ECLI:NL:RBMNE:2024:7797

ECLI:NL:RBMNE:2024:7797, Rechtbank Midden-Nederland, 14-06-2024, UTR 24/861-V

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-06-2024
Datum publicatie 07-01-2026
Zaaknummer UTR 24/861-V
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

geen griffierecht; verzet ongegrond;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2024 op het verzet van

[oppossante] , te [plaats] , opposante,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/861-V

Procesverloop

Opposante heeft beroep ingediend tegen het door verweerder (Belastingdienst/Toeslagen) niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 11 mei 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

In de uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet op tijd is ontvangen.

Opposante heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2024. Opposante is verschenen. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 4 april 2024 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 4 april 2024 niet juist was.

3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 4 april 2024 niet juist omdat zij vanwege het overlijden van een familielid van 15 februari 2024 tot en met 8 maart 2024 met haar kinderen naar Ghana is gevlogen. Opposante geeft aan dat zij hierdoor de nota van de rechtbank van 15 februari 2024 over het betalen van het griffierecht niet heeft ontvangen en daarom niet heeft kunnen betalen.

4. Het verzet is ongegrond. De rechtbank stelt vast dat opposante op 11 februari 2024 haar beroepschrift heeft ingediend. Ter zitting heeft opposante desgevraagd bevestigd dat zij de vlucht naar Ghana ver vóór het indienen van het beroepschrift heeft geboekt en dat zij de ontvangstbevestiging van de rechtbank van 12 februari 2024 voor haar vertrek naar Ghana per post heeft ontvangen. In de ontvangstbevestiging is vermeld dat op grond van de wet voor het beroep van opposante een aantal termijnen gelden die korter zijn dan bij een regulier beroep en dat er bijvoorbeeld een kortere termijn is voor het betalen van het griffierecht, voor het indienen van stukken en voor het reageren op stukken van de andere partij. Ook is in de bijlage gewezen op de termijnen en onder andere vermeld dat indien het griffierecht niet of te laat wordt betaald, de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen. In de bijlage is voorts verwezen naar de termijnen in het voor opposantes zaak geldende Procesreglement bestuursrecht en de digitale vindplaats daarvan. In dit Procesreglement is in hoofdstuk 3 opgenomen dat bij beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit de indiener van het beroepschrift wordt uitgenodigd het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het de verantwoordelijkheid van opposante was om ook tijdens haar verblijf in het buitenland ervoor te zorgen dat haar post op een deugdelijke manier werd bijgehouden. Dit kan bijvoorbeeld door hulp van familie, vrienden of buren. Het komt dan ook voor risico van opposante dat zij de nota van de rechtbank van 15 februari 2024 niet heeft ontvangen en het griffierecht daardoor niet heeft voldaan. Dat opposante door een opmerking van haar voormalig gemachtigde in de veronderstelling was dat het beslissen door de rechtbank wel eens twee jaar zou kunnen duren, leidt – gelet op het vorenstaande – niet tot een ander oordeel.

5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van

4 april 2024 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2024.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Skerka

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?