ECLI:NL:RBMNE:2025:4918

ECLI:NL:RBMNE:2025:4918, Rechtbank Midden-Nederland, 25-07-2025, UTR 25/1529-T

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-07-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer UTR 25/1529-T
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Tussenuitspraak. Onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat geen aanleiding is voor het aannemen van een verdergaande urenbeperking. Uwv wordt in de gelegenheid gesteld het geconstateerde gebrek te herstellen.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.A.M. Staal),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: mr. J.A. Voorn).

Inleiding

1. Eiseres had een tijdelijk dienstverband als promovendus bij de Universiteit Utrecht voor gemiddeld 37,93 uur per week. Op 3 september 2019 heeft eiseres zich ziekgemeld voor haar werk in verband met diverse gezondheidsklachten, gerelateerd aan haar zwangerschap. In de periode van 2 april 2020 tot en met 30 juli 2020 ontving eiseres een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof. In november 2020 heeft eiseres zich met terugwerkende kracht ziek gemeld per 31 juli 2020. Het Uwv heeft vervolgens aan eiseres een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Na afloop van het recht op een ZW-uitkering is de gezondheidssituatie van eiseres nog niet verbeterd.

2. Vanaf 18 januari 2022 kon eiseres een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) aanvragen. Eiseres heeft deze aanvraag op 25 juli 2023 (laattijdig) bij het Uwv ingediend. De primaire verzekeringsarts van het Uwv heeft na medisch onderzoek vastgesteld dat eiseres per 18 juli 2022 volledige arbeidsongeschikt is (80 tot 100%). De primaire verzekeringsarts heeft in zijn rapport van 23 augustus 2023 echter geconcludeerd dat de gezondheidssituatie van eiseres per 16 augustus 2023 is verbeterd. De verzekeringsarts heeft daarom per 16 augustus 2023 een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld met beperkingen als gevolg van de resterende gezondheidsklachten van eiseres. Na een arbeidskundige beoordeling heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres per 16 augustus 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Met het besluit van 28 september 2023 (het primaire besluit) heeft het Uwv daarom de WIA-uitkering van eiseres, na afloop van de uitlooptermijn, per 29 november 2023 beëindigd.

3. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit (primaire) besluit. Het Uwv heeft hierop medisch onderzoek laten uitvoeren door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Die concludeert in zijn rapport van 20 december 2024 dat eiseres meer beperkt is dan door de primaire verzekeringsarts is aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt daarom een gewijzigde FML van 20 december 2024 op waarin hij meer beperkingen aanneemt in de rubrieken ‘persoonlijk functioneren’ en ‘sociaal functioneren’. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeert echter dat eiseres de eerder geduide functies ook met de aanvullende beperkingen kan uitvoeren. Dit betekent dat uit het medisch en arbeidskundig onderzoek in de bezwaarfase volgt dat eiseres ongewijzigd minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht door het Uwv. Met de beslissing op bezwaar van 14 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv de weigering van de WIA-uitkering in stand gelaten.

4. Eiseres heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het beroep van eiseres is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Eiseres was daarbij aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld door haar moeder. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

5. De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of het Uwv terecht de WIA-uitkering van eiseres per 29 november 2023 heeft beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank doet dit aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd. De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de gezondheidstoestand van eiseres op 29 november 2023, de zogenoemde datum in geding in deze zaak.

De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek

6. Eiseres voert aan dat het medisch onderzoek door het Uwv niet zorgvuldig is uitgevoerd. Eiseres wijst erop dat zij in de bezwaarfase ten onrechte niet is gezien door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Er heeft dan ook geen uitgebreid lichamelijk onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep plaatsgevonden. Na het bestreden besluit heeft er alsnog telefonisch contact plaatsgevonden tussen eiseres en de verzekeringsarts bezwaar en beroep, maar volgens eiseres is het gebrek in de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek daarmee niet hersteld.

7. De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek het uitgangspunt volgt dat in de bezwaarfase een spreekuurcontact met de verzekeringsarts bezwaar en beroep moet hebben plaatsgevonden, als een betrokkene in de primaire fase niet is onderzocht door een verzekeringsarts. Dat is in beginsel alleen anders als de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende kan motiveren dat in het licht van de aard van de klachten en de beschikbare medische informatie, een spreekuurcontact geen toegevoegde waarde heeft.

8. De rechtbank stelt vast dat eiseres in de primaire fase tijdens het spreekuur contact heeft gehad met de primaire verzekeringsarts. De primaire verzekeringsarts heeft zijn bevindingen van het contact met eiseres beschreven in zijn rapport van 23 augustus 2023. Gelet op de hiervoor beschreven rechtspraak van de CRvB was het voor de zorgvuldigheid van het onderzoek daarom niet vereist dat eiseres ook in de bezwaarfase door een verzekeringsarts bezwaar en beroep werd gezien. Bovendien heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 20 december 2024 gemotiveerd waarom hij contact met eiseres tijdens het spreekuur niet noodzakelijk vond. De verzekeringsarts bezwaar en beroep beschrijft dat er voldoende medische informatie in het dossier aanwezig is en dat de datum waarop hij de gezondheidssituatie van eiseres moet beoordelen, de datum in geding, ver in het verleden ligt zodat lichamelijk onderzoek geen toegevoegde waarde heeft. Het Uwv heeft daarover op de zitting nog toegelicht dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarmee wil zeggen dat hij voldoende informatie heeft om met betrekking tot de gezondheidssituatie van eiseres op 29 november 2023, de datum in geding, tot een herbeoordeling te komen. De actuele gezondheidssituatie van eiseres kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep immers niet bij zijn beoordeling betrekken. De rechtbank kan deze door de verzekeringsarts bezwaar en beroep gegeven toelichting volgen en oordeelt dat onder deze omstandigheden geen sprake is van een onzorgvuldig medisch onderzoek.

9. De rechtbank stelt vast dat na het bestreden besluit op 21 februari 2025 alsnog een telefonisch spreekuurcontact heeft plaatsgevonden tussen de verzekeringsarts bezwaar en beroep en eiseres. Eiseres voert aan dat zij dit ook onvoldoende vindt om tot een zorgvuldig onderzoek te komen omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar niet heeft gezien en er ook geen inhoudelijk gesprek heeft plaatsgevonden. Dit leidt echter niet tot een ander oordeel over de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. Zoals volgt uit overweging 8. van deze uitspraak was een spreekuurcontact met de verzekeringsarts bezwaar en beroep in deze zaak geen vereiste voor een zorgvuldig medisch onderzoek. Bovendien heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep een aanvullend rapport van 21 februari 2025 opgesteld naar aanleiding van het telefonisch contact met eiseres. Daaruit volgt dat de aanvullende medische informatie en de door eiseres telefonisch gegeven toelichting wel bij de beoordeling is betrokken. De beroepsgrond dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is uitgevoerd, slaagt niet.

Het horen tijdens de bezwaarprocedure

10. Eiseres voert verder aan dat er in de bezwaarfase ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden.

11. De rechtbank oordeelt dat het Uwv ten onrechte heeft afgezien van een hoorzitting in de bezwaarfase. De rechtbank overweegt daarover het volgende. Het recht van eiseres om te worden gehoord, is een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftprocedure. Voordat op het bezwaar wordt beslist, moet eiseres in de gelegenheid worden gesteld door het bestuursorgaan om te worden gehoord. Daar kan uitsluitend in uitzonderingssituaties van af worden gezien. De rechtbank stelt vast dat van een uitzonderingssituatie in deze zaak geen sprake is, zodat het Uwv was gehouden om eiseres in de gelegenheid te stellen haar bezwaarschrift tijdens een hoorzitting toe te lichten. Het Uwv erkent ook dat hij ten onrechte geen hoorzitting heeft georganiseerd. Dit betekent dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het bepaalde in artikel 7:2, eerste lid, van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit gebrek te passeren, omdat niet aannemelijk is dat eiseres daardoor niet is benadeeld. De rechtbank zal vanaf overweging 17. van deze uitspraak toelichten welke gevolgen de constatering van dit gebrek heeft.

De beperkingen als gevolg van psychische klachten

12. Eiseres voert aan dat de uitkomst van de medische beoordeling onjuist is. Volgens eiseres leiden haar psychische klachten tot meer beperkingen dan door het Uwv is aangenomen in de FML van 20 december 2024. Volgens eiseres is zij in ieder geval meer beperkt in de rubriek ‘persoonlijk functioneren’ van de FML. Daarnaast vindt eiseres een verdergaande urenbeperking noodzakelijk. Ter onderbouwing wijst eiseres op de brief van haar psycholoog van 12 april 2023, aangevuld op 29 januari 2025. Daaruit volgt dat de behandeling door de psycholoog die in 2020 is opgestart, nog niet is afgerond. Eiseres kampt met angst- en spanningsklachten vanuit een laag zelfbeeld. Dit zorgt voor ontregeling in het dagelijks leven. Eiseres heeft hierdoor veel zelfstandigheid op het gebied van wonen, werken en sociaal leven moeten loslaten. Dit zal zij stapsgewijs weer moeten oppakken met voldoende ondersteuning. In de aanvulling van 29 januari 2025 schrijft de psycholoog dat de angstklachten en het cognitief disfunctioneren bij eiseres nog altijd leiden tot sterke beperkingen in het dagelijks leven onder andere op het gebied van plannen, organiseren en overzicht houden. Verantwoordelijkheden moeten daarom gedoseerd worden opgebouwd. Uit de informatie van de psycholoog volgt verder dat eiseres in januari 2025 door de psycholoog nog niet in staat werd geacht om hierin structurele veranderingen aan te brengen. Uit de informatie van de psycholoog volgt niet dat het functioneren van eiseres in de periode tussen april 2023 en januari 2025 enigszins is verbeterd.

13. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat er geen aanleiding is om voor eiseres een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Op basis van de FML van 20 december 2024 wordt eiseres door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in staat geacht om 8 uur per dag, 40 uur per week te werken. In zijn rapport van 20 december 2024 en 21 februari 2025 legt de verzekeringsarts bezwaar en beroep daar uitsluitend aan ten grondslag dat eiseres met de aangenomen urenbeperking voldoende recuperatietijd heeft. De rechtbank volgt deze beperkte toelichting niet. Daarbij speelt een belangrijke rol dat uit de toelichting en het advies van de psycholoog volgt dat eiseres vanwege haar angstklachten en cognitief disfunctioneren sterke beperkingen in het dagelijks leven ervaart als gevolg van haar angstklachten en dat verantwoordelijkheden gedoseerd moeten worden opgebouwd. De psycholoog heeft de diagnose ‘angststoornis’ al vastgesteld in februari 2022 en de daarbij behorende therapie met een opbouwschema geadviseerd. Uit de toegevoegde informatie van de psycholoog uit januari 2025 volgt dat de gezondheidssituatie van eiseres nog ongewijzigd is en dat eiseres nog niet in staat is om structurele veranderingen aan te brengen in haar mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Uit de informatie van de psycholoog volgt niet dat de gezondheidssituatie van eiseres rondom de datum in geding, 29 november 2023, wel (enige tijd) verbeterd zou zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij dit advies van de psycholoog bij zijn beoordeling van de urenbeperking heeft betrokken. Bovendien acht de rechtbank de enkele constatering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres bij een werkweek van 8 uur per dag, 40 uur per week voldoende recuperatietijd overhoudt onvoldoende gemotiveerd toegelicht. De rechtbank betrekt daarbij ook dat uit de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid volgt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij een beoordeling van de duurbelastbaarheid inhoudelijk moet beschrijven welke elementen uit zijn onderzoek in samenhang met elkaar, leiden tot de desbetreffende duurbelastbaarheid per dag. In de Standaard is verder opgenomen dat een inhoudelijke beschrijving betekent dat deze is gebaseerd op kennis van ziektebeelden, kennis van het beloop en de prognose van ziektebeelden en kennis van de noodzakelijke behandeling en de gevolgen daarvan. Uit de toelichting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt niet dat dit is betrokken bij de vaststelling van de urenbeperking. Het bestreden besluit is daarom niet voorzien van een deugdelijke motivering en dus in strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Awb. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank gaat vanaf overweging 17. van deze uitspraak in op de gevolgen hiervan voor partijen.

14. De rechtbank heeft de taak om het geschil zo definitief mogelijk te beslechten. Met het oog daarop zal de rechtbank nu daarom voor zover mogelijk al oordelen over de overige inhoudelijke beroepsgronden van eiseres.

De beperkingen als gevolg van lichamelijke klachten

15. Eiseres voert verder aan dat in de FML onvoldoende beperkingen zijn aangenomen als gevolg van de toxische polyneuropathie waar eiseres aan leidt. Volgens eiseres kan zij hierdoor minder goed omgaan met veel licht of een gebrek aan licht. Ook is zij gevoelig voor extreme temperaturen, heeft zij verminderde tastzin in haar vingers en is haar fijne motoriek en knijpkracht beperkt. Bovendien is haar hand-oog coördinatie verminderd en kan zij niet meer langdurig in dezelfde positie zitten. Volgens eiseres is zij daarom meer beperkt op verschillende items van de FML in de rubrieken ‘persoonlijk functioneren’, ‘fysieke omgevingseisen’, ‘dynamische handelingen’ en ‘statische houdingen’.

16. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de medische beoordeling van het Uwv op het gebied van deze lichamelijke klachten niet juist zou zijn. De rechtbank overweegt dat uit de rapporten van de verzekeringsartsen volgt dat de toxische polyneuropathie steeds inzichtelijk bij de beoordeling is betrokken en dat daarvoor ook beperkingen zijn aangenomen, bijvoorbeeld op het gebied van zwaar tillen en dragen. Eiseres heeft niet met medische informatie onderbouwd dat als gevolg van haar lichamelijke klachten verdergaande beperkingen geïndiceerd zijn. Bovendien volgt uit het rapport van de neuroloog uit 2018 dat de klachten als gevolg van de toxische neuropathie niet continu aanwezig zijn. Ook de overige door eiseres genoemde lichamelijke beperkingen zoals een verminderde tastzin en beperkte hand-oog coördinatie zijn niet medisch geobjectiveerd zodat er geen aanleiding is voor het oordeel dat de medische beoordeling van de lichamelijke klachten onjuist is. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

17. Uit deze uitspraak volgt dat het bestreden besluit in strijd is genomen met het bepaalde in artikel 7:2, eerste lid, van de Awb, omdat het Uwv heeft nagelaten om in de bezwaarfase een hoorzitting te organiseren. Daarnaast is het bestreden besluit gebrekkig omdat onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom er geen aanleiding is om voor eiseres een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Het besluit is daarom ook genomen in strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Awb.

18. De rechtbank ziet aanleiding om het Uwv in de gelegenheid te stellen om de geconstateerde gebreken te herstellen. Het Uwv kan het geconstateerde motiveringsgebrek herstellen met een aanvullende motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over de voor eiseres aangenomen urenbeperking. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt verzocht in zijn motivering het advies van de psycholoog te betrekken waaruit in 2023 al volgt dat voor eiseres een opbouwschema voor het opbouwen van taken en verantwoordelijkheden nodig is. Gelet op het geconstateerde motiveringsgebrek is het niet aannemelijk dat eiseres niet is benadeeld door het uitblijven van een hoorzitting in de bezwaarfase. De rechtbank stelt het Uwv daarom ook in de gelegenheid om dit gebrek te herstellen en eiseres alsnog te horen voorafgaand aan het geven van een aanvullende motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het Uwv de geconstateerde gebreken kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.

19. Het Uwv moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid de geconstateerde gebreken te herstellen. Als het Uwv gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen om binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het motiveringsgebrek door het Uwv. In beginsel, ook in de situatie dat het Uwv de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

20. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent dat zij ook over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- draagt het Uwv op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;

- stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. ing. A. Rademaker

Griffier

  • mr. C.H. Verweij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?