RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Onbekende verweerder, verweerder.
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2193
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 24 maart 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar hij/zij het niet mee eens. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. Eiser heeft digitaal beroep ingesteld middels het online formulier en heeft daarbij geen producties geüpload. Eiser heeft daarbij aangegeven hij in beroep is gegaan omdat niet op tijd een beslissing is genomen. De rechtbank heeft eiser op 24 maart 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat eiser binnen twee weken een kopie moet opsturen van de aanvraag van het bezwaarschrift waarop niet tijdig is beslist. Ook is eiser verzocht te vermelden waarom hij in beroep is gegaan en een kopie toe te sturen van de brief waarmee hij het bestuursorgaan heeft meegedeeld dat het in gebreke is. Op 16 april 2025 heeft de rechtbank eiser nogmaals verzocht te reageren. Eiser heeft in reactie op het verzoek van de rechtbank op 25 mei 2025 een brief verzonden. Ook uit deze brief kan de rechtbank niet opmaken tegen welke beslissing (of het uitblijven daarvan) van welk bestuursorgaan het beroep van eiser zich richt.
4. Vervolgens heeft de rechtbank eiser op 20 juni 2025 nogmaals een brief gestuurd met hetzelfde verzoek en daarbij aangegeven dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als niet aan het verzoek wordt voldaan. De reactie van eiser op deze brief maakt voor de rechtbank wederom niet duidelijk tegen (het uitblijven van) welk besluit van eiser zijn beroep richt.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
7. De rechtbank merkt als voorlichting aan eiser nog het volgende op. Uit de brieven van eiser lijkt te volgen dat hij een huurconflict heeft en dat er een executiegeschil is met een of meerdere gerechtsdeurwaarders. Als dat zo is, dan is dit een civiele kwestie en moet eiser zich niet tot de bestuursrechter wenden, maar tot de burgerlijke rechter. De rechtbank geeft eiser mee daarvoor professionele rechtsbijstand in te schakelen, bijvoorbeeld via het Juridisch Loket.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid vanmr.T. Mennen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.