ECLI:NL:RBMNE:2025:4798

ECLI:NL:RBMNE:2025:4798, Rechtbank Midden-Nederland, 03-09-2025, UTR 25/3690

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 18-09-2025
Zaaknummer UTR 25/3690
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Geen procesbelang. Pkv.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

Dienst Toeslagen, verweerder.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3690

uitspraak van de rechtbank/enkelvoudige kamer van 3 september 2025 in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. S. Ouald Chaib)

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 12 juni 2025, omdat verweerder volgens hem niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag ex-toeslagpartnerregeling.

Verweerder heeft op 26 juni 2025 alsnog een besluit genomen op de aanvraag van eiser.

Verweerder heeft op 2 juli 2025 in zijn verweerschrift laten weten dat hij het griffierecht en een proceskostenvergoeding wil betalen aan eiser.

Eiser heeft op 25 juli 2025 laten weten akkoord te zijn met het intrekken van het beroep als het griffierecht en de proceskosten worden vergoed.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

4. Verweerder heeft op 2 juli 2025 een verweerschrift ingediend, waarin verweerder aangeeft dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat inmiddels een besluit op de aanvraag is genomen. Verweerder erkent dat het beroep op zichzelf terecht is ingesteld en dat zij het griffierecht en een proceskostenvergoeding moeten terugbetalen aan eiser. De zaak dient daarbij wel als “licht gewicht” te worden gekwalificeerd (wegingsfactor 0,5).

5. Eiser heeft vervolgens te kennen gegeven akkoord te zijn met intrekking van het beroep als het griffierecht en de proceskosten worden vergoed. Gelet op die voorwaarde die eiser heeft verbonden aan de intrekking van het beroep, gaat de rechtbank ervan uit dat het dat beroep niet is ingetrokken.

6. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels met het besluit van 26 juni 2025 heeft beslist op de aanvraag van eiser. Dit betekent dat het procesbelang van eiser bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is komen te vervallen. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaren.

7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

8. Verweerder moet ook het griffierecht aan eiser betalen. In dit geval gaat het om een bedrag van € 53,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand