ECLI:NL:RBMNE:2025:4998

ECLI:NL:RBMNE:2025:4998, Rechtbank Midden-Nederland, 27-08-2025, 24/1921

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer 24/1921
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

-

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de minister van Justitie en Veiligheid, de minister

(gemachtigden: mr. M. Moddejonge en mr. S. van der Steeg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek aan de Justitiële Informatiedienst (Justid) om op grond van de Wet open overheid (Woo) van 26 september 2023 informatie openbaar te maken.

De minister heeft bij besluit van 1 december 2023 (het primaire besluit) het Woo-verzoek afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Met het besluit van 16 februari 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is de minister bij dat besluit gebleven. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 4 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het besluit

2. Eiser heeft bij e-mail van 26 september 2023 verzocht om alle informatie over “de tenuitvoerlegging van het algemeen covid pardon”, “het verwijderen van covid bestraffingen” en “alle partygate covid strafbladen van covid gedupeerden”. Diezelfde dag heeft eiser ook verzocht om openbaarmaking van alle stukken met betrekking tot de uitvoering van het ‘Grapperhausmotie project’.

3. De minister heeft bij e-mail van 13 oktober 2023 de ontvangst van eisers Woo-verzoek bevestigd. In dat bericht heeft de minister gewezen op reeds beschikbare informatie over de totstandkoming van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 en over het handhavingsbeleid dat ten tijde van de corona-pandemie werd gehanteerd. In diezelfde e-mail heeft de minister geconstateerd dat eiser veronderstelt dat er bij de Justid documenten zijn die gaan over het ‘beleid’ dat is uitgevoerd rond het registreren en verwijderen van coronaboetes. De minister merkt daarover op dat door de uitvoeringsinstantie Justid geen (beleids)keuzes zijn gemaakt. In geval eiser niettemin bepaalde informatie wenst te hebben, dan is volgens de minister een nadere precisering nodig. Ook merkt de minister in het bericht op dat de gestelde vragen geen betrekking hebben op de registratie van justitiële gegevens dan wel op de wettelijke taak van Justid, zodat de vragen niet kunnen worden beantwoord.

4. Eiser heeft vervolgens op 18 oktober en 19 oktober 2023 hierop gereageerd. Daarbij merkt hij op “U gaf aan dat als ik informatie miste ik aanvullend nog vragen kan stellen.”. Vervolgens stelt eiser in totaal tien vragen over onder andere de beoordeling en het verwijderen van “covid boete strafbladen” en over contacten met de voormalige minister van Veiligheid en Justitie, dhr. Grapperhaus.

5. Met het primaire besluit heeft de minister het Woo-verzoek afgewezen, omdat een deel reeds openbaar is en voor het overige deel niet onder het toepassingsbereik van de Woo valt.

6. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In bezwaar heeft eiser een aantal van zijn vragen – al dan niet in andere bewoordingen – herhaald.

7. In het bestreden besluit heeft de minister het Woo-verzoek opgevat als een verzoek om alle informatie met betrekking tot 1) openbaarmaking van documenten over het verwijderen van de 'Covidstrafbladen', dat wil zeggen over de periode waarin dit heeft plaatsgevonden en hoeveel ‘Covidstrafbladen' er zijn verwijderd, evenals een brief van Justid aan de minister/het ministerie van Justitie en Veiligheid over de afronding hiervan en 2) openbaarmaking van documenten over (de zienswijze van Justid op) het belang van het bijhouden van (specifieke) 'Covidstrafbladen' en contact hierover - en over het (opzettelijk) plegen van (bepaalde) ‘Coronafeiten’ - met het ministerie dan wel de (voormalig) minister van Justitie en Veiligheid. De minister heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

8. De rechtbank beoordeelt of de minister het Woo-verzoek van eiser op de juiste wijze heeft behandeld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

9. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Zoekslag

10. Eiser voert aan dat er meer stukken bij de minister berusten. Volgens eiser is het onvoorstelbaar dat er over de door hem genoemde onderwerpen bij Justid geen stukken voorhanden zijn.

11. Uit vaste rechtspraak volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet onder hem berust en deze mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt is om aannemelijk te maken dat dat document toch onder het bestuursorgaan berust. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan de rechtbank niet ongeloofwaardig voorkomt, zal worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht. Het bestuursorgaan moet inzichtelijk maken dat voldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan en hoe er naar documenten is gezocht. Hierbij hoort ook dat het bestuursorgaan moet onderzoeken of de gevraagde documenten (hebben) bestaan en bij hem hadden behoren te berusten.

12. De minister stelt dat er niet meer documenten onder hem berusten. In bezwaar en in beroep heeft de minister hierover aangegeven en toegelicht dat de informatie waar eiser om verzoekt niet is aangetroffen na een interne zoekslag. De interne zoekslag van de minister heeft plaatsgevonden door intern navraag te doen bij de betrokken afdelingen en door een digitaal onderzoek in de (digitale) zoeksystemen en archieven. Op de zitting heeft de minister aangegeven dat er niet alleen digitaal maar ook mondeling navraag bij de verschillende afdelingen is gedaan. Verder heeft de minister zowel in bezwaar als in beroep aangegeven en toegelicht dat Justid een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid is. Om die reden heeft Justid geen (beleids)keuzes gemaakt en ook geen contact gehad met het ministerie van Justitie en Veiligheid over het beleid dat is gevoerd over het al dan niet in de justitiële documentatie registreren van vervolging van strafbare feiten in het kader van tijdens de coronapandemie getroffen maatregelen. De minister heeft het Woo-verzoek daarom (op 20 november 2023) doorgezonden naar het bestuursdepartement van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

13. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een onzorgvuldig onderzoek, omdat de minister niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat de zoekslag is geweest en ook niet inzichtelijk is geworden wat volgens de minister precies de reikwijdte van het Woo-verzoek is. De minister heeft in het primaire besluit vermeld dat de zoekslag heeft bestaan uit een intern onderzoek. Hierbij is niet aangegeven welke zoektermen zijn gebruikt en ook niet over welke periode gezocht is. Daardoor is niet inzichtelijk geworden in hoeverre de zoekslag aansluit bij het (oorspronkelijke) Woo-verzoek. Ook is de reikwijdte van het Woo-verzoek en de zoekslag in de beslissing op bezwaar niet (verder) inzichtelijk gemaakt. Op de zitting heeft de minister nog verklaard dat niet alleen digitaal maar ook mondeling navraag is gedaan bij de verschillende afdelingen. Ondanks deze toelichting is het de rechtbank niet duidelijk geworden met welke zoektermen de minister heeft gezocht. Hierdoor is niet toetsbaar of de stelling van de minister, dat er geen documenten onder hem berusten die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, geloofwaardig is.

14. Op de zitting is door de minister aangegeven dat het wel voorstelbaar is dat er communicatie vanuit het bestuursdepartement van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar Justid is geweest over de uitvoering van artikel VIIa van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, op grond waarvan de in de justitiële documentatie opgenomen registraties van overtredingen van regionale covid-noodverordeningen die strafbaar zijn gesteld in artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht, worden verwijderd. Daarmee heeft de minister de indruk gewekt dat over die communicatie wel documenten aanwezig zijn. De minister heeft daarover aangegeven dat dit geen onderdeel van het Woo-verzoek is. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Eiser heeft namelijk in het Woo-verzoek in algemene zin verwezen naar de tenuitvoerlegging van “het coronapardon” en het verwijderen van justitiële gegevens die te maken hebben met overtredingen van tijdens de coronapandemie gestelde maatregelen. Niet valt in te zien waarom die door de minister genoemde communicatie niet onder de reikwijdte van dat verzoek is te scharen. De rechtbank vermoedt op basis van het dossier en de zitting dat de minister uitsluitend heeft gezocht naar informatie ten aanzien van de tien vragen die eiser in zijn e-mailberichten van 18 en 19 oktober 2023 heeft gesteld. Anders dan de minister meent heeft eiser in die e-mailberichten niet vermeld dat die vragen dienen ter nadere precisering van zijn verzoek. Uit de tekst van het bericht kan worden opgemaakt dat eiser meende dat hij aanvullende vragen kon stellen. De e-mailberichten laten naar het oordeel van de rechtbank dan ook het oorspronkelijke verzoek onverlet.

14. Gelet op het voorgaande heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar de door eiser gevraagde documenten. De stelling dat geen documenten onder hem berusten komt de rechtbank dan ook niet geloofwaardig voor. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

16. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep gegrond. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat de minister een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister moet daarbij inzichtelijk maken wat volgens hem de reikwijdte van het Woo-verzoek is en vervolgens inzichtelijk maken welke zoekslag is verricht en waar nodig een nieuwe zoekslag doen. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van twaalf weken na verzending van deze uitspraak.

17. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de minister aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L.K. Dagmar, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.J. Blok

Griffier

  • mr. A.L.K. Dagmar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?