] zich in deze procedure niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde komt hij, naar analogie met het bepaalde in artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in aanmerking voor een bedrag voor reis- en verblijfkosten. Deze worden begroot op € 50,00 omdat [verzoeker] een zitting heeft bijgewoond. Daarnaast moet GraydonCreditsafe aan [verzoeker] het door hem betaalde griffierecht van € 320,00 vergoeden.
5. De beslissing
De rechtbank
beveelt GraydonCreditsafe om binnen twee weken na de beschikking aan [verzoeker] te verstrekken een volledige lijst van de ontvangers aan wie persoonsgegevens van [verzoeker] zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
veroordeelt GraydonCreditsafe om aan [verzoeker] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 2.000,00;
veroordeelt GraydonCreditsafe in de proceskosten van € 370,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als GraydonCreditsafe niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet GraydonCreditsafe ook de kosten van betekening betalen;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2024.