RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/596317 / FV RK 25-1713
Datum uitspraak: 18 augustus 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [1978] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. H.S.K. Jap A Joe.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 juli 2025;
een e-mailbericht van de advocaat van 25 juli 2025 met als bijlage een schrijven van betrokkene.
De zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , casemanager;
[B] , de moeder van betrokkene.
Verder waren aanwezig [C] (casemanager) en een medewerker van GGz Vervoer.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is namelijk aan alle wettelijke voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
De advocaat heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Hiertoe heeft de advocaat in de eerste plaats aangevoerd dat betrokkene niet is gezien door een onafhankelijk psychiater. Betrokkene zegt dat het bezoek van de psychiater niet is aangekondigd. Verder is betrokkene van mening dat die psychiater niet onafhankelijk is, omdat de medische verklaring is opgesteld enkel op basis van informatie afkomstig van de huisarts van betrokkene en van de casemanager. Die casemanager ( [A] ) is niet onafhankelijk, aldus betrokkene.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de medische verklaring van 2 juli 2025 en de toelichting tijdens de zitting blijkt dat de onafhankelijk psychiater heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden om betrokkene te onderzoeken. Een bezoek aan betrokkene is aangekondigd, gepoogd is telefonisch contact met betrokkene te leggen en betrokkene is uitgenodigd bij de psychiater om zich in persoon te laten onderzoeken. Alles zonder resultaat. Dat de psychiater de huisarts van betrokkene, het dossier en het gebiedsteam van Altrecht raadpleegt, is gebruikelijk. Dit betekent niet dat de psychiater niet onafhankelijk is.
Betrokkene betwist dat sprake is van een psychische stoornis. Hij ontkent dat hij een waanstoornis of een psychotische stoornis heeft. Hij zegt dat hij geen andere middelen dan alcohol gebruikt, maar van een alcoholverslaving is geen sprake. De rechtbank oordeelt daar anders over. De onafhankelijk psychiater is na onderzoek van betrokkene gekomen tot de volgende voorlopige diagnose: ‘ALK (Aanhoudend Lichamelijke Klachten met dus geen lichamelijk gevonden oorzaak), waanstoornis/psychotische stoornis en stoornis in gebruik van alcohol’. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 2 juli 2025. De rechtbank heeft geen aanleiding aan het oordeel van de psychiater te twijfelen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit vooral uit ernstige psychische schade voor betrokkene zelf. Betrokkene ziet dat anders. Hij erkent het lijden, maar ziet daarin geen reden voor een zorgmachtiging. De rechtbank is echter van oordeel dat een zorgmachtiging wel nodig is.
Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene immers zorg nodig. Anders dan betrokkene is de rechtbank van oordeel dat dit met name psychiatrische zorg betreft en niet uitsluitend somatische zorg.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hij mijdt de zorg van GGZ. Hij heeft geen ziektebesef en -inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
De advocaat heeft subsidiair geconcludeerd tot afwijzing van alle verzochte vormen van verplichte zorg met uitzondering van het ‘toedienen van medicatie’. De rechtbank is het eens met de advocaat dat de verplichte zorgvormen ‘toedienen van vocht en voeding’, ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’, niet nodig zijn. Deze worden daarom afgewezen. Toepassing van de overige zorgvormen kan nodig zijn tijdens de beoogde opname van betrokkene of ten behoeve van behandeling in ambulante vorm.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [1978] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 februari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2025 door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, in aanwezigheid van E. Berghuis, griffier en op schrift gesteld op 25 augustus 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.