RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.356316.24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 mei 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende op het adres:
de [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna: verdachte.
1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 mei 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie, mr. M.S. Martherus, en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. Mul, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
2. TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1
op 8 november 2024 in Breukelen, samen met een ander, 4484,71 gram cocaïne heeft vervoerd, afgeleverd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad;
2
op 8 november 2024 in Zaanstad, opzettelijk, 1.148,19 gram cocaïne en/of 153,14 gram amfetamine en/of 2,87 gram MDMA, in zijn bezit heeft gehad;
3
op 8 november 2024 in Zaanstad, opzettelijk, een hoeveelheid van 894 gram hennep (bestaande uit henneptoppen) in zijn bezit heeft gehad.
3. VOORVRAGEN
Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan.
Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.
4. WAARDERING VAN HET BEWIJS
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde feit aangevoerd - zo begrijpt de rechtbank - dat verdachte moet worden vrijgesproken.
Verdachte heeft weliswaar het pakket waarin in geluidsboxen drugs was verborgen (988,45 gram) in zijn bezit gehad, maar hij was niet op de hoogte van de inhoud van het pakket. Daarnaast kan de cocaïne die in de andere dozen was verpakt niet aan verdachte worden toegerekend. Die dozen heeft hij niet in zijn bezit gehad.
De raadsman heeft met betrekking tot de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten aangevoerd dat verdachte in zijn woning voor een vriend harddrugs bewaarde (feit 2) en dat verdachte in ruil daarvoor de henneptoppen (feit 3) mocht verkopen.
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit
De verklaring van verdachte op de zitting van 12 mei 2025:
Ik moest een doos ophalen voor een kennis en dat heb ik gedaan. Ik wilde iets bijverdienen en die kennis vroeg mij wat op te halen en naar een adres in Amsterdam te brengen. Ik zou daar een paar honderd euro voor krijgen. Ik had misschien vermoedens dat er drugs in zat, maar het had ook iets anders kunnen zijn. Ik heb gereden voor een kennis die contacten in de drugswereld heeft. Ik maak gebruik van de gebruikersnaam [contactnaam] .
De telefoon van verdachte
Uit onderzoek van de telefoon van verdachte is onder meer het volgende naar voren gekomen:
“new GroupName":" [chatgroepnaam] "
8-11-2024 09:07:56 (UTC+0)
[contactnaam] : Gm
[contactnaam] : Gm
[contactnaam] : Moge
[contactnaam] : ik kan 1030 rijden
[contactnaam] : Top
[contactnaam] : Ben je er rond 11?
[contactnaam] : ja iets over 11
[contactnaam] : duimpje omhoog
De telefoon van medeverdachte [medeverdachte]
In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] zijn dezelfde berichten teruggevonden.
Bevindingen van de politie ter plaatse
In een proces-verbaal van de politie staat onder meer het volgende vermeld:
Op 8 november 2024 zagen wij dat een Hyundai, H300 met kenteken [kenteken] , een melding gaf op de Automatic Numberplate Recognition (ANPR) met als doel om dit voertuig te controleren vanwege of in verband met ondermijnende criminaliteit. Wij zagen het voertuig op de A2 daadwerkelijk rijden. De tenaamgestelde van het voertuig was [verdachte] geboren op [geboortedatum] -1985 te [geboorteplaats] . Ik zag dat [verdachte] meermaals voorkwam voor de Opiumwet in het politiesysteem.
Wij zagen dat het voertuig afrit Breukelen nam en dat de bestuurder, welke later de tenaamgestelde bleek te zijn, zijn voertuig parkeerde op de Markt in Breukelen. Wij zagen dat [verdachte] uit zijn voertuig stapte en direct in de richting liep van een aldaar geparkeerde auto. Wij zagen dat [verdachte] contact maakte met een man. Deze man stapte uit een Range Rover Velar met kenteken: [kenteken] . Wij zagen dat de tenaamgestelde van deze Range Rover [medeverdachte] betrof.
Wij zagen dat [verdachte] en [medeverdachte] contact maakten met elkaar, dat [medeverdachte] zijn kofferbak opende en hier een aantal dozen uit pakte. Wij zagen dat hij één van deze dozen direct overgaf aan [verdachte] en vervolgens dat [verdachte] en [medeverdachte] gezamenlijk met meerdere dozen in de richting liepen van het voertuig van [verdachte] . Ik, [verbalisant] , zag dat [verdachte] één grote langwerpige doos met zich droeg. Ik, [verbalisant] , zag ook dat [medeverdachte] meerdere kleinere dozen met zich droeg. Wij besloten om beide personen staande te houden en een controle in te
stellen. Wij besloten de dozen ter waarheidsvinding in beslag te nemen en opende deze.Wij zagen bij het openen van de boeken dat de laatste pagina was vastgeplakt aan de kaft en dat er in de kaft een zak zat met daarin wit poeder. Ik vermoedde daardoor dat er mogelijk
verdovende middelen in de goederen was verstopt en dat de goederen in de dozen fungeerde als deklading en waren gevuld met verdovende middelen.
Onderzoek van de in beslag genomen voorwerpen
Uit onderzoek van de in beslag genomen voorwerpen blijkt onder meer het volgende vermeld:
“Goednummer: 3433185
Dit betroffen boeken. Tijdens de aanhouding is geconstateerd dat er cocaïne is
aangetroffen in de kaft van de boeken. Dit betroffen in totaal acht (8) boeken. Wij
hebben deze boeken onderzocht en troffen in alle boeken cocaïne pakketten in de
kaften. De cocaïne is inbeslaggenomen onder goednummer 3433191.
Goednummer: 3433148
Dit betrof een infraroodpaneel. Wat direct opviel was dat er kit aanwezig was rondom
de randen van het paneel. Deze kit was nog nat tijdens dit onderzoek. Wij hebben het
infraroodpaneel geopend en zagen direct dat de binnenzijde was gevuld met wit poeder.
Dit testte later positief op cocaïne. Deze cocaïne hebben wij inbeslaggenomen onder
goednummer 3433153.
Goednummer: 3433140
Dit betroffen twee (2) geluidboxen. Tijdens ons onderzoek zagen wij dat de randen van
deze boxen opnieuw waren vastgelijmd. Toen wij de bekleding lostrokken van de
geluidsboxen zagen wij dat de zijkanten verdikt waren. Hierop hebben wij de
zijpanelen van de geluidboxen geopend. Wij zagen dat er wit poeder in de zijpanelen
was verstopt. Dit testte later positief op cocaïne. 1000 gram.
Uit een kennisgeving van inbeslagneming onder medeverdachte [verdachte] blijkt het volgende:
Inbeslagneming
Plaats: Markt, Breukelen, binnen de gemeente Stichtse Vecht
Datum en tijd: 8 november 2024 te 13:45 uur
Omstandigheid: cocaïne aangetroffen in het zijpaneel van de geluidsboxen
Goednummer: PL0900-2024355406-3433145
Totale hoeveelheid: 1000 g
Uit het onderzoek verdovende middelen blijkt onder meer het volgende:
“Uniek Voorwerp AARK9333NL
Goednummer G3433145
Nettogewicht 988,45 gram
Uniek Voorwerp AARK9334NL
Goednummer G3433191
Nettogewicht 2000 gram
Uniek Voorwerp AARK9339NL
Goednummer G3433153
Nettogewicht 1496,26 gram”
Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Intituut (hierna: NFI) blijkt onder meer het volgende:
kenmerk omschrijving conclusie
AARK9333NL poeder, wit, 988,45 gram bevat cocaïne
AARK9334NL poeder, wit, 2000 gram bevat cocaïne
AARK9339NL poeder, wit, 1496,26 gram bevat cocaïne
Bewijsoverwegingen
Voorwaardelijk opzet
De rechtbank is van oordeel dat verdachte tenminste voorwaardelijk opzet heeft gehad op het vervoeren en afleveren van harddrugs. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij voor een kennis met contacten in de drugswereld een pakket in ontvangst heeft genomen om weg te brengen naar Amsterdam. Hij zou daarvoor een paar honderd euro krijgen. De overdracht vond plaats van de ene naar de andere auto op de openbare weg (de Markt in Breukelen). Ook heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij zo zijn vermoedens had maar dat hij er verder niet bij na heeft gedacht. In de app-groep genaamd ‘ [chatgroepnaam] ’ waar verdachte aan deelnam, is gesproken over de overdracht. De deelnemers van dit groepsgesprek deden dat niet onder hun eigen naam, maar gebruikten een pseudoniem.
Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de inhoud van de pakketten die hij ophaalde harddrugs bevatten.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van medeplegen. Uit de berichten van (onder meer) verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de groep ‘ [chatgroepnaam] ’ en hetgeen op de parkeerplaats in Breukelen door de politie is waargenomen blijkt dat verdachte en medeverdachte bewust en nauw hebben samengewerkt bij het afleveren, vervoeren en verstrekken van de drugs die was verborgen in meerdere dozen. Uit de naam van de appgroep blijkt dat het op 8 november 2024 ging om de overdracht van 4 pakketten. De rechtbank houdt verdachte en medeverdachte beiden verantwoordelijk voor alle 4 de pakketten die werden overgedragen en niet alleen voor de doos/dozen die zij toevallig in handen hadden bij de staandehouding.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit
Het onder 2 tenlastegelegde feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft dit feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2025;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking van de woning van verdachte, genummerd PL1100202424921712, pagina 144-147;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, genummerd 241115-199-883, pagina 218-241
een rapport van het Nederlands Forensisch Intituut (NFI) van 18 november 2024, pagina 242 tot en met 247.
De rechtbank houdt verdachte verantwoordelijk voor de harddrugs die in zijn woning zijn gevonden. Of deze drugs van verdachte zelf waren of dat hij deze voor een ander bewaarde, maakt niet uit. In beide gevallen staat vast dat verdachte de harddrugs opzettelijk in zijn woning aanwezig heeft gehad.
Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit
Het onder 3 tenlastegelegde feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft dit feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2025;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking van de woning van verdachte, genummerd PL1100202424921712, pagina 144-147;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, genummerd PL1100-2024249217-37, pagina 269-271.
5. BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
1
op 8 november 2024 te Breukelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd 4484,71 gram van een materiaal
bevattende cocaïne zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2
op 8 november 2024 te Zaanstad, opzettelijk, aanwezig heeft gehad ongeveer 1148,19 gram, van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 153,14 gram, van een materiaal bevattende amfetamine en ongeveer 2,87 gram, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en amfetamine en MDMA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3
op 8 november 2024 te Zaanstad, opzettelijk, aanwezig heeft gehad
894 gram, hennep (bestaande uit henneptoppen), zijnde hennep een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6. STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
1
in vereniging opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
2
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
3
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8. OPLEGGING VAN STRAF
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat er sprake is van vormverzuimen: verdachte is onrechtmatig staande gehouden, verdachte is niet (tijdig) de cautie gegeven en de telefoon van verdachte is onrechtmatig doorzocht. Dat moet leiden tot strafvermindering.
De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat verdachte schulden heeft en door stress verkeerde keuzes heeft gemaakt. Verwezen wordt naar de reclasseringsrapporten van 27 februari 2025 en 29 april 2025. Er is geen sprake van een delict patroon. De reclasseringswerker heeft in het meest recente rapport aangegeven een sms te hebben ontvangen waarin verdovende middelen werden aangeboden door een persoon die zei samen te werken met ‘ [naam] ’. De reclasseringswerker is er ten onrechte van uitgegaan dat het verdachte is die samenwerkt met deze persoon terwijl dat niet nader is onderzocht. Verdachte heeft zinvolle dagbesteding in de vorm van fulltime werk en heeft een steunend familienetwerk. Verdachte is gemotiveerd voor gedragsverandering, komt zijn afspraken met de reclassering na en heeft afspraken gemaakt over de oplossing van zijn financiële problemen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal eerst beoordelen of sprake is geweest van vormverzuimen, en zo ja of daar de consequentie van strafmatiging aan verbonden moet worden.
Staandehouding – geen vormverzuim
De rechtbank is van oordeel dat er bij de staandehouding van verdachte sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Het voertuig van verdachte stond gesignaleerd in verband met ondermijnende criminaliteit, verdachte komt meerdere keren voor in de politiesystemen in verband met drugsfeiten en de politie heeft waargenomen dat er op een parkeerplaats bij de markt in Breukelen meerdere dozen werden overgedragen van de kofferbak van de ene auto naar de andere auto. Het op een openbare plek overdragen van dozen aan een persoon met een auto die in verband worden gebracht met drugs levert een redelijk vermoeden op van schuld aan een drugsoverdracht.
De staandehouding was rechtmatig.
Cautie – een vormverzuim
De rechtbank is van oordeel dat het stellen van vragen aan verdachte over de dozen, direct na zijn (rechtmatige) staandehouding, moet gezien worden als een verhoor als bedoeld in artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Omdat uit het proces-verbaal niet blijkt dat verdachte daarbij de cautie van artikel 29 lid 2 Sv is gegeven, is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. De officier van justitie heeft aangevoerd dat volstaan kan worden met de constatering van het verzuim. De rechtbank vindt dat echter geen recht doen aan de ernst van het vormverzuim, en betrekt daarbij ook het hierna te bespreken vormverzuim bij het onderzoek naar de telefoon van verdachte. De cautie is een belangrijk strafvorderlijk voorschrift en strekt ertoe te voorkomen dat een verdachte ongewild meewerkt aan zijn eigen veroordeling. Hoewel hetgeen verdachte verklaarde niet wordt gebezigd voor het bewijs of – als gezegd – nodig was om de dozen rechtmatig in beslag te nemen en aan een onderzoek te onderwerpen, is wel aannemelijk dat verdachte nadeel heeft ondervonden. Verdachte is meerdere keren gevraagd wat hij kwam doen in Breukelen en wat hij met de dozen ging doen. Verdachte heeft daarop antwoord gegeven. Ook is verdachte op dat moment, zonder op zijn rechten gewezen te zijn, om toestemming gevraagd om de dozen te openen. Van deze wijze van opereren door de politie is een zekere druk uitgegaan. Het nadeel leent zich ook voor compensatie door middel van strafvermindering.
Onderzoek van de telefoon van verdachte – een vormverzuim
De rechtbank toetst het onderzoek van de telefoon van verdachte aan vereisten die gelden op grond van het Landeck arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 (C-548/21) en het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409). Omdat het onderzoek aan de telefoon van verdachte een meer dan beperkte inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer betekende, had vooraf een toetsing door de rechter-commissaris moeten worden verricht. Dat is niet gebeurd. De rechtbank is van oordeel dat daarom sprake is van een onherstelbaar vormverzuim waarbij aannemelijk is dat daardoor nadeel voor verdachte is ontstaan. Dat nadeel bestaat uit de mogelijke verder dan noodzakelijke kennisname van privé gegevens door politieambtenaren. De rechtbank acht wel aannemelijk dat de rechter-commissaris, bij de afweging van de te verwachten inbreuk, de ernst van het strafbare feit en het belang van het onderzoek, in dit geval toestemming zou hebben gegeven voor het – al dan niet onder voorwaarden – onderzoeken van de telefoon van verdachte. Dat maakt dat de ernst van het vormverzuim beperkt is gebleven. Maar gelet op de hiervoor geconstateerde vormverzuim over het achterwege laten van de cautie, zal de rechtbank de straf iets verlagen.
Algemene strafmaat overwegingen
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van het feit
Verdachte heeft ruim 4 kilo cocaïne in ontvangst genomen van medeverdachte [medeverdachte] . Ook bewaarde verdachte een handelshoeveelheid van meerdere soorten drugs in zijn woning. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in ons land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd en ook leidt harddrugs vaak, direct en indirect, tot criminaliteit waarmee onrust in de samenleving wordt veroorzaakt. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.
Het uitgangspunt voor de straf
Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straf wordt opgelegd, zijn landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging ontwikkeld. Bij de raadpleging van deze oriëntatiepunten vormt de bewezenverklaring van de rechtbank het uitgangspunt. Voor het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en vervaardigen van 4000-5000 gram harddrugs is 20 maanden gevangenisstraf het uitgangspunt en voor het aanwezig hebben van 5000-6000 gram harddrugs is het uitgangspunt 18 maanden gevangenisstraf. Voor het bezit van 500-2.500 gram softdrugs geldt als uitgangspunt een taakstraf van 100 uur.
De rechtbank stelt vast dat geen sprake is geweest van de productie van harddrugs en het zwaartepunt van het strafrechtelijk verwijt in deze zaak ligt bij het vervoer en (verhuld) overdragen van de harddrugs. Gelet op de oriëntatiepunten zal de straf dus tenminste 18 maanden moeten bedragen.
De persoon van verdachte
De rechtbank houdt ook rekening met:
- het strafblad van verdachte van 17 maart 2025 waaruit blijkt hij eerder is veroordeeld voor drugsfeiten. Omdat dit langer dan 5 jaar geleden is wordt dit niet aangemerkt als recidive.
- de reclasseringsadviezen van 27 februari 2025 en 29 april 2025.
De reclassering gaat uit van een gemiddeld recidiverisico. De financiën (schulden) van verdachte, zijn psychosociaal functioneren en zijn sociaal netwerk ziet de reclassering als delict gerelateerd. Ook zijn er aanwijzingen voor een procriminele houding. Het is positief dat verdachte beschikt over werk (fulltime), er zijn geen aanwijzingen voor middelenproblematiek en hij beschikt over een steunend familiair netwerk in de vorm van zijn zus.
Ten slotte houdt de rechtbank ook rekening met de geconstateerde vormverzuimen.
Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden zal de rechtbank de eis van de officier van justitie volgen. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest zal daarop in mindering worden gebracht.
9. BESLAG
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal het volgende in beslag genomen voorwerp, te weten:
- een telefoon Samsung, goednummer 1666384,
verbeurd verklaren.
Met behulp van dit voorwerp zijn de bewezen verklaarde feiten begaan of voorbereid.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
- een laptop, goednummer 1666373;
- een laptop, goednummer 1666375.
Omdat de officier van justitie ter zitting heeft aangegeven dat de voorwerpen inmiddels zijn vernietigd zal de rechtbank gelasten dat de voorwerpen aan verdachte dienen te worden teruggegeven, althans de prijs die de voorwerpen bij verkoop redelijkerwijs zou hebben opgebracht.
10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De beslissing berust op de artikelen
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
11. BESLISSING
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Beslag
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
• een telefoon Samsung, goednummer 1666384;
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
• een laptop, goednummer 1666373;
• een laptop, goednummer 1666375,
althans de prijs die de voorwerpen bij verkoop redelijkerwijs zou hebben opgebracht.
Dit vonnis is gewezen door J.B. Duinkerken, voorzitter, mrs. J.P. Verboom en A. Maas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen-van der Hoek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 mei 2025.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 8 november 2024 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 4484,71 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 8 november 2024 te Zaanstad, in elk geval in Nederland, opzettelijk, aanwezig heeft gehad ongeveer 1148,19 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 153,14 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 2,87 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )
3
hij op of omstreeks 8 november 2024 te Zaanstad, in elk geval in
Nederland, opzettelijk, aanwezig heeft gehad
ongeveer 894 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram,
hennep (bestaande uit henneptoppen), zijnde hennep een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen
krachtens het vijfde
lid van artikel 3a van die wet;
( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet )