ECLI:NL:RBMNE:2025:6173

ECLI:NL:RBMNE:2025:6173, Rechtbank Midden-Nederland, 15-08-2025, UTR 24/457

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-08-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer UTR 24/457
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003420

Samenvatting

Beroep tegen spoedaanvraag voorziening in onderwijshuisvesting voor het schooljaar 2023/2024. Rechtbank komt tot het oordeel dat eiseres procebelang heeft, ondanks dat het schooljaar al is geëindigd. Verder zijn de missende bladzijde van het advies van de bezwaarschriftencommissie alsnog overlegd, waardoor de rechtbank dit gebrek, met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, hersteld. Tot slot komt de rechtbank tot het oordeel dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom de toegekende voorziening voor het schooljaar 2023/2024 passend is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2025 in de zaak tussen

Stichting Al Amana Scholen, uit Zeist, eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/457

(gemachtigde: mr. A. Yandere),

en

(gemachtigden: J.C. Broekhuis, H.B.C. ter Elst en N.R. Groenewoud).

Als derde-partijen (belanghebbenden) nemen aan de zaak deel: [belanghebbende 1] (CorDeo scholengroep) uit [plaats] en [belanghebbende 2] (Onderwijsgroep GAVE) uit [plaats] (gemachtigde: [gemachtigde 1] ).

Inleiding en procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het besluit van het college van 18 april 2023 om, naar aanleiding van een spoedaanvraag van eiseres, te voorzien in onderwijshuisvesting voor een Al Amana school in Veenendaal per 1 augustus 2023 voor het schooljaar 2023-2024. De toegekende voorziening bestaat uit het medegebruik van drie verschillende schoolgebouwen, op dat moment in gebruik bij [belanghebbende 2] (182 m2), [belanghebbende 1] (230 m2) en de [school] (783 m2), allen gelegen in [plaats] .

Bij besluit van 30 november 2023 (bestreden besluit) heeft het college het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiseres en het college hebben nadien nadere stukken ingediend. Eiseres heeft verder desgevraagd op 7 mei 2025 toegelicht welk belang zij nog heeft bij deze procedure.

De rechtbank heeft het beroep op 14 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eiseres haar gemachtigde, [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] , en verder de gemachtigden van het college en van de belanghebbenden.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit, maar dat dit beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2. De rechtbank moet ambtshalve toetsen of er (nog) procesbelang bestaat bij een beroep. Het college betwist dat dit procesbelang er in dit geval is, nu de spoedaanvraag zag op huisvesting voor het schooljaar 2023/2024 en dat schooljaar inmiddels is geëindigd.

3. Eiseres voert aan dat zij ondanks dat het betreffende schooljaar is geëindigd, belang heeft bij inhoudelijke beoordeling van het beroep. Hiertoe wijst zij erop dat zij vindt dat het college niet heeft voorzien in adequate huisvesting en dat zij daardoor minder leerlingen heeft kunnen plaatsen. Hierdoor stelt zij schade te hebben geleden. Verder stelt zij dat de vaststelling dat geen sprake was van adequate huisvesting in het schooljaar 2023/2024 van belang kan zijn voor de beoordeling of (rijks)bekostiging gecontinueerd wordt. Ten slotte is het volgens eiseres aannemelijk dat het college in volgende schooljaren op dezelfde manier om zal gaan met toegekende huisvesting, namelijk buiten het gewenste postcodegebied en verdeeld over meerdere gebouwen, zodat belang bestaat bij een oordeel van de rechtbank hierover.

4. Procesbelang is volgens vaste rechtspraak het belang bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat diegene voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft degene die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Het belang bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van een besluit kan onder meer zijn gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijke oordeel betrokken kan worden bij toekomstige besluitvorming. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat die besluitvorming zich in de toekomst voordoet.

5. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat ieder belang van eiseres bij de uitkomst van deze procedure is komen te vervallen. Hoewel het in deze zaak gaat om een spoedaanvraag, dat een ander karakter heeft dan een reguliere aanvraag om onderwijshuisvesting, valt naar het oordeel van de rechtbank op voorhand niet geheel uit te sluiten dat een inhoudelijk oordeel over de in het kader van de spoedaanvraag geboden huisvesting, betrokken kan worden bij toekomstige besluiten over de huisvesting of over de (rijks)bekostiging van de Al Amana school. Uit de stukken volgt ook dat tussen partijen nog steeds discussie is over de actuele huisvesting. Reeds hierom is er procesbelang. Of voldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit behoeft daarom geen bespreking.

6. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank het bestreden besluit zal beoordelen aan de hand van de daartegen aangevoerde beroepsgronden.

Besluitvorming

7. Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat de aan eiseres toegekende voorziening in de huisvesting in het besluit van 18 april 2023 ruimschoots voldoende is om met de nieuwe school te kunnen starten en daarmee te voldoen aan de verplichting van het Ministerie om per 1 augustus 2023 met het onderwijs te beginnen. De tegelijkertijd gedane aanvraag voor het programma van 2024 zal in een separaat traject worden behandeld. Verder is voor de verdere motivering verwezen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie. In dit advies is vermeld dat het college zich gezien de korte termijn maximaal heeft ingespannen om Al Amana per 1 augustus 2023 te laten starten, ondanks dat er strikt genomen geen sprake was van een situatie waarin de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden als bedoeld in artikel 98 van de Wet op het primair onderwijs (Wpo). De commissie stelt verder dat het besluit een gedeelte van de gewenste voorziening mocht omvatten en ook de vorm mocht hebben van huisvesting in drie gebouwen in het postcodegebied [postcode 2] . Hierbij is erop gewezen dat dit postcodegebied vlakbij het door eiseres gewenste postcodegebied [postcode 1] ligt en dat de locaties binnen een redelijke afstand van elkaar liggen. Twee locaties liggen zelfs naast elkaar. Ook wijst de commissie erop dat het college eiseres inzicht heeft gegeven in de leegstandslijst en dat zij voldoende is gekend in alle mogelijkheden en onmogelijkheden om hen op korte termijn te huisvesten.

8. Op 4 april 2024 is een besluit genomen op de aanvraag voor het programma 2024. Dit besluit strekt tot het aan eiseres ter beschikking stellen van dezelfde ruimte in de [school] . Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen ingesteld.

Beoordeling beroepsgronden

Is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd omdat het advies van de bezwaarschriftencommissie niet compleet is bijgevoegd? 9. De rechtbank stelt vast dat in de dossierstukken in eerste instantie twee bladzijden misten van het advies van de bezwaarschriftencommissie, terwijl het bestreden besluit voor de motivering onder meer uitdrukkelijk daarnaar verwijst. Op één van die ontbrekende bladzijden wordt inhoudelijk ingegaan op de bezwaargronden van eiseres. De rechtbank heeft het volledige advies opgevraagd, waarop het college dit in de beroepsfase alsnog in zijn geheel heeft toegestuurd. De rechtbank heeft dit vervolgens doorgestuurd aan eiseres. Het college heeft aangegeven dat ook aan eiseres destijds dit advies niet volledig is toegezonden. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat deze in eerste instantie missende bladzijden geen deel uitmaken van het bestreden besluit en het besluit daarom al onvoldoende gemotiveerd is. De rechtbank volgt dit niet. In het bestreden besluit is voor de motivering uitdrukkelijk verwezen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie. Hieruit kan niet anders worden begrepen dat het gaat om het gehele advies. Dat dit advies in eerste instantie niet volledig is bijgevoegd, maakt dat niet anders. Wel vindt de rechtbank dat sprake is van een gebrek, aangezien niet de volledige motivering bij de bekendmaking van de beslissing is vermeld. Nu echter de ontbrekende bladzijden in beroep alsnog zijn toegestuurd en gesteld noch gebleken is dat eiseres niet adequaat heeft kunnen reageren op dit ontbrekende deel van de motivering, is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat eiseres hierdoor niet is benadeeld. Dit gebrek zal daarom met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd.Passende voorziening 10. Eiseres stelt zich op het standpunt dat in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd dat de toegewezen voorziening passend is. Uit het besluit blijkt niet dat het college alle huisvestingsmogelijkheden heeft onderzocht in het gewenste postcodegebied [postcode 1] in Veenendaal. Duidelijk is volgens eiseres dat alleen de mogelijkheid voor medegebruik is onderzocht, terwijl het voorzien in noodlokalen in een noodgebouw een beter passende voorziening is die op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij heeft zij ter zitting verwezen naar hoe andere gemeenten met soortgelijke spoedaanvragen zijn omgegaan. Het college heeft verder geen kenbare belangenafweging gemaakt ten aanzien van de keuze om niet in het gewenste postcodegebied [postcode 1] maar uiteindelijk in postcodegebied [postcode 2] huisvesting aan te bieden. Eiseres wijst erop dat voor een nieuwe school passende huisvesting van essentieel belang is. Zonder passende huisvesting kan immers geen adequaat onderwijs worden gegeven. Ter zitting is nader toegelicht welke praktische problemen meerdere schoolgebouwen met zich brengen. Er is volgens eiseres daarom voor gekozen om alleen gebruik te maken van de ruimte in de [school] . Dat geen passende voorziening is getroffen, klemt te meer nu uit de uitlatingen van vertegenwoordigers van het college en ook uit later overleg blijkt dat de huidige voorziening niet tijdelijk is maar ook in de toekomst zal worden aangehouden, omdat het college slechts bereid is om naar huisvesting in bestaande scholen te kijken. Om deze reden zijn ook geen rechtsmiddelen ingesteld tegen het besluit op de reguliere aanvraag voor 2024.

11. In artikel 95, tweede lid, van de Wpo is, voor zover hier relevant, bepaald dat het college van burgemeester en wethouders jaarlijks een programma opstelt met hierin de voorzieningen in de huisvesting voor de scholen die in het jaar na het programma voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht. In artikel 98, eerste lid, van de Wpo is bepaald dat het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat een voorziening in de huisvesting wenst die niet in het programma, bedoeld in artikel 95, is opgenomen, maar die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, een aanvraag indient om bekostiging van die voorziening in bij het college van burgemeester en wethouders. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de beschikking een gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere voorziening dan gewenst omvatten. Het college van burgemeester en wethouders wijst de aanvraag af, indien, onder meer, een van de weigeringsgronden, genoemd in artikel 100, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, en tweede lid, van toepassing is. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veenendaal 2015 (de Verordening) zijn, onder meer, de procedures voor een reguliere en een spoedaanvraag voor huisvesting in de gemeente Veenendaal nader ingevuld.12. De rechtbank stelt voorop dat in deze procedure alleen de procedure betreffende de spoedaanvraag voor het schooljaar 2023-2024 ter toetsing voorligt. Voor zover eiseres heeft beoogd dat de rechtbank ook een uitspraak doet over de huisvesting in volgende schooljaren dan wel over de tijdigheid van die beslissingen, is dit dan ook niet mogelijk. Dit betreffen separate trajecten en besluiten, waartegen aparte rechtsmiddelen moeten worden ingesteld indien eiseres het daar niet mee eens is. Het college heeft hierover ter zitting wel aangegeven in gesprek te willen blijven met eiseres over eventuele extra voorzieningen.

13. De rechtbank kan dus alleen beoordelen of het college in het kader van de spoedaanvraag onrechtmatig heeft gehandeld. Een spoedvoorziening heeft volgens vaste rechtspraak een fundamenteel ander karakter dan een reguliere voorziening. Bij de spoedvoorziening staat de directe voortgang van het onderwijs voorop. Doel van de spoedvoorziening is een tijdelijke en kostenefficiënte huisvesting van leerlingen en de noodzaak om voor aanvang van het schooljaar in passende huisvesting te voorzien. Zij ziet niet op huisvesting op langere termijn.

14. De rechtbank is, gezien het hiervoor weergegeven toetsingskader, van oordeel dat het college in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd dat de toegekende voorziening voor het schooljaar 2023-2024 passend was. Hierbij is van belang dat het college gezien de relatief korte periode tussen de spoedaanvraag van 19 januari 2023 tot de aanvang van voormeld schooljaar, slechts beperkt de tijd had om huisvesting voor eiseres te realiseren. Uit artikel 98, tweede lid, van de Wpo volgt dat een spoedvoorziening niet precies datgene hoeft te zijn waarom is verzocht. Eiseres heeft verder niet aannemelijk gemaakt, en de rechtbank is ook overigens niet gebleken, dat het college, de korte termijn in aanmerking nemend, onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de beschikbare mogelijkheden, dan wel onvoldoende rekening heeft gehouden met de wensen van eiseres. De rechtbank ziet geen reden voor twijfel dat er geen significante leegstand was in het door eiseres gewenste postcodegebied [postcode 1] en de huisvestingsmogelijkheden aldaar ontoereikend waren. Gelet hierop heeft het college ervoor mogen kiezen om huisvesting centraal in Veenendaal aan te bieden, op relatief korte afstand van het gewenste postcodegebied. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het college ook heeft mogen kiezen voor een voorziening in drie verschillende schoolgebouwen. De rechtbank begrijpt goed, zoals ook door eiseres ter zitting is toegelicht, dat dit niet ideaal is en de nodige problemen geeft. Nu het hier echter gaat om een spoedvoorziening, is dit geen reden om het bestreden besluit onrechtmatig te achten. Eiseres heeft door de toegekende voorziening in het schooljaar 2023-2024 kunnen starten met de nieuwe school. Wat betreft de optie van noodlokalen in een nieuw te realiseren noodgebouw acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het vinden van een geschikte locatie hiervoor en het realiseren ervan, reëel was in het beschikbare tijdsbestek van de spoedprocedure, zodat het college niet gehouden was om een dergelijke voorziening te treffen. Eiseres heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat een andere gemeente bij een soortgelijke spoedaanvraag voor een Al Amana school, gevraagd heeft de start een jaar uit te stellen om op dat moment wel één locatie beschikbaar te hebben. Dit leidt de rechtbank in deze zaak niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft zelf een aanvraag gedaan om een spoedvoorziening voor het schooljaar 2023-2024 en uit het dossier lijkt te volgen dat dit voor de bekostiging ook nodig was. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.

16. Eiseres krijgt wel een vergoeding van haar proceskosten en het door haar betaalde griffierecht vanwege het hiervoor onder 9 geconstateerde gebrek. Het college moet dit betalen. De proceskostenvergoeding bedraagt € 1.814,-, omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank- verklaart het beroep ongegrond;- bepaalt dat het college aan eiseres het betaalde griffierecht van € 371,- vergoedt;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. den Dulk

Griffier

  • mr. K.L.H. Thomas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?