RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Dienst Toeslagen, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2000
(gemachtigde: mr. A. Frederiksen),
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het (pro forma) beroep dat eiser heeft ingediend op 12 maart 2025 tegen het besluit van verweerder van 7 februari 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 13 maart 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. Ook staat in de brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard als eiser niet tijdig aan het verzoek voldoet. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief. Op 7 mei 2025 heeft de rechtbank een herhaald verzoek aan eiser verzonden om binnen vier weken aan te geven waarom hij het niet eens is met het besluit. Ook in deze brief staat dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser niet tijdig voldoet aan het verzoek. Uit de Track & Trace van PostNL blijkt dat de brief op 9 mei is bezorgd, waarbij is getekend voor ontvangst. Ook op deze brief heeft eiser niet gereageerd.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
6. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.