ECLI:NL:RBMNE:2025:6518

ECLI:NL:RBMNE:2025:6518, Rechtbank Midden-Nederland, 12-02-2025, UTR 24/6752

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 12-02-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer UTR 24/6752
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

verzet gegrond; onduidelijk of niet thuis brief is achtergelaten; opposante ontkent de ontvangst; nieuwe werkwijze korte termijn na retourzending

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2025 op het verzet van

[oppossante] , te [plaats] , opposante.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/6752

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 1 februari 2024.

In de uitspraak van 9 december 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 9 december 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante het griffierecht niet heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 9 december 2024 niet juist was.

3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 9 december 2024 niet juist omdat zij de aangetekende herinneringsnota van 1 november 2024 niet heeft ontvangen. Op

28 november 2024 heeft opposante een -niet aangetekende- brief ontvangen van de rechtbank waarin staat dat de rechtbank op 1 november 2024 een aangetekende brief heeft verzonden en dat deze retour is gekomen naar de rechtbank. Opposante heeft op

4 december 2024 telefonisch contact opgenomen met de rechtbank en direct het griffierecht van € 51,- voldaan. Opposante merkt op dat de brief van 28 november 2024 ruim na het verstrijken van de betalingstermijn verzonden.

4. Als een poststuk aangetekend is verzonden en de belanghebbende ontkent de ontvangst ervan, moet worden onderzocht of het stuk door PostNL op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden.

5. Ten aanzien van de aangetekende verzending van de brief van 1 november 2024 heeft de rechtbank een uitdraai van de track and trace van PostNL. Hierop is te zien dat het poststuk is aangeboden op 5 november 2024 om 15:46 uur en vervolgens is gebracht naar een PostNL-punt. Het is onduidelijk of de bezorger een ‘niet thuisbrief’ heeft achtergelaten waardoor opposante op de hoogte kon zijn van de aangetekende brief. Bij deze stand van zaken is de verzetsrechter van oordeel dat op basis van deze gegevens de feitelijke gang van zaken rond de bezorging niet is vast te stellen. De verzetsrechter is van oordeel dat redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat opposante op de hoogte is gebracht van de aangeboden aangetekende brief van 1 november 2024. Daarnaast hanteert de rechtbank sinds november 2024 een nieuwe werkwijze waarbij belanghebbende, indien sprake is van een retourzending, een korte termijn krijgen om het griffierecht alsnog te voldoen. In de brief van 28 november 2024 heeft de rechtbank per abuis geen termijn genoemd waarbinnen opposante het griffierecht kon betalen. Opposante heeft het griffierecht betaald op 4 december 2024.

6. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 9 december 2024 vervalt (artikel 8:55, lid 9, van de Awb).

7. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

8. De rechtbank neemt nu nog geen beslissing over de vergoeding van de proceskosten van opposante. Dit gebeurt pas in de einduitspraak over het beroep.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Helmich

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?