ECLI:NL:RBMNE:2025:4766

ECLI:NL:RBMNE:2025:4766, Rechtbank Midden-Nederland, 22-08-2025, UTR 25/4289

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-08-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 25/4289
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Geen spoedeisend belang. Rechtbank heeft op 8 augustus 2025 uitspraak gedaan op het beroep niet tijdig beslissen.

Uitspraak

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats 1] , verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug

(gemachtigde: mr. E.T.E. Kemperman).

[A] en [B] uit [woonplaats 2] , derde-partij.

Inleiding

1. Verzoekers hebben op 21 juli 2025 een beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op hun verzoek aan het college tot het nemen van een invorderingsbesluit (zaaknummer UTR 25/4286). Zij hebben ook een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, omdat zij vrezen dat de dwangsomtermijn verjaart (zaaknummer UTR 25/4289).

2. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers.

3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

5. De rechtbank heeft op 8 augustus 2025 het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat van het college mag worden verwacht dat als derde-partij de dwangsom niet tijdig betaalt er een invorderingsbesluit wordt genomen direct na afloop van de door het college gestelde uiterste termijn van zes weken. De rechtbank heeft daarom bepaald dat als derde-partij niet tijdig de dwangsom heeft betaald het college binnen een week na 31 augustus 2025 een invorderingsbesluit neemt. Het college moet een dwangsom betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden.

6. Nu de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard en opdracht aan het college heeft gegeven is er geen spoedeisend belang meer om een voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand