[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende], uit [plaats] , vergunninghouder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen op het voordakvlak van de woning [adres 1] in [plaats] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Op 14 mei 2025 heeft vergunninghouder een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen op de woning [adres 1] . Het college heeft de aanvraag getoetst aan het Omgevingsplan gemeente Hilversum. De woning staat in het beschermde stadsgezicht Plan Zuid. Volgens het college voldoet de aanvraag aan de voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit het omgevingsplan en voldoet het aan redelijke eisen van welstand. De omgevingsvergunning is op 22 augustus 2025 verleend. Verzoeker woont aan de [adres 2] . Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de beslissing op bezwaar.
4. Een voorlopige voorziening is een spoedmaatregel om te voorkomen dat er onomkeerbare dingen gebeuren als gevolg van een besluit, voordat op het bezwaar is beslist.
5. Aan vergunninghouder is gevraagd om te laten weten wanneer hij van plan is te starten met het plaatsen van de zonnepanelen en of er bereidheid is om te wachten met de werkzaamheden tot het college op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. In reactie daarop heeft vergunninghouder meegedeeld dat hij overweegt om te starten met de vergunde werkzaamheden, maar op sociale gronden toch overweegt om de werkzaamheden uit te stellen. Verzoeker heeft hierin geen aanleiding gezien om zijn verzoek in te trekken.
6. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisende belang ontbreekt. De voorzieningenrechter begrijpt de verklaring van de vergunninghouder zo dat hij in afwachting op de beslissing op bezwaar geen gebruik zal maken van de vergunning. Dit blijkt ook uit een later e-mailbericht waarin hij aangeeft te wachten. Maar als vergunninghouder de zonnepanelen wel alvast zal gaan plaatsen, dan gebeurt dat op eigen risico en voor eigen rekening van de vergunninghouder, omdat de aan hem verleende omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is. Verzoeker heeft in reactie op de verklaring van vergunninghouder ook aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben als vergunninghouder de zonnepanelen wil plaatsen. Het plaatsen van zonnepanelen kan weer ongedaan gemaakt worden als de omgevingsvergunning in bezwaar zou worden herroepen. Van een onomkeerbare situatie zal geen sprake zijn.
Conclusie en gevolgen
7. De conclusie is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorziening. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: