ECLI:NL:RBMNE:2025:6555

ECLI:NL:RBMNE:2025:6555, Rechtbank Midden-Nederland, 27-11-2025, UTR 25/3762

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer UTR 25/3762
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Aanvraag herbeoordeling belastbaarheid per datum toekenning loonaanvullingsuitkering. Dat aan het besluit tot toekenning van een loonaanvullingsuitkering geen verzekeringsgeneeskundig onderzoek ten grondslag heeft gelegen, is geen nieuw feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 Awb. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

27 november 2025 in de zaak tussen

Stichting Hilverzorg, uit Hilversum, eiseres

(gemachtigde: C. Holmes-Groenleer)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: W.A. Postma)

Als derde-partij neem aan het geding deel: [ex werkneemster] (ex-werkneemster)

(gemachtigde: mr. B. Bostancieri).

Inleiding

1. Het Uwv heeft met het besluit van 7 juli 2016 met ingang van 16 september 2016 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aan ex-werkneemster toegekend. Met het besluit van

25 september 2018 heeft het Uwv de WGA-uitkering per 16 december 2018 omgezet naar een loonaanvullingsuitkering.

2. Op 27 januari 2022 heeft eiseres een aanvraag om een herbeoordeling van de uitkering van ex-werkneemster ingediend. Eiseres heeft het Uwv verzocht om voor de uitkomst van de herbeoordeling als ingangsdatum 16 december 2018 te hanteren.

3. Het Uwv heeft het verzoek van eiseres beschouwd als een verzoek om terug te komen op het besluit van 25 september 2018. Het Uwv heeft zich in het besluit van

22 april 2025 (het primaire besluit) op het standpunt gesteld dat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, zodat het Uwv bij het besluit van 25 september 2018 is gebleven.

4. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. In het besluit op bezwaar van 22 mei 2025 (het bestreden besluit) is het Uwv bij zijn standpunt gebleven. Omdat eiseres in bezwaar ook heeft verzocht om de actuele belastbaarheid van ex-werkneemster vast te stellen, heeft het Uwv in het bestreden besluit vermeld dat dit verzoek in behandeling wordt genomen.

5. Eiseres is het niet eens met het besluit van het Uwv om niet terug te komen op het besluit van 25 september 2018 en heeft tegen het bestreden besluit beroep bij de rechtbank ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Ook derde-partij heeft schriftelijk op het beroep gereageerd en heeft zich bij het standpunt van het Uwv aangesloten.

6. Het beroep is op 27 november 2025 met behulp van een beeldverbinding op een hybride zitting door de rechtbank behandeld. De gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van ex-werkneemster hebben digitaal via Teams deelgenomen. Het Uwv heeft zich fysiek laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

7. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal.

Beslissing

8. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Motivering van de beslissing

9. De rechtbank heeft op de zitting met partijen vastgesteld dat de omvang van het geschil is beperkt tot de herbeoordeling van de belastbaarheid van ex-werkneemster per

16 december 2018. Tegen het besluit van 25 september 2018, waarin per 16 december 2018 een loonaanvullingsuitkering aan ex-werkneemster is toegekend, zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dit besluit in rechte is komen vast te staan. Gelet daarop heeft het Uwv het verzoek van eiseres naar het oordeel van de rechtbank terecht opgevat als een verzoek om terug te komen op het besluit van 25 september 2018. De vraag die bij de rechtbank voorligt, is of het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan het Uwv had moeten terugkomen op het besluit van

25 september 2018.

10. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en neemt hierbij het volgende in overweging. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft eiseres gewezen op het feit dat aan het besluit van 25 september 2018 geen verzekeringsgeneeskundig onderzoek ten grondslag heeft gelegen. Zoals eiseres ook op de zitting heeft bevestigd, is dat echter een feit dat ten tijde van het besluit van 25 september 2018 al bekend was. Van een nieuw feit als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Als eiseres het niet eens was met het ontbreken van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek, dan had het op haar weg gelegen om bezwaar tegen het besluit van 25 september 2018 te maken. Dat heeft zij echter niet gedaan.

11. Eiseres heeft ook niet gesteld dat het van het Uwv evident onredelijk was om niet terug te komen op het besluit van 25 september 2018. De rechtbank is daarvan ook niet gebleken. Ook tegen die achtergrond heeft het Uwv het bestreden besluit kunnen nemen.

12. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025 door mr. M.W.A. Schimmel rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.

de rechter is verhinderd om de uitspraak te tekenen.

de griffier de rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.W.A. Schimmel

Griffier

  • mr. S.N. van Ooijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?