ECLI:NL:RBMNE:2025:6200

ECLI:NL:RBMNE:2025:6200, Rechtbank Midden-Nederland, 10-11-2025, 10871873

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-11-2025
Datum publicatie 19-11-2025
Zaaknummer 10871873
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Almere
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 9 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001840 BWBR0004581 BWBR0049272

Samenvatting

Wahv, misbruik van recht, niet-ontvankelijk beroep. Het zonder toelichting alsnog ontkennen van de snelheidsovertreding is in het licht van de verklaringen van de betrokkene evident kansloos. Het ging de gemachtigde niet om de opgelegde boete, maar over het verkrijgen van een proceskostenveroordeling vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Er is sprake van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en dat beroep te handhaven. Bij de rechtbank wachten duizenden zaken over verkeersboetes op behandeling. Mensen die misbruik maken van het recht om naar de kantonrechter te stappen, zorgen ervoor dat andere mensen nog langer moeten wachten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Almere

zaaknummer: 10871873 MM VERZ 24-90

CJIB-nummer: 254547347

beslissing van de kantonrechter van 10 november 2025 en proces-verbaal van de zitting van 27 oktober 2025

inzake

[betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene,

gemachtigde: N.G.A Voorbach.

Inleiding

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 323,00. De boete is opgelegd  kort gezegd  voor het overschrijden van de maximumsnelheid op een autosnelweg met 31 kilometer per uur, op 17 december 2022 in Almere.

De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 27 oktober 2025. Namens de betrokkene was de vervanger van de gemachtigde aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.

De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene heeft op 23 juli 2023 pro-forma beroep ingesteld, zonder inhoudelijke gronden. In de aanloop naar de zitting, op 10 oktober 2025, heeft hij een brief gestuurd met als beroepsgrond dat de gedraging wordt ontkend en waarbij erop gewezen wordt dat in deze zaak niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan. Op de zitting heeft de vervanger van de gemachtigde er nogmaals op gewezen dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Daarnaar gevraagd, heeft zij geen verdere onderbouwing gegeven voor de ontkenning van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd.

2. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene.

3. Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 van het BW vindt artikel 3:13 toepassing buiten het vermogensrecht voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daar niet tegen verzet.

4. Deze bepalingen brengen met zich dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. Van misbruik van recht is sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.

5. De kantonrechter overweegt dat uit het zaaksoverzicht volgt dat de betrokkene op de rijksweg A27 reed en dat de snelheid is vastgesteld met een mobiele trajectsnelheidsmeter. De verbalisant heeft vastgesteld dat de betrokkene na correctie gemiddeld 131 kilometer per uur reed, terwijl de toegestane snelheid 100 kilometer per uur was. De betrokkene is staande gehouden en heeft het volgende verklaard:

Ik val niemand lastig. Ik rij geen 300 kilometer per uur. Ik heb geen verklaring over de door mij gereden snelheid.

In de fase van administratief beroep heeft de gemachtigde in aanvulling hierop de volgende schriftelijke verklaring van de betrokkene naar voren gebracht:

Undercover in een dikke zwarte jaguar. Ik reed 120 op cruise control. Maar ze gaan dicht op je om te meten dus dan wil je ze er langs laten en ga je even opzij. Dus dan wordt je op 31 gepakt. En dat terwijl er langs mij constant mensen reden die inhaalden met 160. Daar snap ik nou niks van!

6. De gemachtigde van de betrokkene heeft meer dan twee jaar na het instellen van het beroep als enige beroepsgrond alsnog ontkend dat betrokkene te hard heeft gereden, zonder dat verder te kunnen of willen toelichten. De kantonrechter oordeelt dat deze beroepsgrond zonder toelichting in het licht van de verklaringen van de betrokkene evident kansloos is. De kantonrechter betrekt hierbij dat de beroepsgrond is aangevoerd door een professionele rechtsbijstandverlener die veel ervaring heeft met dit soort zaken.

7. De gemachtigde van de betrokkene wilde op de zitting eerst en vooral de overschrijding van de redelijke termijn van berechting aankaarten. In het licht van het kansloze beroep leidt dit tot het oordeel dat het voor de gemachtigde niet (meer) ging om de opgelegde boete, maar alleen (nog) over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling. De forfaitair te vergoeden proceskosten zouden in deze zaak € 907,- bedragen en dat bedrag zou de betrokkene aan de gemachtigde moeten betalen, gelet op de afspraken die zij hebben gemaakt in het kader van no cure, no pay. Onder deze omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en dat beroep te handhaven.

8. De kantonrechter komt tot de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

9. De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie, volstaat hij met deze vaststelling. De kantonrechter merkt hierbij op dat er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes wachten op behandeling. Het is zeer ongewenst dat mensen zo lang moeten wachten op een uitkomst in hun zaak. Mensen die misbruik maken van het recht om naar de kantonrechter te stappen, zorgen ervoor dat andere mensen nog langer moeten wachten.

10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkene te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

V.O. de Wilde mr. K. de Meulder

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij

de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,

locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K. de Meulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?