ECLI:NL:RBMNE:2025:3276

ECLI:NL:RBMNE:2025:3276, Rechtbank Midden-Nederland, 07-07-2025, UTR 25/3626

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 25/3626
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0005537

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. Uitspraak buiten zitting. De schorsing van de uitbetaling van de Ziektewetuitkering is inmiddels weer opgeheven. Geen enkel spoedeisend belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek is afgewezen.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de (tijdelijke) stopzetting van de uitbetaling van zijn uitkering op grond van de Ziektewet met ingang van 28 mei 2025.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. Met het besluit van 28 mei 2025 heeft het Uwv de uitbetaling van de Ziektewetuitkering van verzoeker tijdelijk stopgezet, omdat hij volgens het Uwv niet voldeed aan de verplichtingen die in het kader van deze uitkering voor hem gelden. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

4. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

5. Inmiddels heeft verzoeker alsnog aan zijn verplichtingen voor het ontvangen van de Ziektewetuitkering voldaan. Met het besluit van 24 juni 2025 heeft het Uwv de schorsing van de uitbetaling daarom weer opgeheven. De betaling van de uitkering is hervat vanaf 28 mei 2025.

6. De conclusie is dat er na het besluit van 24 juni 2025 geen enkel spoedeisend belang meer is bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand