RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/197841-23 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 augustus 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] ( [postcode] ) in [woonplaats] ,
hierna: verdachte.
1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juli 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M.M.L. Kalsbeek en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R.A.L.F. Frijns, advocaat te Rotterdam, alsmede de advocaat van de benadeelde partij [aangeefster] (hierna: aangeefster), mr. A.Y. Bleeker, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.
2. TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
op 1 januari 2023 in Utrecht bij [aangeefster] seksueel is binnengedrongen, terwijl hij wist dat die [aangeefster] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.
3. VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4. WAARDERING VAN HET BEWIJS
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen. De verklaring van aangeefster is betrouwbaar en derhalve bruikbaar voor het bewijs. Aangeefster heeft in grote lijnen consistent verklaard en haar verklaring wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. Gelet op haar verklaring en de overige feiten en omstandigheden uit het dossier, kan worden vastgesteld dat aangeefster ten tijde van de seksuele handelingen in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Zij was namelijk onder invloed van alcohol en sliep. Nu het voor verdachte kenbaar was dat aangeefster in voornoemde staat verkeerde vindt de officier van justitie dat bij verdachte sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit en heeft daartoe aangevoerd dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. De verklaringen van aangeefster zijn volgens de verdediging inconsistent en derhalve onbetrouwbaar. Daar staat tegenover dat verdachte eenduidig heeft verklaard dat de seksuele handelingen met aangeefster met wederzijdse toestemming hebben plaatsgevonden. Zo hebben verdachte en aangeefster voordat de seksuele handelingen plaatsvonden een gesprek gehad en liet zij, tijdens de seksuele handelingen, op verschillende manieren merken dat ze het prettig vond. Ook heeft zij tijdens de seks meebewogen. Aangeefster bevond zich dan ook niet in een staat van verminderd bewustzijn.
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Verdachte heeft ter terechtzitting op 16 juli 2024 onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende verklaard:
Ik was op 1 januari 2023 op een feestje in Utrecht waar aangeefster ook was. Aangeefster had alcohol op en ik wist dat zij moe was. Het klopt dat ik seks met haar heb gehad en haar heb gevingerd. Ik kwam de slaapkamer in en zag dat aangeefster daar lag. Ik lag naast haar. Ik aaide over haar bil. Ik wreef over haar vagina en ik kon er met twee vingers in. Toen dacht ik nu kan mijn piemel er wel in. Toen kwam de daad. Ze lag op haar buik en ik wilde een ander standje doen. Ik duwde haar zacht met mijn hand om de richting aan te wijzen en ze draaide mee. U, vraagt mij of er wat werd gezegd tijdens de seks? Ik praat niet zoveel tijdens seks. Tijdens de seks heeft zij mij niet gestreeld of aangeraakt. Zij heeft mij ook niet gezoend of afgetrokken.
Het klopt dat de telefoon, waarop de filmpjes van aangeefster zijn aangetroffen, van mij is. Ik heb deze filmpjes stiekem gemaakt voordat ik seks met aangeefster heb gehad. Toen ik binnenkwam en de filmpjes maakte leek aangeefster te dutten.
U, voorzitter, houdt mij de volgende berichten voor die ik heb gestuurd naar mijn broer ‘ [A] ’:
‘10:35 - from [verdachte] - Twee verschillende
10:35 - from [verdachte] - Op een avond
10:35 - from [verdachte] - Een rooie
10:35 - from [verdachte] - Een een deze’
Het klopt dat ik eerder seks heb gehad met een ander meisje. Dit gaat over haar en aangeefster. Deze berichten heb ik verstuurd voordat ik seks met aangeefster had gehad.
Aangeefster [aangeefster] heeft in het verhoor bij de politie op 2 januari 2024 onder meer het volgende - zakelijk weergegeven - verklaard:
V: Wanneer is het gebeurd?
A: op 1 januari 2023.
V: Waar is het gebeurd?
A: In de slaapkamer. [adres 2] in [plaats] .
A: Ik ben naar de slaapkamer gegaan.
A: lk ga op het bed liggen.
V: Wat is de reden dat jij naar de slaapkamer gaat?
A: lk was dronken, ik wilde daar gaan slapen.
V: Wat had jij gedronken?
A: Soju, een drankje met 14% alcohol in een fles van 500 ml. Ik dronk ze als shotjes. Ik weet niet meer hoeveel, ik denk veel. Gisteren was ik dronken.
A: Ik werd weer helder. Hij zat toen met zijn vingers in mijn vagina te spelen.
V: Wat is er gebeurd tussen het spelen met jou vagina en dat hij op bed lag?
A: Dat weet ik niet meer.
A: Hij draaide mij om op mijn buik en hij ging toen een soort van doggy-style doen. Hij deed zijn penis er weer in.
V: Wat er in die tijd gezegd?
A: Ik heb niets gezegd, ik was toen weer helemaal weg. Ik kwam weer bij toen ik weer op mijn rug lag. Ik zag dat hij bezig was met zijn penis in mijn vagina.
A: Ik heb ze geen toestemming gegeven.
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] staat onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende:
Op 1 januari 2023 werden wij gezonden naar de [adres 2] te [plaats] .
Ter plaatse
Wij kwamen ter plaatse en troffen [aangeefster] zichtbaar overstuur aan. Ik zag dat zij gehurkt op de grond zat met haar handen over haar gezicht. Ik zag en hoorde dat zij hard huilde.
Getuige [getuige] heeft op 11 januari 2023 onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende verklaard:
0: Je bent op 1 januari 2023 aanwezig geweest bij een huisfeestje op de [adres 2] te [plaats] . Wat kan jij verklaren over wat er is gebeurd?
A: Het meisje (de rechtbank begrijpt: aangeefster [aangeefster] ) was heel erg dronken. Ze was zo dronken dat ze om viel. Ze was heel erg moe en op een zeker moment viel ze ook in slaap op de bank. Toen is ze blijkbaar in de slaapkamer gaan liggen.
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] staat onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende:
Dit proces-verbaal betreft mijn bevindingen die betrekking hebben op de filmpjes die zijn aangetroffen en veiliggesteld vanaf de inbeslaggenomen telefoon (Oppo) van de verdachte [verdachte] en die door mij, verbalisant, zijn bekeken.
Onderzoek video’s:
[bestandsnaam 1] (UTC + 2)
Ik zag op de video een ruimte die ik herkende als de slaapkamer op het adres [adres 2] te [plaats] . Ik zag een manspersoon op een bed liggen. Ik herkende de man als de verdachte [verdachte] die op maandag 2 januari 2023 door mij als verdachte was gehoord. Ik zag dat hij was gekleed in een saliegroen/grijze trui. [verdachte] filmde in eerste instantie zichzelf, maar filmde vervolgens ook een vrouw die naast hem op hetzelfde bed lag. Ik zag dat deze vrouw op haar buik op het bed lag. Ik zag dat de vrouw onder een grijsgroene fleecedeken lag. lk herkende deze vrouw als aangeefster [aangeefster] met wie ik op 1 januari 2023 een informatief gesprek had gehad. Ik zag dat [aangeefster] haar ogen gesloten had, dat zij kennelijk aan het slapen was en zich er niet van bewust was dat zij op dat moment gefilmd werd.
[bestandsnaam 2] (UTC +2)
Op de video wordt niet gesproken. Ik zag op de video dat er een hand van een persoon met een blanke huidskleur over een groen/grijs gekleurde fleecedeken gaat. lk herkende deze fleecedeken als de fleecedeken waaronder ik aangeefster [aangeefster] had zien liggen op het door mij bekeken filmpje [bestandsnaam 1] .
Ik zag op de video dat een hand van een persoon met een blanke huidskleur kort en zacht heen en weer aait over de fleecedeken. Vervolgens zag ik dat deze hand de fleecedeken opzij trekken. lk zag dat de persoon die deze deken opzij trekt een saliegroene/grijze trui met lange mouwen droeg in dezelfde kleur als de trui die de verdachte [verdachte] draagt op het filmpje [bestandsnaam 1] .
Doordat de fleecedeken opzij getrokken wordt, is te zien dat er een persoon onder de deken ligt. Er is te zien dat deze persoon een zwarte jas draagt waarvan de achterzijde te zien is.
Opmerking verbalisant: Aangeefster [aangeefster] gaf in het informatieve gesprek aan dat zij met haar jas aan op de slaapkamer op bed was gaan liggen en in slaap was gevallen.
[bestandsnaam 3] (UTC +2)
Ik zag verdachte [verdachte] in beeld. Ik zag dat er over de groen/grijs gekleurde fleecedeken heen richting bovenzijde van de deken gefilmd wordt. Ik zag vervolgens dat bovenaan de fleecedeken donkerkleurig/bruin lang haar te zien is.
[bestandsnaam 4] (UTC +2)
Er wordt richting het bed gefilmd. Te zien is dat er een persoon onder de deken op het bed ligt. Op dat moment is er ook vrouw te horen die aan het huilen is. Dan is een vrouwenstem te horen die herken als de stem van aangeefster [aangeefster] en ik hoorde haar, tussen het huilen door, zeggen:
[aangeefster] : (ntv) wat wie what the fuck heb jullie opgevoed man. Wie gaat een meisje die verkeerd dronken zijn...
Onderzoek chats:
In de uitgelezen data van de inbeslaggenomen Oppo zijn chats inzichtelijk gemaakt.
Whatsappcontact [A] ( [A] )
lk zag whatsapp chatberichten van 1 januari 2023 tussen [verdachte] en [A] .
Op 1-1-2023 om:
10:00 - from [verdachte] - Afbeelding (slapende aangeefster [aangeefster] )
10:01 - from [A] - is ze k o
10:04 - from [verdachte] - Filmpje [bestandsnaam 5] (Verdachte [verdachte] filmt slapende aangeefster [aangeefster] )
10:05 - from [A] - is ze allang out
10:08 - from [verdachte] - Afbeelding (slapende aangeefster [aangeefster] )
10:15 - from [A] - Trek gewoon die deken zachtjes steeds stukje naar beneden
10:17 - from [verdachte] - [bestandsnaam 6] (filmende verdachte [verdachte] trekt deken weg)
10:19 - from [verdachte] - Kommm
10:19 - from [verdachte] - Is nog bezig
10:19- from [A] - Wat is nog bezig dan
10:20 - from [verdachte] - Filmpje [bestandsnaam 7] (filmende verdachte [verdachte] en slapende aangeefster [aangeefster] )
10:35 - from [verdachte] - Twee verschillende
10:35 - from [verdachte] - Op een avond
10:35 - from [verdachte] - Een rooie
10:35 - from [verdachte] - Een een deze
10:36 - from [A] - Deze is zowiezo in
10:36 - from [verdachte] - Jaa
10:36 - from [A] - Klopt die rooie
10:36 - from [verdachte] - al gedaan
Bewijsoverweging
Betrouwbaarheid verklaring aangeefster
In de eerste plaats beoordeelt de rechtbank de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. In het algemeen geldt daarbij dat de verklaringen beoordeeld worden op volledigheid, consistentie en accuraatheid.
De rechtbank constateert op basis van het dossier dat aangeefster - hoewel haar verklaringen niet op alle details volledig overeenkomen - een consistente verklaring heeft afgelegd over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden op momenten dat zij niet (volledig) bij bewustzijn was. Zij verklaart voor zover zij daaraan herinneringen heeft gedetailleerd over de volgorde van de seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze zich hebben voorgedaan en haar verklaring komt authentiek over. Dat haar verklaringen niet op elk ondergeschikt onderdeel overeenkomen en zij zich naderhand (nieuwe) feiten en omstandigheden herinnert acht de rechtbank, gelet op de hoeveelheid alcohol die zij die avond had genuttigd en haar beschonken toestand, voorstelbaar. Waar het gaat om de ten laste gelegde handelingen en haar staat van verminderd dan wel buiten bewustzijn heeft zij (telkens) gelijkluidend verklaard. Daarbij komt dat de verklaring van aangeefster ook in grote mate overeenkomt met de volgorde van de door verdachte beschreven seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze zich volgens hem hebben voorgedaan. Zo beschrijven zowel aangeefster als verdachte dat aangeefster tijdens de seks heeft meebewogen, verdachte aangeefster op enig moment heeft omgedraaid waarbij zij meebewoog, en dat aangeefster zelf geen actieve handelingen heeft verricht. Dat ook aangeefster heeft verklaard tijdens geslachtsgemeenschap met verdachte onbewust te hebben meebewogen, ondersteunt de authenticiteit van haar verklaring.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is.
Juridisch kader artikel 243 Sr
Dat verdachte seksuele handelingen bij en met aangeefster heeft verricht kan uit het dossier worden afgeleid en wordt niet betwist. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of hierbij sprake was van verminderd bewustzijn bij aangeefster en of verdachte dit wist. Van de in artikel 243 Sr bedoelde wetenschap van de verdachte is ook sprake indien komt vast te staan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de ander in een staat van verminderd bewustzijn verkeerd (voorwaardelijk opzet).
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht volgt dat de staat van verminderd bewustzijn ziet op situaties tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij of zij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander. Het slachtoffer kan zich hierbij bijvoorbeeld in een situatie van half slaap of sluimering bevinden, die aan een diepe slaap voorafgaat of daarop volgt.
Verminderd bewustzijn
Uit de behandeling ter terechtzitting en de bovengenoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat aangeefster ten tijde van de seksuele handelingen verkeerde in een staat van verminderd bewustzijn, nu zij dronken was en sliep. Zo heeft aangeefster verklaard dat zij veel sterke drank op had, zich dronken voelde en op is bed gaan liggen om te slapen. Dat aangeefster dronken was wordt bevestigd door getuige [getuige] , die verklaarde dat aangeefster ‘heel erg dronken was en omviel’. Ook verdachte zelf heeft verklaard dat aangeefster de bewuste avond gedronken had. Over de seksuele handelingen zegt aangeefster dat zij sliep of ‘helemaal weg was’, en ontwaakte op de momenten waarop verdachte met zijn vingers dan wel geslachtsdeel bij haar vagina was binnengedrongen. Haar verklaring dat zij sliep wordt (in zoverre) ook ondersteund door de verklaring van verdachte en de filmpjes die verdachte van aangeefster heeft gemaakt vlak voordat de seksuele handelingen plaatsvonden waarop zij met gesloten ogen en slapend te zien was.
Opzet
Voor een bewezenverklaring van artikel 243 Sr is vereist dat de dader wist (opzet) of willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer verkeerde in een toestand van verminderd bewustzijn.
Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij wist dat aangeefster dronken was en dat zij sliep toen hij de slaapkamer betrad. In het chatgesprek met zijn broer ‘ [A] ’ wordt ook aan verdachte gevraagd of aangeefster ‘k o’ of ‘allang out’ is, waarop verdachte filmpjes stuurt van aangeefster die slaapt. Er heeft vervolgens geslachtsgemeenschap tussen verdachte en aangeefster plaatsgevonden, waarbij aangeefster niets heeft gezegd, geen actieve handelingen heeft verricht en derhalve geen signaal heeft afgegeven waaruit blijkt dat ze wakker dan wel voldoende bij bewustzijn was. De verklaring van verdachte dat aangeefster nat werd en kreunde toen hij haar vagina betastte, waarop hij haar heeft gevingerd, maakt dit niet anders. Dat het lichaam van aangeefster reageerde op zijn aanrakingen en dat zij onbewust heeft meebewogen maakt niet dat aangeefster wakker was en/of (geheel) bij bewustzijn was. Deze reactie van aangeefster kan een natuurlijke reactie van het lichaam zijn.
Nu verdachte kennis droeg van het feit dat aangeefster sliep en/of zich in een sluimerige staat bevond én dronken was, en er geen actieve handelingen vanuit aangeefster zijn geweest maar aangeefster de seks passief heeft ondergaan heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, wat (voorwaardelijk) opzet oplevert.
Alles overwegende acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met zijn vingers en zijn geslachtsdeel seksueel is binnengedrongen in de vagina van aangeefster terwijl zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
5. BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
op 1 januari 2023 te Utrecht, met [aangeefster] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van verminderd bewustzijn verkeerde een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [aangeefster] en
- het brengen van vingers van hem, verdachte, in de vagina van die [aangeefster] .
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8. OPLEGGING VAN STRAF
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met de (bijzondere) voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van de reclassering van 22 juli 2024. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht aan verdachte een taakstraf op te leggen voor de duur van 160 uren. Ook heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte een artikel 38v Wetboek van Strafrecht maatregel (hierna: 38v-maatregel) op te leggen voor de duur van 5 jaren, inhoudende een contactverbod met aangeefster. Bij overtreding van deze maatregel geldt een vervangende hechtenis van 1 week met een maximum van 6 maanden vervangende hechtenis. De officier van justitie heeft verzocht de 38v-maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen van aangeefster, terwijl hij wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Verdachte en aangeefster waren beiden te gast op een huisfeestje in Utrecht en kenden elkaar niet. Aangeefster voelde zich op enig moment zo dronken dat zij in een slaapkamer op bed is gaan liggen om te slapen. Terwijl aangeefster lag te slapen is verdachte de slaapkamer binnengegaan, waarna hij aangeefster stiekem al slapend heeft gefilmd en deze filmpjes naar zijn broer heeft gestuurd. Na het filmen heeft verdachte de vagina van aangeefster betast en haar gevingerd, terwijl aangeefster op dat moment niet (geheel) bij bewustzijn was. Vervolgens heeft er (meermaals) geslachtsgemeenschap tussen aangeefster en verdachte plaatsgevonden. Op een gegeven moment heeft verdachte aangeefster op haar buik gedraaid en haar (opnieuw) gepenetreerd. Aangeefster kon op dat moment niets zeggen, omdat zij helemaal weg was. Zij kwam weer bij toen zij op haar rug lag, terwijl verdachte haar penetreerde en een ander met zijn geslachtsdeel in haar gezicht sloeg. Dit moet voor aangeefster een zeer beangstigende situatie zijn geweest. Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van aangeefster én haar zelfbeschikkingsrecht. Het is een feit van algemene bekendheid dat zedenmisdrijven langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Zo ook in dit geval. Uit de vordering tot schadevergoeding en de (ter terechtzitting gegeven) toelichting hierop, blijkt dat aangeefster (nog steeds) last heeft van angst en schaamte. Zij kampt met depressieve gedachten en heeft slaapproblemen. Als er over het incident wordt gesproken klapt aangeefster dicht en distantieert zij zich, waardoor zij op dit moment nog geen behandeling kan ondergaan voor het verwerken van haar trauma. Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor aangeefster. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 juni 2024 op naam van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. De rechtbank weegt dit niet in strafmatigende zin mee.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 22 juli 2024, opgesteld door mevrouw G. Soeurt, reclasseringswerker. Gelet op de ontkennende proceshouding van verdachte kunnen eventuele risicofactoren niet worden bepaald en is de reclassering niet in staat het risico op recidive in te schatten. Er spelen wel enkele problemen in het leven van verdachte. Verdachte heeft, door deze strafzaak, de afgelopen periode veel angst ervaren. Zo is hij bang voor de mogelijke gevolgen van een veroordeling. Om de spanning en angst te onderdrukken gebruikt verdachte meermaals per week wiet. Dit baart de reclassering zorgen. Sinds juli 2024 heeft verdachte zich wel aangemeld bij De Hoop in Dordrecht voor hulp bij zijn cannabisgebruik.
Verdachte volgt een hbo-opleiding in de richting van ‘commerciële economie’. Door een eerdere delict situatie (waarvoor verdachte in december 2020 is veroordeeld), de nasleep hiervan én de coronatijd is verdachte achter geraakt met scholing. Het einde van zijn opleiding is in zicht en verdachte zal aan het einde van dit jaar dan wel volgend jaar afstuderen. Positief is dat verdachte op dit moment een baan heeft als personal trainer. Eerder werkte verdachte bij de BSO, waar hij een 0-urencontract had. Dit werk heeft hij, gelet op de huidige verdenking, al anderhalf jaar niet kunnen uitvoeren.
In de eerder genoemde strafzaak uit 2020 is aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd. Ten tijde van zijn detentie in 2022 was sprake van een psychotische episode. Er werd een rechterlijke machtiging afgegeven en er vond klinische opname in Den Haag plaats. Zijn klinische opname werd op enig moment overgenomen door Yulius, waar verdachte tot op heden onder behandeling is. Ook slikt hij op dit moment antipsychoticum.
De reclassering heeft geadviseerd verdachte, bij een voorwaardelijk strafdeel, onder andere de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij Reclassering Nederland en ambulante behandeling door De Waag. Verdachte is reeds langdurig in behandeling bij Yulius. De reclassering heeft echter vernomen dat Yulius geen behandelaanbod heeft voor seksualiteitsbeleving. Om deze reden adviseert de reclassering verdachte, bij veroordeling, behandeling te laten ondergaan bij een daarvoor gespecialiseerde organisatie.
De op te leggen straf
Het bewezenverklaarde feit betreft een ernstig delict waarvan – blijkens de op de zitting afgelegde verklaring – het slachtoffer tot op de dag van vandaag nog last ondervindt. Die ernst van het feit rechtvaardigt in beginsel het opleggen van een gevangenisstraf met een dusdanig onvoorwaardelijk strafdeel dat verdachte nog voor meerdere maanden terug zou moeten naar de gevangenis, zoals ook is geëist door de officier van justitie. De rechtbank ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om van de strafeis van de officier van justitie af te wijken. Verdachte is door de huidige verdenking zijn baan kwijtgeraakt en heeft de laatste anderhalf jaar veel spanning en angst ervaren. Daar komt bij dat de eerdere detentie verdachte zeer zwaar is gevallen onder andere omdat toen sprake is geweest van een psychotische episode. Deze psychose is op dit moment in remise. Verdachte heeft ter terechtzitting (tot op zekere hoogte) openheid van zaken gegeven en heeft oprecht spijt van hetgeen op 1 januari 2023 is gebeurd, al blijft hij deels bij zijn eigen beleving. Ook lijkt verdachte zijn leven, met de hulpverlening die hij krijgt en heeft aangevraagd, te willen beteren. Gezien de houding van verdachte, zijn persoon en de consequenties die verdachte als gevolg van de verdenking al heeft ervaren ziet de rechtbank aanleiding een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank acht het gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte wel noodzakelijk een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, om hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen en om reclasseringsbegeleiding en behandeling mogelijk te maken. Ook zal de rechtbank, gelet op de aard en ernst van het feit, aan verdachte de maximale taakstraf opleggen zodat verdachte (ook) op die manier de consequenties van zijn handelen ondervindt.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 238 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met daaraan, naast de hieronder opgenomen algemene voorwaarden, de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden, namelijk een meldplicht bij Reclassering Nederland, ambulante behandeling bij De Waag en een contactverbod met aangeefster passend en geboden. Dit betekent dat verdachte niet naar de gevangenis hoeft als hij zich houdt aan de voorwaarden. Naast deze geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uren (subsidiair 120 dagen hechtenis), opleggen.
De rechtbank ziet anders dan de officier van justitie op basis van het dossier geen aanleiding om ter beveiliging van aangeefster en ter voorkoming van strafbare feiten een 38v-maatregel in de vorm van een contactverbod met aangeefster op te leggen. Zo heeft de reclassering het recidiverisico niet kunnen inschatten en is de rechtbank niet gebleken van enig contact met politie en justitie in verband met (een) nieuw zeden- dan wel geweldsfeit(en). De rechtbank acht, onder de gegeven omstandigheden, een 38v-maatregel niet passend maar zal verdachte wel een contactverbod met aangeefster opleggen als bijzondere voorwaarde.
9. BENADEELDE PARTIJ
[aangeefster] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.130,37. Dit bedrag bestaat uit € 130,37 materiële schade en € 5.000 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in haar geheel toe te wijzen (hoofdelijk voor wat betreft de materiële schade), met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerderd met de wettelijke rente. De gevorderde bedragen zijn volgens de officier van justitie voldoende onderbouwd en redelijk gelet op de ernst van het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat, gelet op de bepleite vrijspraak, de vordering van de benadeelde partij niet voor toewijzing in aanmerking komt.
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en de vordering van
de benadeelde partij, vast komen te staan dat de benadeelde rechtstreekse materiële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde. De benadeelde heeft in haar vordering aangegeven en onderbouwd dat zij ten gevolge van (onder andere) het handelen van verdachte medische kosten heeft moeten maken voor een polikliniekbezoek aan het UMCU op 1 januari 2023, waarvoor zij een bedrag van € 130,37 aan eigen risico heeft moeten betalen. De rechtbank is van oordeel dat deze schade voldoende is onderbouwd en zal de gevorderde materiële schade daarom toewijzen.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 aanhef en onder b , eerste lid, sub b van het Burgerlijk Wetboek kan een benadeelde partij aanspraak maken op vergoeding van immateriële schade indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in de eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in de persoon is aangetast. Van de aantasting ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde psychische schade heeft opgelopen.
De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De rechtbank overweegt dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor aangeefster in de huidige zaak met zich brengen dat een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte aangeefster eerst heeft gefilmd terwijl zij sliep, haar daarna heeft gevingerd en gepenetreerd en zij vervolgens wakker werd omdat een ander zijn geslachtsdeel in haar gezicht sloeg, terwijl zij op dat moment ook nogmaals door verdacht werd gepenetreerd. Haar lichamelijke integriteit is daardoor in ernstige mate aangetast.
Gelet op de aard en ernst van de normschending, de nadelige gevolgen die de benadeelde partij blijkens haar vordering en (ter terechtzitting gegeven) toelichting hierop, heeft ondervonden, acht de rechtbank het gehele gevorderde bedrag van 5.000, - billijk, en daarom toewijsbaar.
Wettelijke rente
De rechtbank zal aldus de vordering voor een totaalbedrag van € 5.130,37 toewijzen, bestaande uit € 130,37 aan materiële schade en € 5.000, - aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 tot de dag van volledige betaling.
Hoofdelijkheid
Het toegewezen materiële schadebedrag van € 130,37 wordt hoofdelijk toegewezen. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is. Indien verdachte G.J. Martinus een deel van het bedrag betaalt, is verdachte niet langer gehouden om dat deel aan aangeefster te betalen (en vice versa).
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte (hoofdelijk voor wat betreft het materiële schadebedrag) de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 5.130,37, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 60 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.
Proceskosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 243 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
11. BESLISSING
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen;
- bepaalt dat de gevangenisstraf voor een gedeelte van 238 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht in mindering zal worden gebracht;
- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;
Benadeelde partij [aangeefster]
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en L.L. Veendrick, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2024.
De voorzitter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2023 te Utrecht, met [aangeefster] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [aangeefster] en/of
- het brengen van één of meer vingers van hem, verdachte, in de vagina van die [aangeefster] ;
(art 243 Wetboek van Strafrecht)