RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats: Lelystad
Parketnummers: 16.060709.24, 16.069724.25 en 16.114844.25 (t.t.z. gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudig kamer van 10 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1983] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van
26 november 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Ten aanzien van parketnummer 16.060709.24:
1: op 5 maart 2024 te Huizen opzettelijk 1,58 gram cocaïne en 0,27 gram MDMA aanwezig heeft gehad.
2: op 5 maart 2024 te Huizen een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad;
3 primair: in de periode van 9 oktober 2022 tot en met 13 september 2023 te Huizen met (een) ander(en) heeft gehandeld in verschillende soorten harddrugs,
subsidiair ten laste gelegd als medeplichtigheid aan drugshandel dan wel het plegen van voorbereidingshandelingen die betrekking hebben op drugshandel.
Ten aanzien van parketnummer 16.069724.25:
op 9 februari 2025 te Hilversum en/of Huizen opzettelijk
53,56 gram MDMA heeft vervoerd en aanwezig gehad.
Ten aanzien van parketnummer 16.114844.25:
op 2 maart 2025 te Huizen met (een) ander(en) opzettelijk 4,97 gram cocaïne en 2312,5 gram MDMA aanwezig heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage II bij dit vonnis.
4. Vrijspraak parketnummer 16.060709.24, feit 2:
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 2 onder parketnummer 16.060709.24 heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte van dit feit vrij te spreken nu uit het dossier onvoldoende volgt dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het aangetroffen stroomstootwapen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat het feit niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Verdachte heeft ontkend dat hij zich bewust was van het stroomstootwapen dat in zijn woning, in een keukenkastje, werd aangetroffen. Het wapen had het uiterlijk van een zaklantaarn, zo heeft de politie omschreven. Dat het in een keukenkastje lag, betekent bovendien dat het wapen – dat er kennelijk niet uitzag als een wapen –niet in het zicht lag . Uit de verklaring van de verdachte, maar ook uit meldingen van buurtbewoners, volgt dat er vaak mensen bij de verdachte over de vloer kwamen. Dat het stroomstootwapen van een ander is dan wel door een ander is achtergelaten, en dat de verdachte zich inderdaad niet bewust was van de aanwezigheid van een stroomstootwapen in zijn woning, is onder deze omstandigheden niet ondenkbeeldig. Nu de rechtbank de verdachte van dit feit vrijspreekt, behoeft het voorwaardelijke verzoek van de verdediging om verbalisanten te horen als getuige of aanvullend proces-verbaal op te maken geen verdere bespreking.
5. Bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 16.060709.24 (feiten 1 en 3 primair), parketnummer 16.069724.25 en parketnummer 16.114844.25 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van parketnummer 16.060709.24, feit 1, verzocht de verdachte vrij te spreken van de aangetroffen cocaïne in de schuur.
Ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten heeft de verdediging geen bewijsverweren gevoerd.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat de onder parketnummer 16.060709.24 (feiten 1 en 3 primair), parketnummer 16.069724.25 en parketnummer 16.114844.25 tenlastegelegde feiten zijn bewezen.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
Bewijsoverwegingen
Bewijsoverwegingen parketnummer 16.060709.24, feit 1:
De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist van de in zijn schuur aangetroffen cocaïne. De verdachte heeft echter gedurende een periode van ruim 11 maanden -kort gezegd- gehandeld in harddrugs, waaronder cocaïne, hetgeen hij heeft bekend. Ook heeft hij verklaard dat hij harddrugs gebruikte in die tijd, waaronder cocaïne. Op diverse plekken in de woning en in de schuur zijn drugs aangetroffen. De andere drugs die in de schuur zijn aangetroffen worden door de verdachte niet betwist. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de verdachte niet wist dat deze cocaïne zich in zijn schuur bevond en houdt de rechtbank de verdachte verantwoordelijk voor de aanwezigheid van deze cocaïne in zijn schuur.
Partiële vrijspraak parketnummer 16.060709.24, feit 3 primair: geen medeplegen:
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking met anderen in drugs handelde. Uit de verklaring van de verdachte en uit de overige bewijsmiddelen volgt dat hij die handel zelf bestierde. Het begon met eigen drugsgebruik en dat ging op enig moment (mede) over in het zelf handelen in harddrugs.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Ten aanzien van parketnummer 16.060709.24:
1
op 5 maart 2024 te Huizen opzettelijk 1,58 gram cocaïne en 0,27 gram MDMA aanwezig heeft gehad, zijnde cocaïne en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3 primair
op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 9 oktober 2022 tot en met 13 september 2023 te Huizen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en aanwezig heeft gehad een of meer gebruikershoeveelheden cocaïne, MDMA en Mefedron (4-MMC/4-methylmethcathinon), zijnde cocaïne, MDMA en 4-methylmethcathinon (4-MMC)
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Ten aanzien van parketnummer 16.069724.25:
op 9 februari 2025 te Huizen opzettelijk 53,56 gram MDMA aanwezig heeft gehad, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Ten aanzien van parketnummer 16.114844.25:
op 2 maart 2025 te Huizen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk 4,97 gram cocaïne, 4,36 gram MDMA en 231,5 gram GHB aanwezig heeft gehad, zijnde cocaïne, MDMA en GHB telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
6. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Ten aanzien van parketnummer 16.060709.24
Feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
feit 3 primair:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Ten aanzien van parketnummer 16.069724.25:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Ten aanzien van parketnummer 16.114844.25:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
7. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 6 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met daarbij de door de reclassering in haar advies van 3 november 2025 geadviseerde bijzondere voorwaarden;
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte belicht en aangevoerd dat het daarom niet wenselijk is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De verdachte heeft zelf hulp gezocht, heeft zijn middelengebruik weten te doorbreken en wil nog steeds de hulp van de reclassering die bijzondere voorwaarden heeft geadviseerd. De verdediging verzoekt een voorwaardelijke straf op te leggen met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden en de door de officier van justitie gevorderde taakstraf te matigen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft op verschillende momenten harddrugs voorhanden gehad. Ook heeft hij gedurende een periode van zo’n 11 maanden in harddrugs gehandeld. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van het gebruik van voor de volksgezondheid schadelijke harddrugs. De handel in harddrugs gaat vaak gepaard met overlast voor de samenleving en ernstige vormen van criminaliteit.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:
- een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende de verdachte (ook wel strafblad genoemd) van 15 oktober 2025. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld;
- een reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa Hilversum van 3 november 2025. Hierin is onder meer het volgende geconcludeerd en geadviseerd. De verdachte bekent de feiten en vertelt bij de reclassering dat hij in 2022 begonnen is met de handel in cocaïne, MDMA, amfetamine en GHB. Naar eigen zeggen gebruikte hij eerst zelf cocaïne en kwam hij hierdoor terecht in het verkopen van verdovende middelen. De verdachte heeft zich eind juni 2025 gemeld bij Reclassering Inforsa te Hilversum voor de totstandkoming van onderhavig reclasseringsadvies. De inhoudelijke zitting was echter uitgesteld, maar hij is door Reclassering Inforsa al wel aangemeld voor urinecontroles, behandeling bij FAZ (Forensische Ambulante Zorg) te Hilversum en bij beschermd wonen [organisatie] te [plaats] .
Zijn houding, huisvesting en dagbesteding kunnen als beschermende factoren worden gezien. De verdachte heeft na het eerste contact met Reclassering Inforsa zijn middelengebruik weten te doorbreken, wat bevestigd wordt door de afgenomen urinecontroles. Zijn woning is door de gemeente gesloten. Hij heeft daarna zelf onderdak gevonden bij […] te [plaats] en probeert zoveel mogelijk een stabiele dagstructuur te creëren. Hij werkt vijf dagen in de week bij de [bedrijf] . Hij heeft afstand genomen van zijn oude netwerk. Op 16 oktober 2025 is er een intake geweest bij [organisatie] te [plaats] . Hier is hij aangenomen en staat hij op de wachtlijst. Om terugval te voorkomen, is het van belang dat de verdachte inzicht krijgt in zijn verslavingsproblematiek en het hieruit voortvloeiende delictgedrag. Hij volgt nu een behandeling bij FAZ (Forensische Ambulante Zorg) Inforsa te Hilversum. Mocht hij aangenomen worden bij [organisatie] , dan zal dit overgedragen worden naar Tactus Verslavingszorg. Het risico op herhaling wordt als gemiddeld ingeschat.
De reclassering adviseert -kort gezegd- oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden:
een meldplicht bij de reclassering;
het volgen van een ambulante behandeling;
begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
het vinden en behouden van dagbesteding;
het meewerken aan schuldhulpverlening;
het meewerken aan middelencontrole.
Strafkader
De aard en ernst van de feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de strafmodaliteiten en de duur daarvan het volgende overwogen.
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende 6 tot 12 maanden met enige regelmaat, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden.
De rechtbank heeft er echter oog voor dat de verdachte hulp heeft gezocht, hard aan zichzelf heeft gewerkt en dat het hem is gelukt zijn middelengebruik te doorbreken. Bovendien heeft de verdachte ervoor gekozen om op de zitting (gedeeltelijke) openheid van zaken te geven over de door hem gepleegde strafbare feiten en zo schoon schip te maken. De op te leggen straf moet er daarom mede aan bijdragen dat de verdachte die positieve ontwikkeling kan doorzetten. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou die positieve ontwikkeling doorkruisen en daarom zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De reclassering, die een positief rapport over de verdachte heeft geschreven, adviseert bovendien het opleggen van bijzondere voorwaarden om die positieve ontwikkeling door te zetten. Daarbij is er ook nog werk aan de winkel voor de verdachte. Om niet terug te vallen in oude -verkeerde- gebruiken is het namelijk nodig dat hij inzicht krijgt in de redenen van zijn eerdere delictgedrag en zijn voormalige drugsgebruik. Daar kan door de oplegging van de bijzondere voorwaarden verder aan gewerkt worden.
De rechtbank vindt wel – gelet op de aard en ernst van de feiten – dat de verdachte nog iets van de op te leggen straf moet merken in de vorm van een taakstraf. De door de officier van justitie gevorderde taakstraf vindt de rechtbank echter aan de hoge kant vanwege het stevige pakket aan bijzondere voorwaarden waar de verdachte zich aan moet houden. Dit zal hem namelijk ook veel tijd en energie gaan kosten.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte de volgende straffen op:
een taakstraf voor de duur van 120 uren, met aftrek van de inverzekeringstelling (in de strafzaak met parketnummer 16.069724.25), te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met daarbij de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, met een proeftijd van twee jaar.
Weliswaar heeft de reclassering een proeftijd van 3 jaar geadviseerd, maar dat acht de rechtbank – mede gelet op de ontwikkeling die de verdachte al heeft doorgemaakt en hetgeen er reeds aan hulp in gang is gezet – niet nodig.
De reclassering heeft geadviseerd om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De rechtbank zal dat niet doen omdat er niet aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te kunnen verklaren.
8. In beslag genomen voorwerpen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de inbeslaggenomen verdovende middelen en de wapens te onttrekken aan het verkeer en de telefoons en het geld verbeurd te verklaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om het inbeslaggenomen geld en het balletjespistool terug te geven aan de verdachte
.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten:
een telefoontoestel (omschrijving: PL0900-2023093924-3309053, zwart,
merk: Motorola);
een weegschaal (omschrijving: PL0900-2023093924-3309104, zilver),
verbeurd verklaren. Met behulp van de telefoon is het onder parketnummer 16.060709.24feit 3 primair, bewezen verklaarde feit begaan. Met behulp van de weegschaal is het onder parketnummer 16.060709.24 bewezenverklaarde feit begaan. Het geldbedrag heeft betrekking op parketnummer 16.069724.25. Verdachte werd op 9 februari 2025 als bestuurder van een motorvoertuig staande gehouden. Bij verdachte werd toen, naast voornoemd contante geldbedrag, 23 gripzakjes met (vermoedelijk) verdovende middelen aangetroffen.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten:
2 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309121, 2 wikkels met aan de binnenkant afbeelding paard);
3 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309129, wikkel met afbeelding "5", wit);
46 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309139, 45 lege capsules en 1 capsule met poeder);
2 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309141, 2 zakjes gevuld met brokken (9 in totaal);
9 stuks verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309142, 9 pillen grijs in blister, Grijs, merk: Careforce 200);
1 stuk verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309122, witte poeder in potje, wit);
1 stuk verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309135,
brokjes in klein plastic zakje, wit);
1 wapen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309095),
onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Met betrekking tot de verdovende middelen is het onder parketnummer 16.069724.25, feit 3 primair, bewezen verklaarde feit begaan. Weliswaar wordt verdachte vrijgesproken van het onder parketnummer 16.060709.24, feit 2 tenlastegelegde, maar het bezit van het wapen is verboden. De vrijspraak ziet op het feit dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte weet had van dat wapen in zijn keukenkastje.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de verdachte van de volgende in beslag genomen voorwerpen die aan verdachte toebehoren, te weten:
€ 263,70 (omschrijving: PL0900-2025042725-3480165 IBG 09-02-2025);
€ 6.005,- (omschrijving: PL0900-2025042725-3480150 IBG 09-02-2025);
1 Wapen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309087 incl. doosje met patronen, zwart, merk: Ux Strike Point 5.5),
aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. Van het aangetroffen geldbedrag van € 263,70, dat is aangetroffen in de woning van verdachte, kan niet met voldoende zekerheid worden gezegd dat dit verband houdt met drugs(handel). Het bedrag van € 6.005,- kan niet in verband worden gebracht met een bewezenverklaard feit. Dit geldbedrag is aangetroffen in zijn auto toen hij werd staande gehouden. Vervolgens is er op een later moment die dag drugs (MDMA) in zijn woning aangetroffen. In die zaak is hem niet verweten dat hij handelde in drugs, laat staan dat hem is verweten dat dit geld is verdiend met drugshandel. Voor het wapen is de verdachte niet vervolgd en enkel het dragen van dit wapen is strafbaar. Uit niets blijkt dat de verdachte dit wapen heeft gedragen.
9. Toegepaste wetsartikelen
10. De beslissing
De opgelegde straffen en bijkomende straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 16.060709.24 feit 2 tenlastegelegde heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 3 primair onder parketnummer 16.060709.24, het feit onder parketnummer 16.069724.25 en het feit onder parketnummer 16.114844.25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 5.4. is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 6.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder de feiten 1 en 3 primair onder parketnummer 16.060709.24, het onder parketnummer 16.069724.25 en het onder parketnummer 16.114844.25 bewezenverklaarde;
straf
- als (algemene) voorwaarden gelden dat de verdachte:
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:
Meldplicht bij reclassering
zich meldt bij Inforsa Reclassering op het adres Noorderweg 68 te Hilversum. De
verdachte blijft zich vervolgens melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo
lang de reclassering dat nodig vindt.
Ambulante behandeling
zich laat zich behandelen door Forensisch Ambulante Zorg Inforsa of een soortgelijke
zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na het ingaan van de
proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering
nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de
zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het
innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt en dat wettelijk is
vastgelegd.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke
opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel
korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het
dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
Dagbesteding
zich inspant in voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur;
Meewerken aan schuldhulpverlening
meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen,
ook als dit inhoudt het verlenen van medewerking aan schuldhulpverlening in het kader
van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering
inzicht in zijn financiën en schulden;
Meewerken aan middelencontrole
meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen.
De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) inzetten / gebruiken
voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
beslag
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
een telefoontoestel (omschrijving: PL0900-2023093924-3309053, zwart,
merk: Motorola);
een weegschaal (omschrijving: PL0900-2023093924-3309104, zilver);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
brokjes in klein plastic zakje, wit);
1 wapen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309095);
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
€ 263,70 (omschrijving: PL0900-2025042725-3480165 IBG 09-02-2025);
€ 6.005,- (omschrijving: PL0900-2025042725-3480150 IBG 09-02-2025);
1 Wapen (omschrijving: PL0900-2023093924-3309087 incl. doosje met patronen, zwart, merk: Ux Strike Point 5.5).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. J.A. Koorevaar en
mr. S.M.E. Hirdes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Laanstra, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van parketnummer 16.060709.24:
1
hij op of omstreeks 5 maart 2024 te Huizen, althans in Nederland, opzettelijk
aanwezig heeft gehad ongeveer 1,58 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,27 gram, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op of omstreeks 5 maart 2024 te Huizen, althans in Nederland, een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten apparaat/voorwerp in de vorm van een zaklantaarn (merk/type XML-T6), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht
voorhanden heeft gehad;
3 primair
hij, op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 9 oktober
2022 tot en met 13 september 2023 te Huizen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk
heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft
gehad een of meer gebruikershoeveelheden, althans een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne en/of MDMA en/of Mefedron (4-MMC/4-methylmethcathinon)
en/of een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of 4-methylmethcathinon (4-MMC), althans
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3 subsidiair
hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 23 oktober
2022 tot en met 13 september 2023 te Huizen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of
aanwezig hebben van cocaïne en/of MDMA en/of Mefedron
(4-MMC/4-methylmethcathinon) en/of een (ander) middel, in elk geval een middel
als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens
artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
door
- een telefoon (Motorola) voorhanden te hebben en/of met voornoemde telefoon
en/of via de chat berichten te sturen en/of contact te onderhouden en/of afspraken
te maken en/of informatie uit te wisselen en/of overleg te voeren met één of meer
(mede)dader(s) met betrekking tot eerdergenoemde middel(en) en/of
- contacten, ontmoetingen, besprekingen en/of afspraken te hebben en/of maken
met een of meer afnemers, kopers, verkopers, tussenpersonen, verleners van hand-
en spandiensten en/of anderen met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit,
levering, betaling, koop, productie, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde
middel(en);
Ten aanzien van parketnummer 16.069724.25:
hij op of omstreeks 9 februari 2025 te Hilversum en/of Huizen, althans in Nederland
opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 53,56 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Ten aanzien van parketnummer 16.114844.25:
hij op of omstreeks 2 maart 2025 te Huizen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4,97 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, ongeveer 4,36 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 2312,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde cocaïne, MDMA en/of GHB
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.