ECLI:NL:RBMNE:2024:7791

ECLI:NL:RBMNE:2024:7791, Rechtbank Midden-Nederland, 12-11-2024, UTR 24/2036

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 12-11-2024
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer UTR 24/2036
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep te laat; niet -ontvankelijk;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 24/2036

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder,

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 31 januari 2024 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 30 november 2023. Bij deze uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

De zitting heeft middels een MSTeams verbinding plaatsgevonden op 28 oktober 2024. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun respectieve gemachtigden.

Overwegingen

1. Een beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 30 november 2023. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 11 januari 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op

31 januari 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

2. De rechtbank heeft bij brief van 16 mei 2024 gemachtigde van eiser gevraagd naar de reden van de te late indiening van het beroep. Gemachtigde van eiser heeft bij brief van

28 mei 2024 aangegeven dat het processchrift wel degelijk op tijd is verstuurd: binnen zes weken na ontvangst c.q. datering van het aanslagbiljet dan wel UOB c.q. de uitspraak van de rechtbank.

3. De gemachtigde van eiser heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij meerdere keren om een kopie van de poststempel en de envelop heeft gevraagd. De gemachtigde van eiser wil de envelop met een datumstempel zien.

4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen geldige reden voor het te laat indienen heeft gegeven. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).

De overschrijding van de redelijke termijn

6. De gemachtigde van eiseres heeft namens haar verzocht om een vergoeding van immateriƫle schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Een vergoeding van immateriƫle schade wordt op verzoek toegekend als een procedure over een belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase gezamenlijk als redelijk wordt beschouwd. De termijn hiervoor vangt aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt.

7. In dit geval gaat de rechtbank echter uit van een verlengde termijn van drie jaar voor de bezwaar- en de beroepsfase samen. Daaraan ligt ten grondslag dat de gemachtigde van eiseres een zeer groot aantal bezwaar- en (hoger)beroepsprocedures heeft lopen bij deze rechtbank, dat hij geen personeel heeft en dat zijn handelswijze noodzakelijkerwijs leidt tot het oplopen van de duur van de behandeling van de door hem ingestelde beroepen en daarmee tot het overschrijden van de redelijke termijn. Die handelswijze kan aan de gemachtigde van eiseres worden toegerekend.

8. Het bezwaarschrift is door verweerder ontvangen op 20 oktober 2023. Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke termijn in dit geval niet is overschreden en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

9. Het beroep is niet-ontvankelijk en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2024.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.C. Stijnen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?