[eiser] , uit [plaats 1] , eiser/vader
(gemachtigde: mr. M. van Harskamp),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. T.C. Tesselhof).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [de moeder] , uit [plaats 2] , de moeder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
5. [dochter] woont bij haar moeder en heeft geen contact met haar vader. Hoe dit zo gekomen is, speelt hier geen rol. De naamswijziging is ook niet van invloed op eventueel toekomstig contact. Dat staat los van elkaar. Verder gebruikt [dochter] zelf al een jaar de achternaam van haar moeder en vraagt zij anderen om dat ook te doen. Ook is van belang dat [dochter] weet wie haar vader is. Eiser heeft nog aangevoerd dat [dochter] in de toekomst mogelijk spijt krijgt dat haar achternaam is gewijzigd, maar dat is nu geen reden om de naamswijziging niet in haar belang te achten. Als [dochter] spijt krijgt en de naam van haar vader weer zou willen dragen, dan kan zij daarvoor een aanvraag indienen. Alles bij elkaar is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris alle belangen goed heeft afgewogen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [dochter] de achternaam van haar moeder krijgt. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.