ECLI:NL:RBMNE:2025:5776

ECLI:NL:RBMNE:2025:5776, Rechtbank Midden-Nederland, 05-11-2025, 11117951

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 21-11-2025
Zaaknummer 11117951
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amersfoort
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2024:7007
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289

Samenvatting

Eindvonnis na tussenvonnis. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter aan eiseres opgedragen te bewijzen dat de door gedaagde bij een klant gemetselde gevel zo gebrekkig was, dat het slopen en opnieuw metselen van de gevel de enige reële mogelijkheid was om de schade te herstellen. Eiseres heeft daartoe stukken overgelegd en getuigen gehoord. Op verzoek van gedaagde zijn er daarna ook getuigen gehoord. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres af omdat zij haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer: 11117951 \ AC EXPL 24-1282

Vonnis van 5 november 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. J.H.M. Döbber,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. G.W.L. den Haan.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 december 2024,- het getuigenverhoor van 17 april 2025,

- de akte met producties 13-15 van de zijde van [eiseres] ,- het getuigenverhoor van 2 oktober 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter aan [eiseres] opgedragen te bewijzen dat de door [gedaagde] bij [A] gemetselde gevel zo gebrekkig was, dat het slopen en opnieuw metselen van de gevel de enige reële mogelijkheid was om de schade te herstellen. [eiseres] heeft daartoe stukken overgelegd en getuigen gehoord. Op verzoek van [gedaagde] zijn er daarna ook getuigen gehoord. De kantonrechter zal hieronder de bewijsmiddelen beoordelen.

Het rapport van [onderneming] en de toelichting daarop

In het tussenvonnis is overwogen dat uit het rapport van [onderneming] niet blijkt hoe is vastgesteld dat het metselwerk niet aan de norm voldoet omdat op de gebruikte foto’s geen metingen te zien zijn. [eiseres] heeft daarna een e-mail overgelegd waarin [onderneming] schrijft dat er geen mogelijkheid was om de afwijkingen feitelijk met meetapparatuur vast te leggen omdat het metselwerk op het moment van het opmaken van het rapport al was vervangen. [onderneming] schrijft dat zij foto’s aangeleverd heeft gekregen van [eiseres] en schrijft verder ‘Van de foto’s is wel enigszins af te leiden dat de afwijkingen buiten de normen vielen. Als je bijvoorbeeld de dikte van de waterpas afzet tegen de scheefstand van het metselwerk is te concluderen dat het metselwerk niet correct is aangebracht’. Deze aanvulling maakt niet dat uit het rapport van [onderneming] nu wel blijkt dat het metselwerk niet aan de norm voldoet. Dat dat uit de foto’s wel lijkt te volgen is daarvoor onvoldoende.

Verklaringen van [B] en [C]

[B] en [C] zijn respectievelijk voeger en timmerman. Beiden verklaren dat het metselwerk slecht was en dat zij er geen genoegen mee zouden hebben genomen. Maar, zij schrijven geen van beiden op welke punten het metselwerk niet voldeed, zodat ook op grond van deze verklaringen niet kan worden vastgesteld dat het metselwerk niet aan de norm voldeed.

De getuigen [A] en [D]

[A] heeft verklaard dat de gevel op twee plaatsen bol stond, dat er stenen uitstaken en dat de voegen ongelijk waren en dat na de door [gedaagde] uitgevoerde herstelwerkzaamheden die gebreken niet hersteld waren. [A] verklaart verder dat [eiseres] en hij tot de conclusie kwamen dat de gevel opnieuw gemetseld moest worden, maar dat er nooit is gesproken over het inschakelen van een deskundige om het metselwerk te beoordelen. Ook [D] verklaart dat de gevel op meerdere plekken bol stond en dat de voegen op heel veel plekken ongelijk waren. Uit deze verklaringen is niet af te leiden dat het metselwerk niet voldeed aan de norm zoals die is weergegeven in het rapport van [onderneming] . Geen van beiden verklaart over de mate waarin de gevel bolstond of de voegen ongelijk waren. Daarnaast hebben [gedaagde] en diens zoon [E] verklaard dat er een aantal punten niet goed waren, maar dat die zijn opgelost en dat er nooit over is geklaagd dat de gevel bol zou zijn.

Conclusie

De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Dat betekent dat de vordering van [eiseres] wordt afgewezen.

Proceskosten

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- kosten getuigen

84,00

- salaris gemachtigde

1.900,50

(3,5 punten × € 543,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.119,50

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

In het tussenvonnis is al geoordeeld dat [eiseres] de laatste factuur van [gedaagde] moet betalen. Dat betekent dat de vordering van [gedaagde] wordt toegewezen, met uitzondering van de buitengerechtelijk incassokosten. [gedaagde] heeft niet onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.

Proceskosten

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 542,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x € 271,00).

3. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

wijst de vordering van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.119,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

in reconventie

veroordeelt [eiseres] tot betaling van € 4.757,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente met ingang van 6 maart 2023 totdat volledig is betaald,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 542,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in haar afwezigheid in het openbaar uitgesproken door mr. D.C.P.M. Straver op 5 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand