[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder.
Inleiding
1. Met het besluit van 16 mei 2024 heeft verweerder kinderbijslag toegekend vanaf het derde kwartaal van 2024. Eiser heeft op 2 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het bezwaar was te laat ingediend en eiser kon voor 7 augustus 2024 aangeven wat de reden hiervoor was. Bij beslissing van 6 augustus 2024 is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft op 4 september 2024 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Verweerder heeft op 14 oktober 2024 een verweerschrift ingediend.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij hiertoe komt.
4. Bij het instellen van het beroep op 4 september 2024 heeft eiser gronden van beroep overgelegd. De beroepsgronden zijn opgesteld in de Engelse taal. Echter merkt de rechtbank deze niet aan als gronden van beroep. Dit document is in de Engelse taal opgesteld en de rechtbank kan daarom geen kennis nemen van de inhoud van dit document.
5. De rechtbank heeft eiser daarom op 18 oktober 2024 in de Nederlandse taal en nog eens op 18 november 2024 in de Engelse taal verzocht om binnen vier weken de gronden van beroep in de Nederlandse taal te in te dienen.
6. Eiser heeft niet op deze brieven gereageerd. De rechtbank heeft dus tot op heden geen gronden van beroep in de Nederlandse taal ontvangen. Eiser heeft ook geen reden gegeven waarom hij de gronden van beroep niet in de Nederlandse taal heeft ingediend of zou kunnen indienen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
S.N. Lekatompessij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.