RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht, kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10937269 \ UC EXPL 24-1219 WMB/61313
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
STICHTING CAZAS WONEN,
gevestigd in Woerden,
eisende partij,
hierna te noemen: Cazas Wonen,
gemachtigde: mr. G.J. Scholten,
tegen
[gedaagde] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. T.E. Houkes.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 juli 2025;- de akte uitlating van Cazas Wonen van 3 september 2025;- de akte uitlating van [gedaagde] met producties van 17 september 2025;
- de akte uitlating productie van Cazas Wonen van 29 oktober 2025.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.
2. De kern van de zaak
[gedaagde] huurt sinds 19 april 2022 de woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning) van Cazas Wonen. [gedaagde] verzamelt spullen op een manier die volgens Cazas Wonen in de weg staat aan een normaal gebruik van de woning en voor een gevaarlijke situatie zorgt. Na een gerechtelijke plaatsopneming heeft [gedaagde] twee maanden de tijd gekregen om stappen te maken om de woning op te ruimen en mee te werken aan inspecties door Cazas Wonen. Volgens [gedaagde] heeft hij dat (voldoende) gedaan. Cazas Wonen vindt van niet. Zij wil nog steeds dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. De vorderingen van Cazas Wonen worden afgewezen.
3. De verdere beoordeling
Een ontbinding van de huurovereenkomst is op dit moment niet gerechtvaardigd
De kantonrechter is van oordeel dat de ontbinding van de huurovereenkomst op dit moment niet gerechtvaardigd is en overweegt daarbij als volgt.
In het tussenvonnis van 2 juli 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat er onvoldoende aanknopingspunten waren voor een ontbinding op grond van de toenmalige situatie in de woning op zichzelf, maar dat [gedaagde] daarnaast ook in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst tekortschoot door niet meer te werken aan een verbetering van de situatie en Cazas Wonen niet tot de woning toe te laten voor inspecties. [gedaagde] moest dus in ieder geval laten zien dat hij nu de ernst van de situatie inziet, door zich (weer) actief in te zetten om de woning op te ruimen en Cazas Wonen inspecties uit te laten voeren.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] dat de afgelopen maanden heeft gedaan. Uit de foto’s en inspectieverslagen die partijen in hun laatste akten hebben overgelegd, concludeert de kantonrechter dat [gedaagde] uitvoering is gaan geven aan het plan dat hij samen met zijn zorgverlener, [naam] , heeft opgesteld om de woning op te ruimen. Een van de zorgmedewerkers die daarbij betrokken is, verklaart dat het proces gestaag vordert en dat [gedaagde] gemotiveerd is en zijn best doet om voortgang te maken. Cazas Wonen erkent ook dat (tot op zekere hoogte) sprake is van een verbetering en dat een deel van de spullen uit de woning zijn opgeruimd en/of afgevoerd. Daaruit blijkt voldoende dat [gedaagde] zich nu (weer) inzet om de situatie te verbeteren. De kantonrechter ziet daarom geen reden om een nieuwe plaatsopneming te gelasten of om Cazas Wonen nogmaals foto’s te laten overleggen, zoals zij heeft voorgesteld. Daarnaast blijkt uit de gespreksverslagen dat [gedaagde] Cazas Wonen regelmatig in de woning heeft toegelaten om inspecties uit te voeren. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [gedaagde] op die punten (het werken aan een verbetering en het toelaten van inspecties) niet langer tekortschiet.
Dat uit de foto’s blijkt dat er ondanks de verbetering nog steeds veel werk moet worden gedaan voordat de woning in zijn geheel weer goed bruikbaar is en alle spullen daaruit zijn opgeruimd en/of afgevoerd, maakt dat oordeel niet anders. Het gaat erom dat [gedaagde] zich als goed huurder gedraagt. Dat was niet zo, omdat hij Cazas Wonen niet toeliet om inspecties in de woning te houden, toen daar aanleiding voor was en weigerde zijn woning zo te gebruiken en te bewonen als van een goed huurder mag worden verwacht. Inmiddels heeft [gedaagde] de nodige stappen gezet en daarbij Cazas Wonen gepast toezicht laten houden. Dat het resultaat tot nu toe nog niet voldoet aan wat Cazas Wonen ziet als goed gebruik van een woning, maakt niet dat [gedaagde] op dit moment zodanig tekortschiet in zijn verplichtingen dat er een einde moet komen aan de huurovereenkomst. Als [gedaagde] de nu ingezette lijn vasthoudt, acht de kantonrechter het namelijk aannemelijk dat [gedaagde] aan zijn verplichtingen zal voldoen.
Cazas Wonen heeft evenwel terecht zorgen geuit dat [gedaagde] in de toekomst weer zal ophouden met opruimen of de situatie zelfs weer zal laten verslechteren. Dat is niet de bedoeling. [gedaagde] moet de woning gebruiken op de daartoe bestemde manier en Cazas Wonen mag dus actie van hem blijven eisen. [gedaagde] heeft gedurende deze procedure meermaals de tijd en gelegenheid gekregen om de woning op te ruimen. Daarbij is gebleken dat dat hem zwaar valt en hij daarbij ondersteuning nodig heeft. De kantonrechter wijst [gedaagde] er daarom op dat van groot belang is dat hij begeleiding en ondersteuning bij het opruimen accepteert en voort laat duren. Als [gedaagde] onverhoopt weer weigert hulp te accepteren en daardoor opnieuw stilvalt met het opruimen van de woning, kan dat namelijk in de toekomst aanleiding zijn voor Cazas Wonen om opnieuw of verdere juridische actie tegen hem te ondernemen.
De proceskosten worden gecompenseerd
De kantonrechter ziet reden om de proceskosten in dit geval tussen partijen te compenseren. Hoewel de vorderingen van Cazas Wonen worden afgewezen, schoot [gedaagde] wel tekort in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Pas nadat Cazas Wonen deze procedure heeft gestart, is [gedaagde] in actie gekomen om daar (op termijn) een einde aan te maken en ook tijdens de procedure heeft [gedaagde] meermaals geweigerd om verder op te ruimen of Cazas Wonen toe te laten tot de woning. Het was voor Cazas Wonen dus noodzakelijk om deze procedure te starten en door te zetten.
4. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering van Cazas Wonen af,
compenseert te proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.