ECLI:NL:RBMNE:2025:3613

ECLI:NL:RBMNE:2025:3613, Rechtbank Midden-Nederland, 08-07-2025, 25/2450

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 08-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 25/2450
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond. Er bestaat geen spoedeisend belang bij het treffen van een spoedmaatregel.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker

(gemachtigde: mr. drs. J.M. Lammers)

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Bilt (het college), verweerder.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghoudster] B.V. uit [plaats 2] (vergunninghoudster)

(gemachtigde: mr. L.W. Tellegen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de door het college aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning van 18 maart 2025 voor het realiseren van een dakopbouw ten behoeve van het toevoegen van een appartement, op het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummer [nummer] (in de nabijheid van [adres] e.v. in [plaats 1] ).

2. Verzoeker is het niet eens met deze omgevingsvergunning en heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij verzoekt de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen, waarbij de omgevingsvergunning wordt geschorst.

3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Een voorlopige voorziening is een spoedmaatregel om te voorkomen dat er onomkeerbare dingen gebeuren als gevolg van een besluit, voordat op het bezwaar is beslist. Dit verzoek om voorlopige voorziening is ingediend tijdens de bezwaarprocedure.

6. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit telefonisch contact met de vergunninghoudster is gebleken dat vergunninghoudster begin juli zal starten met de bouwwerkzaamheden. De exacte datum waarop zal worden gestart is niet bekend omdat vergunninghoudster nog in afwachting is van een omgevingsvergunning voor de bouwtechnische bouwactiviteit. De bouwwerkzaamheden vinden plaats op eigen risico en voor eigen rekening van de vergunninghoudster, nu de aan haar verleende omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is.

7. De voorzieningenrechter stelt vast dat het grootste deel van de onderbouwing van het verzoek betrekking heeft op aspecten die pas aan de orde zijn nadat het vergunde bouwwerk in gebruik is genomen. Verzoeker vreest dat het voorziene appartement in strijd met de geldende bestemming zal worden gebruikt doordat het appartement voor tijdelijke bewoning ter beschikking zal worden gesteld. Ook vreest verzoeker dat het bouwwerk niet conform de bouwtekeningen zal worden gebouwd en er mogelijk sprake zal zijn van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Verzoeker verwacht ook meer geluidsoverlast als gevolg van de dakopbouw omdat het geluid volgens verzoeker tussen de gebouwen blijft hangen. Ook heeft de opbouw op het platte dak volgens verzoeker negatieve consequenties voor de privacy en lichttoetreding richting de bestaande woningen aan de [straat 1] en de [straat 2] . Deze aspecten zal het college in de bezwaarprocedure moeten beoordelen, maar maken niet dat op dit moment het treffen van spoedmaatregel nodig is.

8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verder geen sprake van bouwwerkzaamheden die niet ongedaan kunnen worden gemaakt. Ook als het college in het kader van de heroverweging naar aanleiding van de door verzoeker ingediende bezwaren de omgevingsvergunning herroept, zijn reeds uitgevoerde bouwwerkzaamheden op zichzelf omkeerbaar.

9. De conclusie is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorziening.

Conclusie en gevolgen

10. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand