[eiser] , eiser
(gemachtigde: DAS, mr. M.M. Breukers),
en
Autoriteit Persoonsgegevens
(gemachtigde: mr. O.S. Nijveld).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) van 14 september 2023.
Omdat het beroep wat betreft het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is en voor het overige kennelijk ongegrond, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft op 24 juli 2021 bij de AP een melding gedaan over een datalek. Hierin stelt hij dat de gemeente Utrecht stukken op internet heeft gezet over een juridisch conflict, terwijl eiser had gevraagd de stukken alleen aan hem toe te sturen. Het gaat eiser onder andere om adresgegevens.
3. Op 25 januari 2023 heeft de AP besloten de klacht niet (verder) te behandelen. Wat betreft de weigering van de gemeente om adresgegevens te verwijderen ziet de AP geen evidente overtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Zij wijst daarbij op de afwegingen die de gemeente zelf dient te maken over het al dan niet openbaar maken van (persoons)gegevens en de ruimte die zij daarvoor heeft in het kader van de toepassing van de Wet open overheid. Eiser heeft in de desbetreffende procedure(s) de mogelijkheid om zich tegen openbaarmaking te verweren.
4. Bij het bestreden besluit is de AP bij dit oordeel gebleven. Bepaalde gegevens zijn dan inmiddels verwijderd, zodat een herstelactie niet in de rede ligt. De AP acht de inmiddels opgeheven mogelijke inbreuk op de privacy betrekkelijk gering. Andere gegevens zijn nog onderdeel van lopende rechterlijke procedures. Hierin zal een oordeel worden gegeven over de afweging van de belangen van bescherming van persoonlijke levenssfeer in relatie tot het belang van openbaarheid. De AP herhaalt dat zij na gepast onderzoek niet kan vaststellen dat sprake is van een (evidente) overtreding van de AVG waartegen zij handhavend moet optreden.
5. Bij beroepschrift gedateerd 8 september 2023, ingekomen bij de rechtbank Den Haag op 12 september 2023, heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 4 maart 2023. Wat betreft het besluit van 14 september 2023, vindt eiser dat de AP nader onderzoek had moeten doen omdat zij een overtreding van de AVG niet kan uitsluiten. Zij had moeten beoordelen of de gemeente Utrecht onder de bekende omstandigheden de AVG overtreedt door de adresgegevens van eisers pand en de buurpanden op internet te publiceren. Dit is, naast de overwegingen over toepassing van de Woo, een zelfstandige bevoegdheid van de AP.
6. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiser met zijn beroep niet bereiken wat hij wenst, namelijk dat het openbaarmaken van zijn adresgegevens of die van zijn buren als onrechtmatig wordt aangemerkt. De AP verwijst voor de (destijds) lopende zaken terecht naar de oordelen die in de bezwaar- en beroepsprocedures worden en inmiddels zijn gegeven over de afwegingen tussen het belang van openbaarheid en het belang van bescherming van persoonsgegevens. Deze rechtbank heeft hierover op 5 december 2023 geoordeeld dat de adresgegevens openbaar gemaakt mochten worden. Dit oordeel is bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadien is de rechtbank bij dit oordeel gebleven. In hoger beroep is eiser vervolgens niet-ontvankelijk verklaard omdat de Afdeling al eerder had geoordeeld dat de adresgegevens van het pand van eiser en van de omliggende panden in documenten over hetzelfde juridisch conflict openbaar mogen worden gemaakt.
7. Gelet op de (destijds) lopende procedures bij gemeente en rechterlijke instanties, over dit conflict heeft de AP zich over de melding van eiser, terecht op het standpunt gesteld dat zij op gepaste wijze onderzoek heeft gedaan. Weliswaar waren destijds in afwachting van de bodemprocedures een aantal gegevens weer verwijderd, naar aanleiding van de door eiser bedoelde uitspraak van 5 december 2022 (ECLI:NL:RBMNE:2022:5670), maar gelet op de eindoordeel in die zaak en andere zaken is deze voorlopige voorziening vervallen en inhoudelijk achterhaald. Dit is dan ook geen aanleiding voor de AP om verder onderzoek te doen.
8. De AP heeft mogen verwijzen naar de vaste werkwijze, zoals deze in vaste rechtspraak is geaccordeerd. Mede in de context van de oordelen in de Woo-procedures, heeft de AP zich terecht op het standpunt gesteld dat op gepaste wijze onderzoek is gedaan. De beoordeling of openbaarmaking van het adres was toegestaan is in die rechtszaken gedaan en de AP mocht naar de oordelen in de desbetreffende procedures verwijzen.
9. De rechtbank volgt niet het standpunt van eiser dat de AP na diepgaander onderzoek zelfstandig had moeten beoordelen of de gemeente Utrecht de AVG overtreedt. De rechtbank overweegt hierover en over de verhouding tussen de Woo en de AVG als volgt.
10. De Woo regelt de wijze waarop is voorzien in de toegang tot publieke informatie. De overheid zal bij de toepassing van die wet de relevante informatie openbaar moeten maken. Daarbij zal het desbetreffende overheidsorgaan in sommige gevallen ook persoonsgegevens verwerken. Artikel 86 AVG houdt hier ook rekening mee. In dat artikel is bepaald dat persoonsgegevens in officiële documenten die in het bezit zijn van een bestuursorgaan, door het bestuursorgaan in kwestie openbaar mogen worden gemaakt, overeenkomstig het Unierecht of het lidstatelijk recht dat op de overheidsinstantie van toepassing is. Dit om het recht van toegang van het publiek tot officiële documenten in overeenstemming te brengen met het recht op bescherming van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening (de AVG).
De Woo (en voorheen de Wet openbaarheid van bestuur) is een voorbeeld van nationaal recht van de lidstaat als bedoeld in artikel 86 AVG. Hierin is een balans opgenomen tussen de openbaarheid van informatie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals tot uitdrukking komt in de uitzonderingsgronden van artikel 5.1 Woo. Met de beoordeling die in de Woo-zaken is gegeven, is daarmee ook geoordeeld dat er geen sprake is van met de AVG strijdige verwerking van persoonsgegevens.
Dat de gemeente de AVG overtreedt door de adresgegevens van eisers pand en de buurpanden op internet te publiceren is dan ook niet aan de orde. De AP behoefde hier verder geen onderzoek naar te doen.
11. Gezien het vorenstaande is het beroep kennelijk ongegrond.
12. Het beroep is gestart met het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Eiser heeft geen belang meer bij een oordeel daarover, omdat de AP kort nadien alsnog een inhoudelijk besluit heeft genomen. Dit beroep is daarom niet ontvankelijk.
De AP heeft erkend dat zij te laat op het bezwaar heeft beslist. Het beroep is daarom terecht ingediend. Daarom zal de rechtbank de AP in de proceskosten veroordelen. Het zijn de kosten in verband met de indiening van het beroepschrift (1 punt), € 875,- per punt en een wegingsfactor van 0,5.
Beslissing
De rechtbank
-verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
-verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
-veroordeelt de Autoriteit Persoonsgegevens in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 december 2024.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.