ECLI:NL:RBMNE:2024:7964

ECLI:NL:RBMNE:2024:7964

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-10-2024
Datum publicatie 27-10-2026
Zaaknummer 11096629 \ MC EXPL 24-3092
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Tijdelijke verhuur; overeenkomst ontbonden wegens niet-nakoming overeenkomst; vordering tot betaling hoofdsom, rente en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 11096629 \ MC EXPL 24-3092

Vonnis van 23 oktober 2024

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: de naamloze vennootschap D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.,

tegen

TIJDELIJK TWEE WONINGEN B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

kantoorhoudende te Goirle,

gedaagde partij,

hierna te noemen: TTW,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.

TTW heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, daarna niet meer gereageerd.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisende partij] wenste gebruik te maken van de mogelijkheid die de Leegstandswet biedt om haar woning aan de [adres] te [woonplaats] tijdelijk te verhuren.

Om dit mogelijk te maken heeft [eisende partij] op 28 maart 2023 een overeenkomst gesloten met TTW.

[eisende partij] heeft op 29 maart 2023 € 500,00 aan TTW voldaan.

Met ingang van 15 april 2023 is de woning van [eisende partij] tijdelijk verhuurd aan de heer [huurder] (hierna: de huurder).

Op 14 april 2023 heeft de huurder overeenkomstig de huurovereenkomst een waarborgsom van € 1.750,00 aan TTW overgemaakt.

Op 11 juni 2023 heeft de huurder, met het oog op retournering van de waarborgsom van € 1.750,00, per e-mail de huurovereenkomst opgezegd per 1 juli 2023.

Op 27 oktober 2023 heeft [eisende partij] de overeenkomst met TTW ontbonden.

3. Het geschil

[eisende partij] vordert - samengevat - veroordeling van TTW tot betaling van € 2.658,38, (bestaande uit € 2.250,00 (€ 500,00 en € 1.750,00) aan hoofdsom, € 408,38 aan buitengerechtelijke incassokosten) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 500,00 te berekenen vanaf 15 april 2023 tot de dag der algehele voldoening en de wettelijke rente over € 1.750,00 te berekenen vanaf 19 september 2023 tot de dag der algehele voldoening met veroordeling van TTW in de proceskosten.

Aan deze vordering heeft [eisende partij] kort samengevat het volgende ten grondslag gelegd. TTW heeft, ondanks herhaaldelijk navragen hierover door [eisende partij] bij TTW, nagelaten om uitvoering te geven aan het deel van de overeenkomst waarbij TTW de vereiste toestemming van de hypotheekverstrekker zou verkrijgen. DAS, de gemachtigde van [eisende partij] , heeft derhalve de overeenkomst met TTW ontbonden wegens niet nakoming van de overeenkomst en, ondanks de vele aanmaningen alsnog gedegen na te komen, onherstelbare toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst. DAS heeft verzocht het bedrag van € 500,00 aan [eisende partij] te betalen. Tevens heeft DAS verzocht de waarborgsom van € 1.750,00 in plaats van aan de huurder aan [eisende partij] terug te betalen. TTW heeft namelijk, na beëindiging van de huurovereenkomst en ondanks herhaaldelijke verzoeken, nagelaten om deze terug te betalen aan de huurder én de huurder [eisende partij] hiervoor aansprakelijk heeft gehouden. [eisende partij] heeft tevens aanspraak gemaakt op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, nu TTW in verzuim is geraakt.

TTW heeft in haar conclusie van antwoord kort samengevat het volgende aangevoerd. Volgens TTW is het onjuist dat TTW de toestemming bij de hypotheekverstrekker niet goed zou hebben gefaciliteerd en nalatig is geweest. TTW heeft de bank wel degelijk op de hoogte gebracht en overlegt daartoe een schrijven van de hypotheekverstrekker. Daarbij merkt TTW op dat zij verhuurders ondersteunen in hun proces een woning te verhuren, maar dat verhuurders zelf verantwoordelijk blijven. Volgens TTW heeft [eisende partij] voor het verkrijgen van de vereiste toestemming van de hypotheekverstrekker niet alle benodigde documenten tijdig aangeleverd. TTW kan enkel toestemming bij de hypotheekverstrekker vragen, indien de aan te leveren documenten compleet zijn. Volgens TTW was [eisende partij] hiervan steeds op de hoogte.

Met betrekking tot de waarborgsom stelt TTW dat zij deze op grond van de huurovereenkomst aan het einde van de huurovereenkomst aan de huurder retour dient te betalen. Uit de dagvaarding blijkt niet dat [eisende partij] de waarborgsom aan de huurder heeft betaald. TTW verzoekt dan ook aan [eisende partij] om een bewijs daarvan te overleggen. Daarnaast verzoekt TTW [eisende partij] om een eindinspectierapport te overleggen, zodat aan de hand daarvan bepaald kan worden hoe de waarborgsom verdeeld dient te worden tussen de verhuurder en de huurder.

[eisende partij] heeft vervolgens bij conclusie van repliek kort samengevat het volgende gesteld. [eisende partij] stelt dat het regelen van de toestemming van de hypotheekverstrekker voor de verhuur van de woning van [eisende partij] de kern van de overeenkomst tussen TTW en [eisende partij] betreft en tevens de reden is dat [eisende partij] TTW in de arm heeft genomen. TTW doet zich voor als kundige partij op dit gebied. Op TTW rustte dan ook de verplichting om de nodige inspanningen te verrichten teneinde het indienen van een (succesvolle) aanvraag bij de hypotheekverstrekker te bewerkstelligen. Hetgeen TTW in dit kader stelt in haar conclusie van antwoord kan niet anders opgevat worden, dan dat zij erkent volledig te hebben nalaten om invulling te geven aan deze inspanningsverplichting(en). Daarbij erkent TTW met haar ingenomen standpunt ook dat zij dus géén aanvraag bij de hypotheek-verstrekker heeft ingediend.

[eisende partij] betwist dat hij niet alle benodigde documenten voor het verkrijgen van de vereiste toestemming van de hypotheekverstrekker bij TTW heeft aangeleverd. Indien er sprake van was dat er documenten ontbraken, dan had van TTW verwacht mogen worden dat zij [eisende partij] hierover had geïnformeerd, dan wel deze documenten bij [eisende partij] had opgevraagd. TTW heeft dit nooit gedaan. Van TTW had voorts verwacht mogen worden dat zij [eisende partij] voorafgaand aan de totstandkoming van de huurovereenkomst zou hebben gewaarschuwd voor de gevolgen daarvan en zelfs dat zij zou hebben afgezien van het verlenen van haar medewerking aan de totstandkoming van de huurovereenkomst. Ook dit heeft TTW niet gedaan.

Wat betreft de waarborgsom merkt [eisende partij] nog het volgende op. De waarborgsom dient te worden terugbetaald aan [eisende partij] , omdat door de ontbinding van de overeenkomst ongedaanmakingsverbintenissen zijn ontstaan en TTW de waarborgsom niet langer onder zich kan houden voor [eisende partij] . Het door TTW verzochte betaalbewijs van

€ 1.750,00 van [eisende partij] aan de huurder is hierdoor niet relevant. [eisende partij] handhaaft dan ook haar vordering.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter overweegt als volgt. TTW heeft niet meer heeft gereageerd op hetgeen [eisende partij] bij conclusie van repliek nader heeft gesteld. De conclusie van repliek is daardoor niet weersproken. Aangenomen moet daarom worden dat juist is wat [eisende partij] bij conclusie van repliek naar voren heeft gebracht. TTW heeft dus de omvang en de verschuldigdheid van de vordering verder niet betwist. Hetgeen bij conclusie van repliek onweersproken is gesteld, bezien in samenhang met hetgeen bij dagvaarding is gesteld, vormt bovendien een voldoende onderbouwing van de vordering en houdt ook een afdoende weerlegging van het verweer in. De vordering voor wat betreft de hoofdsom van € 2.250,00 komt dan ook voor toewijzing in aanmerking.

De gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 500,00 vanaf 15 april 2023 tot de dag der algehele voldoening en de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 1.750,00 vanaf 27 oktober 2023 tot de dag der algehele voldoening komen bij gebreke van afzonderlijke betwisting en als op de wet gegrond eveneens voor toewijzing in aanmerking.

[eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eisende partij] heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat [eisende partij] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 408,38 toegewezen.

Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:

- hoofdsom

€

2.250,00

- buitengerechtelijke incassokosten

€

408,38

+

totaal

€

2.658,38

- betalingen

€

0,00

-/-

Totaal

€

2.658,38

TTW is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

139,42

- griffierecht

€

248,00

- salaris gemachtigde

€

476,00

(2 punten × € 238,00)

- nakosten

€

119,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

982,42

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt TTW om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 2.658,38, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:

- het bedrag van € 500,00 (een deel van de hoofdsom), met ingang van 15 april 2023,- het bedrag van € 1.750,00 (een deel van de hoofdsom),met ingang van 19 september 2023,telkens tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt TTW in de proceskosten van € 982,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als TTW niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt TTW tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op

23 oktober 2024.

153

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand