ECLI:NL:RBMNE:2025:6441

ECLI:NL:RBMNE:2025:6441, Rechtbank Midden-Nederland, 18-09-2025, UTR 24/5550

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-09-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer UTR 24/5550
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een verklaring van geschiktheid, op de grond dat zijn rijgeschiktheid niet kon worden vastgesteld. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR)

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/5550

en

(gemachtigde: S.J.W. van der Vorstenbosch).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een verklaring van geschiktheid, op de grond dat zijn rijgeschiktheid niet kon worden vastgesteld. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CBR de aanvraag van eiser voor een verklaring van geschiktheid terecht heeft afgewezen. De door eiser aangevoerde beroepsgronden, waaronder zijn stelling dat het rapport van psychiater [A] onjuist is en dat het CBR dit zonder zorgvuldig onderzoek heeft overgenomen, slagen niet. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een Gezondheidsverklaring ingediend ter verkrijging van een Verklaring van geschiktheid. Het CBR heeft deze aanvraag met het besluit van 3 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is het CBR bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CBR heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het CBR. Eiser was niet aanwezig.

Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht twaalf weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Op 4 januari 2024 heeft eiser een Gezondheidsverklaring ingediend bij het CBR.

4. Op 17 januari 2024 is eiser per brief geïnformeerd dat het CBR meer informatie nodig heeft om te kunnen besluiten of eiser geestelijk en/of lichamelijk in staat is om te rijden. Eiser moet zich moet laten keuren door een onafhankelijke specialist van zijn keuze (psychiater drugsmisbruik). Het onderzoek moet op of na 23 februari 2024 plaatsvinden.

5. Op 13 maart 2024 wordt een herinneringsbrief verstuurd naar eiser om zich te laten onderzoeken omdat het CBR nog niet alle gevraagde informatie van de arts had ontvangen.

6. Op 17 maart 2024 ontving het CBR bericht van de keurend psychiater [A] dat eiser het rapport van de keuring van 6 maart 2024 heeft geblokkeerd.

7. Bij primair besluit van 3 april 2024 heeft het CBR beslist dat het rijbewijs van eiser ongeldig blijft.

8. Op 8 mei 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het primair besluit van 3 april 2024 en voert aan dat hij bij een andere specialist is geweest en niet bij specialist/psychiater [A] . Eiser heeft gevraagd om de blokkade eraf te halen.

9. Op 7 juni 2024 heeft het CBR aan dhr. [A] gevraagd om het keuringsrapport te deblokkeren.

10. Op 12 juni 2024 heeft het CBR het keuringsrapport van psychiater [A] ontvangen, waarna eisers rijgeschiktheid is beoordeeld.

11. Op 26 juni 2024 heeft het CBR een nieuw besluit genomen, inhoudende dat eiser niet rijgeschikt is wegens drugsmisbruik. Eiser heeft geen nieuwe gronden ingediend tegen het tweede besluit. Het CBR heeft eiser in de gelegenheid gesteld om hiertegen gronden in te dienen, maar daar heeft eiser geen gebruik van gemaakt.

12. Het CBR gaat er daarom van uit dat eiser het besluit niet betwist, daarom is het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Bij bestreden besluit van 7 augustus 2024 is het CBR bij zijn besluit gebleven.

Heeft het CBR terecht de aanvraag van eiser afgewezen?

13. Eiser voert aan dat het rapport van psychiater [A] onjuist is en dat deze hem ten onrechte als drugsmisbruiker heeft bestempeld. Volgens eiser heeft het CBR dit oordeel overgenomen zonder zorgvuldig te onderzoeken op welke punten het rapport onjuist zou zijn.

14. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog. Het CBR als bestuursorgaan mag afgaan op het psychiatrisch rapport dat aan hem is uitgebracht, nadat het is nagegaan of dit rapport op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. De rechtbank is van oordeel dat anders dan eiser aanvoert het CBR voldoende onderzoek heeft gedaan naar de gang van zaken rond het door eiser in zijn bezwaar naar voren gebrachte voorval. Eiser is ook meerdere keren gevraagd om zijn zienswijze hierover te geven. Op grond van de bevindingen van psychiater [A] – waaronder de uitslag van het laboratoriumonderzoek – is de psychiater tot de conclusie gekomen dat bij eiser geen sprake is van een recidiefvrije periode van een jaar ten aanzien van drugsmisbruik, en heeft hij eiser daarom niet rijgeschikt geacht. Eiser heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen deze bevindingen ingediend, maar enkel gesteld dat deze onjuist zijn, zonder verdere onderbouwing. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat het CBR niet op de conclusies van de psychiater mocht afgaan. Het CBR heeft de aanvraag van eiser voor een verklaring van geschiktheid dan ook terecht afgewezen.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. van der Linde

Griffier

  • mr. N.A. Gomes de Jorge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?