ECLI:NL:RBMNE:2024:7955

ECLI:NL:RBMNE:2024:7955

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-10-2024
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 16/117674-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte heeft in de trein een gaspistool en vier losse (voor dat type wapen geschikte) knalpatronen voorhanden gehad. Verdachte heeft het gaspistool op enig moment in de trein uit zijn jaszak gehaald en vastgehad. Dit is in ieder geval door één treinreiziger gezien. Het gevolg daarvan is een grote politie-inzet geweest en ontregeling van het treinverkeer. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur 6 weken (met aftrek van voorarrest) passend en geboden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/117674-24 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 oktober 2024

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] , hierna: verdachte.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 oktober 2024.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. F.M.R. Ilahibaks, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

op 4 april 2024 in Amersfoort een onbekend gebleven persoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

feit 2:

op 4 april 2024 in Amersfoort een gaspistool voorhanden heeft gehad;

feit 3:

op 4 april 2024 in Amersfoort vier knalpatronen voorhanden heeft gehad.

3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Nu verdachte het gaspistool in de trein aan een onbekend gebleven persoon heeft getoond, is volgens de officier van justitie sprake van bedreiging. Dat verdachte (daarbij) zou hebben gezegd dat deze persoon ‘hier niet hoort’ acht de officier van justitie niet wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde. Er is sprake van een ‘de auditu-verklaring’, oftewel een verklaring van horen zeggen. Mevrouw [getuige] , conductrice, is als getuige gehoord en heeft van een onbekend gebleven persoon vernomen dat verdachte een vuurwapen heeft getoond en (daarbij) heeft gezegd dat deze persoon ‘hier niet hoort’. Verdachte ontkent deze bedreiging en ieder steunbewijs ontbreekt.

Ook kan volgens de raadsman niet worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad op het bedreigen van de onbekend gebleven persoon. Verdachte verklaart dat hij alleen het gaspistool kort vast heeft gehad en dat hij niemand in de treincoupé zag zitten. De getuige heeft verklaard dat de onbekend gebleven persoon gebrekkig Nederlands sprak en niet letterlijk heeft gezegd dat hij zich bedreigd voelde. De mogelijkheid bestaat dat de onbekend gebleven persoon het wapen van verdachte heeft gezien en dit als dreigend ervoer, hetgeen geen strafbare bedreiging in de zin van het Wetboek van Strafrecht oplevert.

Verdachte heeft de feiten 2 en 3 bekend en de raadsman heeft ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het bedreigen van de onbekend gebleven persoon. Zij overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft ontkend de onbekend gebleven persoon te hebben bedreigd en verklaart dat hij enkel het gaspistool uit zijn jas heeft gehaald, vast heeft gehad en een zwaaiende beweging heeft gemaakt met het gaspistool gericht naar de grond, dit alles terwijl hij niemand in de treincoupé zag zitten. Op basis van de getuigenverklaring van [getuige] gaat de rechtbank ervan uit dat een onbekend gebleven persoon het gaspistool heeft gezien, maar de rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte het gaspistool opzettelijk aan de onbekend gebleven persoon heeft getoond en (daarbij) een dreigende opmerking heeft gemaakt, nu deze getuige hier niet eenduidig over heeft verklaard en de gang van zaken heeft vernomen van een onbekend gebleven persoon.

De vraag die de rechtbank dan (nog) moet beantwoorden is of verdachte met zijn handelen, te weten het gaspistool in het zicht voorhanden hebben, opzet (eventueel in voorwaardelijke zin) heeft gehad op het bedreigen van de onbekend gebleven persoon. Onduidelijk is gebleven of het druk was in de treincoupé, waar de onbekend gebleven persoon zat ten opzichte van verdachte en in hoeverre de onbekend gebleven persoon de bewegingen van verdachte met het gaspistool heeft kunnen zien. Nu de feitelijke toedracht van hetgeen zich (mogelijk) tussen verdachte en de onbekende persoon heeft afgespeeld niet helder is, kan niet worden vastgesteld dat verdachte, met het in het zicht voorhanden hebben van het gaspistool, (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het bedreigen van de onbekend gebleven persoon. Vooral omdat verdachte zelf heeft verklaard niemand te hebben gezien en pas toen het wapen tevoorschijn te hebben gehaald. Bij gebreke van een verklaring van de onbekend gebleven persoon, is deze verklaring van verdachte niet te toetsen, terwijl de verklaring op zichzelf niet ongeloofwaardig is. Dat betekent dat niet bewezen kan worden dat aan de zijde van verdachte sprake is geweest van een bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat een ander zich bedreigd zou voelen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder feit 1 ten laste gelegde.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 2 en feit 3:

De feiten zijn door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2024;

een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] over het aantreffen van het gaspistool;

- een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] over het aantreffen van de patronen bij verdachte;

- een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming;

- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] over de categorisering van het gaspistool en de patronen.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één feit.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 2: op 4 april 2024 te Amersfoort een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool van het merk Walther, model P99, kaliber 9mm P.A.K., voorzien van wapennummer [nummer] , zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad;

feit 3: op 4 april 2024 te Amersfoort munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vier knalpatronen van het kaliber 9mm P.A.Knall, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. OPLEGGING VAN STRAF

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte, gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, te veroordelen tot een gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat in het voordeel van verdachte moet worden meegewogen dat hij in de veronderstelling was een alarmpistool voorhanden te hebben. De raadsman heeft daarom verzocht af te wijken van het LOVS-oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een gaspistool. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte first offender is en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de orde is.

De raadsman heeft, gelet op het voorgaande, gevraagd aan verdachte een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en een taakstraf voor de duur van 90 uren op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft in een openbare ruimte, namelijk in de trein, een gaspistool en vier losse (voor dat type wapen geschikte) knalpatronen voorhanden gehad. Het gaspistool zat in zijn jaszak en was binnen handbereik. Verdachte heeft het gaspistool op enig moment ook in de trein uit zijn jaszak gehaald en vastgehad. Dit is in ieder geval door één treinreiziger (een onbekend gebleven persoon) gezien en voor de rechtbank staat vast dat die persoon erg is geschrokken. Vervolgens zijn talloze agenten op de melding van een vuurwapen afgekomen, is de trein waarin verdachte zat stilgezet zodat hij kon worden aangehouden en mochten medereizigers de trein niet uit. Door het handelen van verdachte, al was dat ten dele wellicht niet opzettelijk, is dus enorm veel commotie veroorzaakt. Dat had verdachte kunnen voorkomen door niet de keus te maken een wapen mee te nemen in de trein.

In zijn algemeenheid geldt dat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens een risico meebrengt voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit leidt meer dan eens tot vuurwapengebruik, waarbij (willekeurige) slachtoffers kunnen vallen. Ook het type gaspistool dat verdachte voorhanden had, was geschikt om letsel te veroorzaken. Het voorhanden hebben van vuurwapens is bijzonder gevaarzettend. Daarnaast veroorzaakt het een gevoel van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het advies van de reclassering van 29 mei 2024, opgesteld door mevrouw K. Westerhof, reclasseringswerker. De reclassering ziet onder andere de leefgebieden middelengebruik en verslaving, dagbesteding, psychosociaal functioneren en houding als voornaamste delictgerelateerde factoren. Verdachte heeft op dit moment geen zinvolle dagbesteding. Daarnaast is verdachte bekend met jarenlange verslavingsproblematiek. In 2020 is hij gediagnostiseerd met een stoornis in het gebruik van cocaïne, opioïde en cannabis. Het ontbreekt de reclassering echter aan recente diagnostische informatie. In het verleden heeft verdachte al diverse verslavingsbehandelingen doorlopen met wisselende resultaten en hij geeft stellig aan niet open te staan voor nieuwe verslavingsbehandeling. Verdachte gebruikt op dit moment dagelijks alcohol en cannabis en is ingesteld op een lage dosis methadon. Nu verdachte instabiliteit kent op een aantal leefgebieden en sprake is van een uitgebreide justitiële documentatie, wordt het recidiverisico door de reclassering ingeschat als gemiddeld-hoog.

In het gesprek met de reclassering heeft verdachte zich niet geheel meewerkend opgesteld en toont hij een duidelijke negatieve houding ten opzichte van eventueel reclasseringstoezicht. In het afloopbericht van het laatst beëindigde toezicht in 2021 heeft de reclassering ook benoemd dat zij, gezien de houding van verdachte, zeer beperkte mogelijkheden ziet voor het vormgeven van een nieuw toezicht. Nu verdachte niet openstaat voor betrokkenheid vanuit de reclassering is geadviseerd aan hem een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Er worden geen mogelijkheden gezien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken en gedrag te veranderen. De reclassering ziet geen contra-indicaties voor oplegging van een gevangenisstraf en/of een taakstraf.

De op te leggen straf

Gelet op de aard en ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van (de duur van) de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de straffen die doorgaans bij vergelijkbare feiten worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het voorhanden hebben van een gaspistool geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. In deze zaak gelden echter strafverzwarende omstandigheden. Verdachte had het gaspistool in het openbaar in de trein bij zich en heeft deze in het zicht van (in ieder geval) één andere passagier vastgehouden. Het gevolg daarvan is een grote politie-inzet geweest en ontregeling van het treinverkeer. Daarbij komt dat verdachte knalpatronen voorhanden had, welke geschikt zijn om met het gaspistool te worden afgeschoten.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur 6 weken, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

9. BESLAG

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier heeft gevorderd om de inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer te onttrekken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen.

Het oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de inbeslaggenomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De bewezenverklaarde feiten, met uitzondering van het inbeslaggenomen mes, zijn bovendien met deze voorwerpen begaan.

10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 weken;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, mrs. G. Schnitzler en D.J. Stahlie-van der Flier, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1hij op of omstreeks 4 april 2024 te Amersfoort, althans in Nederland, een onbekend gebleven persoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door- een gaspistool voorhanden te hebben in het zicht van die onbekend gebleven persoon,- een gaspistool te tonen aan die onbekend gebleven persoon, en/of(daarbij) tegen die onbekend gebleven persoon te zeggen: "jij hoort hier niet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2hij op of omstreeks 4 april 2024 te Amersfoort een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool van het merk Walther, model P99, kaliber 9mm P.A.K., voorzien van wapennummer [nummer] , zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

3hij op of omstreeks 4 april 2024 te Amersfoort en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vier knalpatronen van het kaliber 9mm P.A.Knall, voorhanden heeft gehad;

(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand