RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/561419 / HA ZA 23-521
Vonnis van 7 augustus 2024
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. E. Köse te Rotterdam,
tegen
[gedaagde partij] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. H.F.C. Hoogendoorn te Amsterdam.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 juni 2024,
- het verzoek tot het openstellen van tussentijds appel van [gedaagde partij] , ingekomen op 3 juli 2024,
- de antwoordakte van [eisende partij] , ingekomen op 16 juli 2024.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
[gedaagde partij] heeft op 3 juli 2024 aan de rechtbank verzocht tussentijds hoger beroep toe te staan van haar tussenvonnis van 12 juni 2024. [eisende partij] heeft daar bezwaar tegen.
De rechtbank ziet in hetgeen [gedaagde partij] heeft aangevoerd geen reden af te wijken van de hoofdregel en tussentijds hoger beroep toe te staan. Het verzoek van [gedaagde partij] wordt afgewezen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
wijst af het verzoek van [gedaagde partij] om tussentijds hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis van 12 juni 2024,
verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 augustus 2024 voor uitlating door [gedaagde partij] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bepaalt dat, als [gedaagde partij] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar
wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
bepaalt dat, als [gedaagde partij] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de
verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden september tot en met december 2024 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor
zullen worden bepaald,
houdt haar beslissing voor het overige aan.
Dit vonnis is gewezen door T.M. Sanders en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024.