RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats: Lelystad
Parketnummer: 16.285163.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudig kamer van 10 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2004] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 26 november 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
1: op 30 januari 2024 te Huizen opzettelijk 17,53 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
2: in de periode van 3 september 2023 tot en met 30 januari 2024 te Huizen met (een) ander(en) opzettelijk in verschillende soorten harddrugs heeft gehandeld.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
4. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van feit 1 en verzoekt verdachte vrij te spreken van een deel van de onder feit 2 tenlastegelegde periode. De verdediging heeft aangevoerd dat de bewezenverklaarde periode zou moeten aanvangen op 24 december 2023.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 en 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverwegingen
De verdachte en zijn medeverdachte werden vanaf 15 januari 2024 een aantal malen geobserveerd, waarbij steeds korte contactmomenten met andere personen werden gezien. Dit resulteerde in de aanhouding van verdachte en zijn medeverdachte op 30 januari 2024. Uit de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 30 januari 2024 handelshoeveelheden cocaïne aanwezig heeft gehad: hij droeg een deel bij zich en een ander deel werd aangetroffen in het voertuig dat hij gebruikte. Zijn medeverdachte had die dag ook handelshoeveelheden harddrugs bij zich.
Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de verdachte gedurende de tenlastegelegde periode – van 3 september 2023 tot en met 30 januari 2024 – heeft gehandeld in verschillende soorten harddrugs en dat hij samenwerkte – in de zin van medeplegen – met medeverdachte [medeverdachte 1] .
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van een deel van de tenlastegelegde periode, namelijk de periode van 3 september 2023 tot 24 december 2023. De rechtbank verwerpt dat verweer gelet op de inhoud van de door haar gebruikte bewijsmiddelen. Tijdens het onderzoek van de politie naar de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] is verdachte [medeverdachte 2] in beeld gekomen. Hij handelde in harddrugs. De verdachte heeft Whatsappcontact gehad met [medeverdachte 2] vanaf 3 september 2023. Die berichten gaan, gelet ook op de inhoud van de overige bewijsmiddelen in het dossier, onmiskenbaar over het bestellen van drugs. De verdachte heeft deze chatberichten op zichzelf niet ontkend toen hij daar op de zitting mee werd geconfronteerd. Hij heeft ook toegegeven dat deze berichten gingen over drugs. Hij heeft verklaard dat hij voor eigen gebruik drugs probeerde te kopen bij [medeverdachte 2] , maar dat deze gesprekken niet tot deals hebben geleid. Die verklaring van de verdachte past niet bij de inhoud van het bericht dat hij op 3 september 2023 aan [medeverdachte 2] stuurde. Het is de verdachte die op die datum aan [medeverdachte 2] drugs aanbiedt: “hij wil 250 voor 100 stks, ik geef t je gewoon voor die prijs”. Of dat nu wel of niet tot een aankoop door [medeverdachte 2] heeft geleid doet er niet toe; de verdachte had blijkbaar toegang tot deze drugs en bood ze te koop aan. Ook komt de naam van [medeverdachte 2] nog een keer terug in een gesprek tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] op 29 december 2023 over het bestellen van MDMA bij [medeverdachte 2] . De contacten met [medeverdachte 2] hebben naar het oordeel van de rechtbank dan ook betrekking op de handel in harddrugs.
Verder volgt uit de MMA-melding van 30 maart 2023 dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] al zes maanden dealen in drugs, waarbij ook kort hun handelswijze wordt beschreven. Na onderzoek, onder andere naar de telefoons van de verdachte en zijn medeverdachte, is gebleken dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] inderdaad op de in de melding beschreven wijze in harddrugs handelden. Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat de verdachte zich in de hele tenlastegelegde periode schuldig heeft gemaakt aan de handel in drugs.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
1op 30 januari 2024 te Huizen opzettelijk 17,53 gram cocaïne aanwezig heeft gehad, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 3 september 2023 tot en met 30 januari 2024 te Huizen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd en aanwezig heeft gehad een of meer gebruikershoeveelheden cocaïne, MDMA, GHB en Mefedron(4-MMC/4-methylmethcathinon), zijnde cocaïne, MDMA, GHB en
4-methylmethcathinon (4-MMC) telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
5. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
6. Straf en/of maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 76 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft verzocht in elk geval geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten. De door de officier van justitie gevorderde taakstraf zou enigszins gematigd kunnen worden indien een kortere periode bewezenverklaard wordt.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft gedurende een periode van bijna vijf maanden met een ander gehandeld in verschillende soorten harddrugs. Toen hij werd aangehouden droeg hij een handelshoeveelheid cocaïne bij zich. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van het gebruik van voor de volksgezondheid schadelijke harddrugs. De handel in harddrugs gaat vaak gepaard met overlast voor de samenleving en andere ernstige vormen van criminaliteit.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:
- een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende de verdachte (ook wel strafblad genoemd) van 15 oktober 2025. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld;
- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 15 april 2025. Hierin is onder meer het volgende geconcludeerd en geadviseerd. De reclassering ziet wel zorgen indien de feiten bewezen worden verklaard. Zij kon echter geen gedegen risico inschatting maken doordat de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept, geen justitiële voorgeschiedenis heeft en zijn leven in praktische zin op orde lijkt te hebben. Er wordt geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en geen bijzondere voorwaarden op te leggen.
Strafkader
De aard en ernst van de feiten rechtvaardigen de oplegging van een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. t De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan het volgende overwogen.
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het verkopen/afleveren/ verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende
3 tot 6 maanden, met enige regelmaat, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van
8 maanden.
De verdachte heeft 44 dagen in voorlopige hechtenis gezeten voordat de voorlopige hechtenis werd geschorst. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die langer is dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis komt, gelet op het voorgaande, nadrukkelijk in beeld. Desondanks zal de rechtbank geen langere gevangenisstraf opleggen dan de verdachte al in voorarrest heeft gezeten. Het is de eerste keer dat de verdachte wordt veroordeeld voor een misdrijf, hij is nog relatief jong en hij heeft zijn leven nu op orde op het gebied van wonen en werken. Het opleggen van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dat teveel doorkruisen. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie met haar eis goed rekening heeft gehouden met die omstandigheden. Bovendien zal de verdachte ook nu nog een straf ervaren door taakstraf die de rechtbank zal opleggen en kan de voorwaardelijke gevangenisstraf als belangrijke waarschuwing fungeren en eraan kunnen bijdragen dat de verdachte niet weer tot het plegen van strafbare feiten zal overgaan. De rechtbank ziet geen reden de gevorderde taakstraf te matigen.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte de volgende straffen op:
- een gevangenisstraf van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 76 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Dit betekent ook dat de rechtbank het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis zal opheffen.
7. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen verdovende middelen te onttrekken aan het verkeer en de inbeslaggenomen geldbedragen verbeurd te verklaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedragen aan hem terug te geven. Hij heeft een verklaring gegeven voor de aanwezigheid van het contante geld en het is bovendien niet vast te stellen dat dit geld is verdiend met drugshandel.
Oordeel van de rechtbank
Hieronder volgen de overwegingen en beslissingen van de rechtbank over de onder de verdachte inbeslaggenomen goederen, zoals vermeld op de beslaglijst van 15 oktober 2025.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen:
10 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3290932);
4 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3291684);
14 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3290867);
7 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3291698);
6 stuks verdovende middelen (omschrijving:PL0900-2023093924-3290864),
onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten begaan.
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen:
€ 1.250,- (omschrijving: PL0900-2023093924-G3290862);
€ 870,- (omschrijving: PL0900-2023093924-3290856);
verbeurd verklaren. Deze geldbedragen zijn geheel of grotendeels door middel van of uit baten van de bewezenverklaarde strafbare feiten verkregen. De verdachte werd geobserveerd door de politie op de dag dat deze geldbedragen bij hem werden aangetroffen. Er werd gezien dat hij (mogelijk) in drugs handelde, waarna hij werd aangehouden. Vervolgens werden er bij hem handelshoeveelheden cocaïne en contante geldbedragen, aangetroffen. Dat hij deze contante geldbedragen zou hebben overgehouden aan de verkoop van een motor, zoals de verdachte heeft verklaard op de zitting, acht de rechtbank niet geloofwaardig in het licht van de observaties van die dag en gelet op wat er bij hem is aangetroffen. Die stelling heeft hij ook niet onderbouwd of nader geconcretiseerd. De rechtbank is dus van oordeel dat de verdachte dit geld heeft verdiend met de drugshandel.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan de verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten:
€ 280,- ( € 280,- (omschrijving: PL0900-2023093924-3290924).
Anders dan de hierboven genoemde contante geldbedragen, werd dit geldbedrag tijdens de doorzoeking in zijn woning aangetroffen in zijn slaapkamer. Van dit geldbedrag kan niet met voldoende zekerheid worden gezegd dat dit verband houdt met de bewezenverklaarde feiten.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen en bijkomende straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
11. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 5.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;
straf
beslag (feiten 1 en 2)
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
€ 280,- ( € 280,- (omschrijving: PL0900-2023093924-3290924);
voorlopige hechtenis
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. J.A. Koorevaar en
mr. S.M.E. Hirdes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Laanstra, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij, op of omstreeks 30 januari 2024 te Huizen, althans in Nederland,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 17,53 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïneeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )
2hij, op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 3 september2023 tot en met 30 januari 2024 te Huizen, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijkheeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeftgehadeen of meer gebruikershoeveelheden, althans een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne en/of MDMA en/of GHB en/of Mefedron(4-MMC/4-methylmethcathinon) en/of een (ander) middel als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst I,zijnde cocaïne en/of MDMA en/of GHB en/of 4-methylmethcathinon (4-MMC),althans (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht )
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , getiteld ‘analyse tel [telefoonnummer medeverdachte 2] ’, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Contact tussen verdachte [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] ( [telefoonunmmer verdachte] ) Op de telefoon van verdachte [medeverdachte 2] staat een chatgesprek met verdachte [verdachte] . Hieronder enkele passages uit deze chatgeschiedenis.
3 september 2023:[verdachte] : yo [medeverdachte 2][verdachte] : hij wilt 250 voor 100 stks, ik geef t je gewoon voor die prijs hoef niks erop te verdienen
4 september 2023[verdachte] : kan ik vanavond langs je komen?[medeverdachte 2] : App me vanaf vbog ff dan[verdachte] : Yess isgoed[verdachte] : Als jij wat nodig hebt of wat dan ook laat me weten, dan kijk ik of ik het voor goedkoper kan regelen krijgt je t van mij voor de inkoopprijs[medeverdachte 2] : is goed maat het staat er op.
13 september 2023[verdachte] : heb je m en miauw?[medeverdachte 2] : Yo ik heb 30 gr m en miauw kan ik aan komen hoeveel gr
Een proces-verbaal van bevindingen waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Op maandag 15 januari 2024, omstreeks 15:50 uur, waren wij, verbalisanten, belast met een onderzoek naar handel in verdovende middelen.
Omstreeks 15:55 uur Ik, verbalisant, zag dat verdachte [verdachte] in de Seat als bestuurder zat. Ik zag dat hij als enige in de Seat zat. Ik zag dat hij de [straat] te Huizen in reed. Ik zag dat hij halverwege op de weg stil ging staan en zijn alarmlichten aan zette. Ik zag dat hij uitstapte en in de richting van de woningen liep. Ik zag dat hij na ongeveer een 30 seconden weer terug kwam bij de Seat en wegreed.
Omstreeks 17:00 uur Wij, verbalisanten, zagen dat de Seat met hierin verdachte [verdachte] weer naar de [straat] te Huizen reed. Wij zagen dat de Seat weer ter hoogte van perceelnummer [huisnummer] , [huisnummer] en [huisnummer] de Seat had stil gezet, half op de weg. Wij zagen dat hij de alarmlichten aan had gezet. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat verdachte [verdachte] in de richting van de perceelnummers [huisnummer] , [huisnummer] en [huisnummer] liep en hier een van de woningen binnen ging. Ik verbalisant [verbalisant 3] zag dat na ongeveer 30 seconden verdachte [verdachte] naar buiten kwam uit perceelnummer [huisnummer] . Hierop zagen wij dat verdachte [verdachte] weer in de Seat stapte en weg reed.
Omstreeks 17:20 uur Ik, verbalisant, zag dat verdachte [verdachte] met de Seat de [straat] te Huizen op reed. Ik zag dat hij de Seat ter hoogte van perceelnummer [huisnummer] inparkeerde en de auto aan liet staan. Ik zag dat hij uitstapte en bij perceelnummer [huisnummer] aanbelde. Ik zag dat ereen jongeman opendeed. Ik zag dat verdachte [verdachte] iets kleins uit zijn linker broekzak haalde en dit aan de jongeman gaf. Ik zag dat deze jongeman dit aanpakte. Ik zag hierop dat verdachte [verdachte] naar binnen ging en dat de deur werd gesloten. Ik zag dat ze bij de deur bleven staan in de gang. Ik zag dat na ongeveer 20 seconden de deur weer open ging. Ik zag hierop dat verdachte [verdachte] terug liep naar de Seat en iets in zijn linker kontzak deed. Ik zag hierop dat verdachte [verdachte] in de Seat stapte en hierop wegreed.Het is ons, verbalisanten, ambtshalve bekend dat de kortecontacten zoals hierboven beschreven, dan wel met overdracht of geen overdrachtwaargenomen, onder dealergedragkan worden bestempeld.
Een proces-verbaal van bevindingen, getiteld ‘observatie [verdachte] ’, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Op maandag 22 januari 2024, omstreeks 15:00 uur waren wij, verbalisanten, belast met een onderzoek naar de handel in verdovende middelen. In dit onderzoek reden wij op verdachte [verdachte] . Hij zou zich verplaatsen in een zwarte Seat Ibiza met kenteken
[kenteken] .
Omstreeks 18.20 uur zag ik, verbalisant, dat de bestuurder van de Seat naar de [straat] te Huizen reed. Ik zag dat de bestuurder stopte voor de oprit van huisnummer [huisnummer] . Ik zag dat de bewoner van huisnummer [huisnummer] naar buiten liep en contact maakte met de bestuurder van de Seat. Ik zag dat zij iets overgaven aan elkaar. Ik zag dat de bewoner gelijk terugliep en naar binnen ging. Ik zag dat de Seat hierna ook gelijk weer vertrok.
Omstreeks 18.30 uur was ik, verbalisant, op de [straat] te Huizen. Ik zag dat de Seat de [straat] op kwam rijden en reed in de richting van huisnummer [huisnummer] . Ik zag dat dat voertuig zijn auto parkeerde tegenover de woning van huisnummer [huisnummer] op de [straat] . Ik zag dat de bestuurder uitstapte. Ik zag dat de bestuurder liep naar de voordeur van huisnummer [huisnummer] . Ik zag dat de woning werd geopend door een man. Ik zag dat er een overdracht plaatsvond tussen de bestuurder van eerder genoemd kenteken en de persoon die de voordeur opende. Ik zag dat direct daarna de bestuurder van de auto terug naar zijn voertuig liep. Ik zag dat de persoon die de voordeur opende, de voordeur dichtdeed en naar binnen liep. Ik zag dat het voertuig voorzien van eerder genoemde kenteken vervolgens na enkele minuten wegreed.
Een proces-verbaal van bevindingen waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Op 30 januari 2024, omstreeks 15.00 uur waren wij, verbalisanten, in burger gekleed en belast met een onderzoek naar de handel in verdovende middelen. Binnen dit onderzoek zijn er twee voertuigen voorzien van zogenaamde peilbakens die een livelocatie doorgeven op een politie-app. Eén van deze twee voertuigen betrof een Seat Ibiza met kenteken [kenteken] . Het andere voertuig betrof een Citroen C3 met kenteken [kenteken] . Wij, verbalisanten, zagen op de app dat de voornoemde Seat Ibiza reed in de richting van Hilversum.
Waarneming [straat] Op 30 januari 2024 omstreeks 17:32 uur, bevond ik mij, verbalisant, op [straat] ter hoogte van perceelnummer [huisnummer] te Huizen. Omstreeks 17:33 uur zag ik dat de Seat [straat] in kwam rijden. Ik herkende de bestuurder als zijnde verdachte [verdachte] . Ik zag dat de Seat stilstond voor perceelnummer [huisnummer] . Ik zag op dat moment dat er een man in de richting van de eerdergenoemde Seat liep. Ik zag dat de man stilstond ter hoogte van de bijrijderskant van de Seat. Ik zag dat er kort een contactmoment was tussen de eerdergenoemde man en de bestuurder van de Seat. Ik zag dat, kort hierop, de man weer in de richting van de voordeur van de woning liep. Ik zag hierbij dat de man met zijn linkerarm een beweging maakte in de richting van zijn linker achterzak. Ik zag dat de man de woning in ging en de Seat zijn weg vervolgde.
Aanhouding verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] Na het opdoen van bovenstaande bevindingen kregen wij, verbalisanten, het verzoek omverdachte [verdachte] aan te houden.Op dinsdag 30 januari 2024, omstreeks 18.10 uur, zagen wij, verbalisanten, dat het baken van de Citroen C3 in beweging kwam. Wij, verbalisanten, hadden het verzoek gekregen van het onderzoeksteam om verdachte [medeverdachte 1] aan te houden. Wij zagen dat de Citroën C3 bestuurd werd door verdachte [medeverdachte 1] .
Een proces-verbaal van bevindingen, getiteld ‘PV bevindingen doorzoeking inbeslaggenomen auto 28NXH6’, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Op 30 januari 2024 werden in de onder verdachte [verdachte] inbeslaggenomen personenauto, merk Seat Ibiza, voorzien van kenteken [kenteken] , onderstaande goederen aangetroffen:
In het portier vak aan de bestuurderszijde werd een lederen etui met daarin 13 wikkels (6 grote en 7 kleine) met een onbekende stof aangetroffen. Op basis van de logo’s op deze wikkels betreft de inhoud waarschijnlijk een verdovend middel;
In de middenconsole tussen de twee voorstoelen van genoemd voertuig werd een envelop aangetroffen met daarin een geldbedrag van € 870,- aan contanten.
Het (algemene) proces-verbaal van relaas, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Bij de aanhouding werd tijdens de fouillering van verdachte [verdachte] in zijn kleding (onderbroek) een mapje met daarin 14 grote wikkels en 4 kleine wikkels aangetroffen. Verder werd er een geldbedrag van € 1250,- in een kledingzak aangetroffen. In de portemonnee van de verdachte werden tevens een Spaans ID-bewijs en een Bunq bankpas aangetroffen welke niet op zijn naam staan. Deze goederen werden in beslag genomen.
Een proces-verbaal van bevindingen getiteld ‘indicatie test uitslagen’, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
Door de Forensische Opsporing werd een indicatieve test afgenomen van alle in beslag genomen verdovende middelen. De uitslag van de verdovende middelen met betrekking tot verdachte [verdachte] is als volgt:
3290867 : 14 grote wikkels, 9,19 gram cocaïne
3291684: 4 kleine wikkels, 1,09 gram cocaïne
3291698 : 7 kleine wikkels, 2,61 gram cocaïne
3290864: 6 grote wikkels, 4,64 gram cocaïne
Een proces-verbaalbetreffende een ‘Onderzoek verdovende middelen’, waarin, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende is opgenomen:
Goednummer 3290867; SIN nummer AARL3471NL (relatie met SIN AARK5217NL):
Goednummer 3291684; SIN nummer AARL3470NL (relatie met SIN AARK5216NL):
Goednummer 3291698; SIN nummer AARL3468NL (relatie met SIN AARK5215NL):
Goednummer 3290864; SIN nummer AARL3469NL (relatie met SIN AARK5214NL):
In een proces-verbaal van bevindingen getiteld ‘Samenwerking [medeverdachte 1] en [verdachte] ’, staat onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende opgenomen:
Verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] :
Op 30 januari 2024 werden de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] aangehouden voor de handel in harddrugs. Tijdens de aanhouding van de verdachten waren beide verdachten in het bezit van een handelshoeveelheid wikkels met daarin cocaïne. Tevens hadden beide verdachten grote hoeveelheden cash geld en ieder twee mobiele telefoons bij zich. Deze goederen werden inbeslaggenomen.
Telefoon [verdachte]
Onder de verdachte [verdachte] werd een mobiele telefoon van het merk Apple, type Iphone 8 inbeslaggenomen (goednummer PL0900-2023093924-3290878). Hieruit bleek dat de telefoon voorzien was van het telefoonnummer+ [Whatsapp account verdachte] .
Simkaarten [telefoonnummer] en [Whatsapp account medeverdachte 1] :
Bij de doorzoeking in het voertuig van verdachte [verdachte] werd in zijn dashboardkastje een open verpakking van Lebara simkaarten aangetroffen. In deze verpakking werden twee simkaarthouders aangetroffen, horende bij de simkaarten [telefoonnummer] en [Whatsapp account medeverdachte 1] .
Samenwerking verdachten:
Uit het onderzoek aan de telefoon van [medeverdachte 1] bleek dat er onder andere gebruik werd gemaakt van het WhatsApp account [Whatsapp account medeverdachte 1] @s.whatsapp.net met daaraan gekoppeld de nickname “ [nickname 1 medeverdachte 1] ”. Vermoedelijk gebruikt verdachte [medeverdachte 1] de nickname [nickname 1 medeverdachte 1] . Een tegencontact waarmee zeer veel WhatsApp berichten werden gedeeld betrof het account [Whatsapp account verdachte] @s.whatsapp.net met daaraan gekoppeld de nickname “ [nickname verdachte] ”. Gezien het telefoonnummer [Whatsapp account verdachte] , welke gerelateerd is aan het WhatsApp account, wordt de nickname [nickname verdachte] vermoedelijk gebruikt door verdachte [verdachte] .
WhatsApp chat tussen “ [nickname 1 medeverdachte 1] ” en “ [nickname verdachte] ”.
Tussen de WhatsApp gebruikers [nickname 1 medeverdachte 1] (verdachte [medeverdachte 1] ) en [nickname verdachte] (verdachte [verdachte] ) werden tussen 24 december 2023 en 30 januari 2024 in totaal 6058 berichten gedeeld. Uit deze berichten bleek dat de twee samenwerkten in de drughandel. Hierbij was opvallend dat verdachte [medeverdachte 1] vermoedelijk het contact onderhield met afnemers en vervolgens verdachte [verdachte] op pad stuurde om de verdovende middelen weg te brengen. Uit de Whatsapp-berichten blijkt dat [medeverdachte 1] een locatie (enkele voorbeelden: Carpool, Esso, Meentkerk, tuincentrum, Tango, Shell, Coop, Bastion, zonnestudio) of een adres (enkele voorbeelden: [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] ) naar [verdachte] stuurt. Ook vermeldt [medeverdachte 1] wat er geleverd moet worden (1, 2, 214, 3, MDMA, oxa, G, strip, 3MC, snoep, mix). Veelal geeft [verdachte] dan door hoelang hij erover doet om daar te komen. Ook geeft [medeverdachte 1] berichten door als: “Oke spullen liggen klaar nieuwe. Neem ze mee ok?” “Strips liggen in waggie” of “pak uit de schuur” wanneer [verdachte] aangeeft dat hij leeg is. Verder geeft [verdachte] door hoeveel er betaald is of wanneer een afnemer op de pof heeft gekregen.
Een proces-verbaal van bevindingen getiteld ‘iPhone 13 mini, goednummer: 3291045’, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
In de iPhone 13 mini is een zoekslag gemaakt op ‘ [medeverdachte 2] ’. Eén van de resultaten:
Op 29 december 2023 vond er een WhatsAppgesprek plaats tussen ‘ [nickname 1 medeverdachte 1] ’ met nummer [Whatsapp account medeverdachte 1] en ' [nickname verdachte] ’ met nummer [Whatsapp account verdachte] . In het gesprek wordt ‘ [medeverdachte 2] m’ genoemd, gevolgd door ‘MDMA’ en 'Hvl die kwijt kan' en 'Jooo gwn op koop'.
Toelichting verbalisant:In dit chatgesprek wordt ‘ [medeverdachte 2] m’ genoemd door ‘ [nickname 1 medeverdachte 1] ’. ‘ [nickname verdachte] ’ vraagt: wat?, waarna ‘ [nickname 1 medeverdachte 1] ’ zegt: MDMA. ' [nickname verdachte] zegt hierop: hvl. Dit zou gelezen kunnen worden als: hoeveel. ‘ [nickname 1 medeverdachte 1] ’ zegt daarop: Hvl die kwijt kan, en: Jooo gwn op koop. “ [nickname verdachte] ’ zegt daarna: ff vrgn en, hy nmy niey op. Dit gesprek zou mogelijk kunnen duiden op een aankoop van MDMA door ‘ [nickname verdachte] ’ bij ' [medeverdachte 2] m’, zoveel als hij kwijt kan.
Een proces-verbaal van bevindingen getiteld ‘Simkaarten auto [verdachte] ’, waarin onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende is opgenomen:
In het voertuig van verdachte [verdachte] werden onder andere meerdere simkaarthouders aangetroffen. Ik zag dat er een verpakking werd aangetroffen waar een simkaarthouder in heeft gezeten voor het telefoonnummer [Whatsapp account medeverdachte 1] . Deze simkaart was uit de houder. In het voertuig van [medeverdachte 1] , een Citroen C3, werd onder andere een iPhone aangetroffen en in beslag genomen onder het goednummer 3291045. Uit het onderzoek naar deze telefoon valt aan te nemen dat deze in gebruik is bij [medeverdachte 1] . In de genoemde telefoon werd een actief Whatsappaccount aangetroffen onder de naam [nickname 1 medeverdachte 1] met het telefoonnummer [Whatsapp account medeverdachte 1] .
In het voertuig van [verdachte] , een Seat Ibiza voorzien van het kenteken [kenteken] , werd onder andere een iPhone aangetroffen en in beslag genomen onder het goednummer 3290878. Uit de gegevens van de telefoon blijkt dat het laatst gebruikte telefoonnummer in het toestel + [Whatsapp account verdachte] betrof. Van dit telefoonnummer werd de simkaarthouder aangetroffen.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 20 februari 2024 waarin onder meer, zakelijk weergegeven, de volgende verklaring is opgenomen:
Ik heb in totaal acht keer cocaïne gebruikt. Ik ken een jongen van vroeger bij wie ik aan de drugs kwam. Ik ben een paar keer bij hem geweest. Hij stond in mijn telefoon als [nickname 2 medeverdachte 1] (fonetisch). Hij noemt zichzelf zo. Het telefoonnummer van de dealer is [telefoonnummer] . Ik heb geen ander telefoonnummer van hem. Ik heb het nummer volgens mij van [nickname 2 medeverdachte 1] zelf gehad. Hij wist dat ik drugs gebruikte. Ik heb acht keer drugs gekocht bij [nickname 2 medeverdachte 1] . Ik appte meestal met dat eerder genoemde nummer. Het kost 50 euro voor een gram. Het is wel goede drugs.Ik kreeg de drugs meestal bij de Kostmand, bij de Jumbo of de Appie. Ik stapte in de auto en reed dan een stukje mee. Hij kwam ook weleens hier. De dealer gebruikte een zwarte auto. Over de getoonde foto (een foto van verdachte [verdachte]) kan ik verklaren dat hij ook een keer is geweest met [nickname 2 medeverdachte 1] samen. [nickname 2 medeverdachte 1] zat achter het stuur en deze jongen zat ernaast. Ze deden het samen maar ook weleens los van elkaar.
Op de vraag wat de naam ‘ [nickname 2 medeverdachte 1] ’ of ‘ [nickname 1 medeverdachte 1] ’ mij zegt: hij noemde zichzelf zo. Op de getoonde foto (foto van verdachte [medeverdachte 1]) herken ik [nickname 2 medeverdachte 1] . [nickname 2 medeverdachte 1] kwam altijd bij mij. Ik denk dat ik rond de 8 keer heb besteld bij hem. Hij woont bij de Kostmand daarachter. Over de negen contactmomenten die ik heb gehad met deze dealer in het afgelopen halfjaar: Ik heb ook contact met hem gehad in verband met betalen. Het afgelopen halfjaar denk ik twee keer. De andere keren allemaal in 2023 denk ik. Opmerking verbalisant: Jij staat op de telefoon van de dealer opgeslagen als ‘ [omschrijving] ’ en ‘ [omschrijving] 3 X 50€.’ [naam] gebruikt ook drugs. Ik heb die naam weleens genoemd. Misschien daarom ‘ [omschrijving] ’. Ik heb op 29 oktober 2023 aan de dealer gevraagd om pillen voor iemand en ik heb hem gevraagd hoeveel hij nog van mij krijgt. De berichten ‘of hij nog een halve heeft’ en dat ik 1 gram puur moet hebben gaat over cocaïne. Het bericht van mij ‘Kan je naar mij komen 1 hele sterke met tikkie bro’ gaat ook weer over cocaïne. Van wat ik weet en van horen zeggen dealen deze jongens al twee jaar.
Ik bestelde via de app, dan spraken we af. Ik betaalde meestal met een tikkie. De ponypack had een Louis Vuitton embleem.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 12 februari 2024 waarin onder meer, zakelijk weergegeven, de volgende verklaring is opgenomen:
Ik gebruik cocaïne. Ik bestel via de telefoon, via Whatsapp. Het telefoonnummer waar ik op bestel: [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Ik had ook nog een andere van 31 januari, [telefoonnummer] . Ik koop wekelijks, soms dagelijks drugs. De cocaïne kost 50 euro per gram. Ik krijg de drugs thuis. De dealer gebruikte een donker gekleurde auto van -ik dacht- het merk Seat. De jongen op de getoonde foto (foto van verdachte [verdachte]) herken ik aan zijn gezicht. Hij is hier wel eens aan de deur geweest. Hij kwam meestal de drugs brengen. De persoon is 20 tot 25 keer bij mij langs gekomen. Ik moest contant betalen.
Verklaring van verdachte op de zitting van 26 november 2025, zakelijk weergegeven:
Telefoonnummer [telefoonunmmer verdachte] was bij mij in gebruik.