RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 oktober 2025 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4244
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Het college heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
4. Het college heeft niet gereageerd op dit verzoek van verzoekster. De voorzieningenrechter leidt hier uit af dat het college er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
5. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die het college moet betalen vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van 907,- en een wegingsfactor 1).
6. Het college moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:82, vijfde lid, van de Awb).
Beslissing
De rechtbank/voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college tot betaling van € 907,- aan proceskosten. Het college moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
- bepaalt dat het college het griffierecht dat verzoekster heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op: