RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Utrecht
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/725
(gemachtigde: mr. D.F.P. van Arkel),
en
(gemachtigde: mr. N.J. van Polanen ).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om het terras bij het horecabedrijf [horeca gelegenheid 1] , gevestigd aan de [adres] , uit te breiden. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het besluit voldoet aan het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor de uitbreiding van haar exploitatievergunning, de uitbreiding ziet op een vergroting van het terras aan de [adres] . Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de aandeelhouder van eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Is het gelijkheidsbeginsel geschonden bij de weigering van de aanvraag?
Is het vertrouwensbeginsel geschonden bij de weigering van de aanvraag?
Omvang van het geding
3. Tijdens de bezwaarprocedure is besproken om de openbare bankjes te verplaatsen die vlakbij het terras van eiseres staan. Eiseres stelt dat dat nieuwe voorstel, wat hangende bezwaar aan verweerder is voorgelegd, meegenomen had moeten worden in de besluitvorming van het bestreden besluit.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat dit niet mogelijk is. De oorspronkelijke aanvraag blijft leidend voor de beoordeling. Ter zitting heeft verweerder daar aan toegevoegd dat een aanvraag voor het verplaatsen van openbare bankjes door een andere afdeling wordt behandeld en dat zo’n verzoek separaat en voorafgaand aan de exploitatievergunning dient te worden aangevraagd.
5. De rechtbank is van oordeel dat het voorstel om de bankjes te verplaatsen buiten de omvang van het geding valt. De aanvraag ziet op een uitbreiding van het aantal vierkante meters dat binnen de exploitatievergunning van eiseres als terras mag worden gebruikt. In het kader van zo’n vergunning kan niet worden verzocht om het verplaatsen van openbare bankjes, daarvoor moet een aparte aanvraag worden gedaan. Dat betekent dat het bestreden besluit beoordeeld moet worden naar de feitelijke situatie ten tijde van dat besluit, waarbij dus wordt uit gegaan van de aanwezigheid van de openbare bankjes ter hoogte van het terras van eiseres. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.
Toetsingskader
6. De bevoegdheid van de burgemeester om de uitbreiding van een terras te vergunnen is geregeld in de Verordening horeca gemeente Utrecht en de Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht. In dit geval is het verzoek afgewezen op grond van artikel 2 onder 5 van de beleidsregels; uitbreiding van het terras levert volgens de burgemeester een beperking of belemmering op voor andere publieke functies of gebruik van de openbare plaats. Bij de beoordeling of sprake is van een dergelijke beperking of belemmering komt de burgemeester discretionaire bevoegdheid toe. De rechtbank komt alleen tot vernietiging van het bestreden besluit indien geoordeeld moet worden dat de burgemeester niet in redelijkheid tot afwijzing van de uitbreiding van de vergunning heeft kunnen komen of als deze afwijzingen in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel.
Heeft verweerder de belangen van eiseres in redelijkheid meegewogen?
7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de vrije doorgang voor voetgangers en het gebruik van de werf voor andere publieke functies onaangetast blijft bij uitbreiding van het terras. Verder heeft verweerder onvoldoende gezocht naar oplossingen om uitbreiding van het terras toch mogelijk te maken, terwijl zij dat bij andere horecagelegenheden wel doet. De uitbreiding kan juist ten goede komen aan de locatie die nu veelal door overlastgevers wordt gebruikt. Daarnaast brengt de weigering van het wijzigen van de exploitatievergunning een onevenredige last voor de exploitatie van het bedrijf met zich mee. Het bedrijf loopt inkomsten mis door een te klein terras en is nu niet levensvatbaar. Omzetcijfers laten een daling in omzet ziet vanaf de zomerperiode. Verweerder heeft ook niet onderbouwd waarom de publieke functie van de kade prevaleert boven uitbreiding van het terras.
8. De rechtbank is van oordeel dat de belangen van eiseres in redelijkheid zijn meegewogen in het bestreden besluit en dat het besluit voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende is gemotiveerd. De rechtbank kan verweerder volgen in het standpunt dat publiek gebruik op de kade wordt beperkt bij uitbreiding van het terras. Bij de vergunning van de aanvraag staat het terras van eiseres vlak naast de bankjes voor publiek gebruik, wat de indruk kan wekken dat de bankjes niet voor publiek gebruik zijn. Bovendien moet er voldoende plek overblijven voor het gebruik van de publieke bankjes en de ruimte daar omheen, zowel voor mensen die daar willen zitten, maar ook voor voorbijgangers en klanten van de rondvaartboten die aanmeren naast het terras. Ook de vrije doorgang voor voetgangers moet nog voldoende breed zijn. Hoewel bij een uitbreiding van het terras dit alles ook nog mogelijk kan zijn, wordt het gebruik van deze ruimte wel beperkt, zodat de burgemeester de vergunning mocht weigeren. Dat het grotere terras een positieve wending kan geven aan een plek die nu veelal wordt gebruikt door overlastgevend publiek, doet hier niet aan af. Het is de taak van de gemeente om handhavend op te treden tegen overlast, maar het verlenen van een terrasvergunning is daarvoor niet het geëigende middel.
9. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat een financieel belang bij de exploitatievergunning maar in beperkte mate meeweegt bij vergunning verlening. Het is een vanzelfsprekend belang bij elke ondernemer. Het financiële belang van eiseres weegt naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet zo zwaar dat de gevraagde vergunning toch verleend zou moeten worden. Daarnaast volgt uit de overgelegde omzetcijfers niet zondermeer dat het gebrek aan een groter terras de oorzaak is voor een tegenvallende omzet in de zomermaanden. Verweerder mocht het algemeen belang dus boven het belang van eiseres stellen vanwege het overige publieke gebruik van de kade. Deze beroepsgrond slaagt niet.
10. Eiseres stelt dat de doorloopruimte bij andere horecagelegenheden smaller is dan op het terras bij eiseres na uitbreiding en dat dit dus niet mag worden tegengeworpen. Eiseres noemt als voorbeeld: [horeca gelegenheid 2] , [horeca gelegenheid 3] en [horeca gelegenheid 4] .
11. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet opgaat. Op de kade waar de terrassen van [horeca gelegenheid 2] , [horeca gelegenheid 3] en [horeca gelegenheid 4] zijn gevestigd is geen sprake van een publieke functie waarbij rekening gehouden moet worden met verschillend gebruik. Aldaar hoeft geen rekening te worden gehouden met een opstapplaats voor rondvaarten en met openbare bankjes waar mensen kunnen zitten zonder te consumeren bij een horecagelegenheid. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
12. Eiseres stelt dat verweerder bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik heeft toegezegd dat een terras over de volledige kade mogelijk is. Bij de aanvraag van de vergunning zat een tekening met een terras over de gehele kade. In de vergunning staat het volgende: ‘’Het terras past binnen het bestemmingsplan en maakt daarom geen onderdeel uit van de omgevingsvergunning.’’
13. De rechtbank is van oordeel dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een uitlating en/of gedraging die kan worden gekwalificeerd als een toezegging voor een exploitatievergunning van een terras over de gehele kade. Dat een terras over de gehele kade binnen het bestemmingsplan past, neemt niet weg dat aan overige voorwaarde van een exploitatievergunning moet worden voldaan. Uit artikel 11 van de Verordening horeca gemeente Utrecht volgt dat het voldoen aan het bestemmingsplan slechts één van meerdere voorwaarden is voor een exploitatievergunning. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.
Conclusie en gevolgen
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.