RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5360
(gemachtigde: mr. A. Laghmouchi),
en
(gemachtigde: mr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2] ).
Deze uitspraak gaat over de definitieve beoordeling van het recht van eiseres op compensatie kinderopvangtoeslag over de jaren 2007, 2008 en 2009 in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Over de jaren 2008 en 2009 is eiseres gecompenseerd. Over het jaar 2007 niet, omdat volgens de Dienst Toeslagen bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag in dat jaar geen fouten zijn gemaakt. Eiseres is het hier niet mee eens.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres in het jaar 2007 niet vooringenomen is behandeld. Voor dat jaar heeft zij dus geen recht op compensatie. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Eiseres heeft zich gemeld als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Bij besluit van 23 december 2021 is haar compensatie geboden voor gemaakte fouten in de jaren 2008 en 2009. Eiseres heeft hier op 2 februari 2022 bezwaar tegen gemaakt.
Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft Dienst Toeslagen het verzoek om compensatie voor het jaar 2007 afgewezen. Hiertegen heeft eiseres op 16 september 2022 bezwaar gemaakt.
Bij het bestreden besluit van 27 juni 2024 heeft Dienst Toeslagen het bezwaar van 16 september 2022 ongegrond verklaard. Het bezwaar van 2 februari 2022 is deels gegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar echtgenoot, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van Dienst Toeslagen.
Beoordeling door de rechtbank
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen compensatie krijgt voor het jaar 2007. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.