ECLI:NL:RBMNE:2025:4905

ECLI:NL:RBMNE:2025:4905, Rechtbank Midden-Nederland, 03-09-2025, 11591879 \ AC EXPL 25-639

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 03-09-2025
Datum publicatie 19-09-2025
Zaaknummer 11591879 \ AC EXPL 25-639
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amersfoort
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Verstek. Consumentenrecht. Verschuldigde hoofdsom is na aanmaning (na verstrijken van gegeven termijn) alsnog betaald. Procedure gaat over rente en incassokosten. Onredelijk bezwarend incassokostenbeding. Proceskosten voor rekening van eisende partij.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 11591879 AC EXPL 25-639 CD/942

Vonnis van 3 september 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap

[eiseres] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,

tegen:

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en niet gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij. Daarop volgt nu dit vonnis.

2. De kern van de zaak

De gedaagde partij heeft een verzekering afgesloten. De maandelijkse premie bedraagt € 35,60. In maart 2024 heeft de gedaagde partij een betalingstermijn gemist. Na aanmaning heeft hij op 3 juni 2024 alsnog € 35,60 betaald.

Volgens de eisende partij is de vordering daarmee niet voldaan. Zij vordert nu € 50,65, vermeerderd met de lopende wettelijke rente. De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde partij slechts een fractie van het gevorderde bedrag aan de eisende partij verschuldigd is en dat de proceskosten van de eisende partij voor haar eigen rekening blijven.

3. De beoordeling

De vordering is gebaseerd op een verzekeringsovereenkomst waarop consumentenbeschermende bepalingen van toepassing zijn. De kantonrechter moet ambtshalve (uit zichzelf, ook zonder dat daarom wordt gevraagd) toetsen of een aantal belangrijke consumentenbeschermende bepalingen over informatieplichten en algemene voorwaarden is nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden.

De toepasselijke consumentenbeschermende informatieverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 6:230x van het Burgerlijk Wetboek (BW), zijn nageleefd. In zoverre is er geen aanleiding om ambtshalve een sanctie op te leggen.

De kantonrechter moet ook ambtshalve toetsen of de gedaagde partij contractueel gebonden is aan bepalingen die de eisende partij standaard bedingt, die niet de kern van de rechten en verplichtingen van partijen bevatten en waarover niet afzonderlijk door partijen is onderhandeld, waardoor de gedaagde partij geen invloed kan hebben gehad op de inhoud daarvan. De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die relevant zijn voor de toewijsbaarheid van de ingestelde vordering.

In deze procedure is de te verrichten ambtshalve toets beperkt tot de gevorderde rente en incassokosten. De toets strekt zich niet uit over de verschuldigdheid van de inmiddels betaalde premie, omdat de betaling van premie een kernverplichting is. Daarover heeft geen onduidelijkheid bestaan, waardoor de kantonrechter op dat punt geen ambtshalve taak heeft.

In de in het geding gebrachte algemene voorwaarden heeft de kantonrechter geen beding aangetroffen met betrekking tot de vergoeding van rente. Dat betekent dat de wettelijke regeling van artikel 6:119 BW geldt. Op grond daarvan heeft de eisende partij recht op vergoeding van rente over de periode dat de gedaagde partij met de betaling van de premie in verzuim is geweest.

De kantonrechter heeft wel een beding aangetroffen over de vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten: ‘Moeten wij de vervolgpremie via een incassobureau of via een andere externe procedure innen? Dan komen alle bijkomende kosten voor uw rekening.’ Naar het oordeel van de kantonrechter is dit beding onredelijk bezwarend voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW.

Dat is omdat de wetgever in artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: Besluit) de omvang van de in rekening te brengen incassokostenvergoeding wettelijk heeft beperkt. Oók heeft de wetgever benadrukt dat die vergoeding niet meteen bij het ontstaan van een betalingsachterstand is verschuldigd, maar dat éérst een aanmaningsbrief, de zogenoemde veertiendagenbrief, moet worden verstuurd, waarin een termijn van veertien dagen moet worden vermeld, waarbinnen het verschuldigde bedrag nog zonder extra kosten kan worden betaald. Dat laatste is door de Hoge Raad nog eens verduidelijkt in het arrest van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.

De mogelijkheid om een achterstand nog zonder aanvullende kosten in te lossen ontbreekt in de overeenkomst en ook in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden is die mogelijkheid niet vermeld. Daardoor kunnen incassokosten direct in rekening worden gebracht. Daarmee wijkt het beding ten nadele van consumenten zoals de gedaagde partij aanzienlijk af van de wettelijke regeling over de vergoeding van incassokosten en dat maakt het beding onredelijk bezwarend. Daarom wordt het beding door de kantonrechter vernietigd en als gevolg daarvan heeft de eisende partij geen recht op enige vergoeding voor gemaakte incassokosten, ongeacht of ze een veertiendagenbrief heeft verstuurd die aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW en het genoemde arrest van de Hoge Raad voldoet.

De gedaagde partij is daardoor geen vergoeding voor gemaakte incassokosten verschuldigd, maar alleen de premie en wettelijke rente. Omdat de premie inmiddels is betaald is nu alleen nog de rente toewijsbaar van 2 maart 2024 tot 3 juni 2024, toen de gedaagde partij met de premiebetaling in verzuim was. Het toen aan rente verschenen – en dus toewijsbare – bedrag is € 0,64.

Al met al wordt slechts een fractie van de ingestelde vordering wordt toegewezen. In verband daarmee worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 0,64 aan de eisende partij te betalen;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 september 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P. van Tricht

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand