uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 november 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , h.o.d.n. [handelsnaam] ', uit [plaats] , verzoekster
en
de burgemeester van de gemeente Woerden
Inleiding
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit bezwaar is gemaakt bij het bestuursorgaan of beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (de formele connexiteit), ook moet wat verzoekster met haar verzoek wil bereiken betrekking hebben op de inhoud van dat bestreden besluit (de materiële connexiteit).
4. In haar verzoek om voorlopige voorziening vraagt verzoekster de voorzieningenrechter om te bepalen dat de burgemeester, totdat hij op het bezwaar van verzoekster heeft beslist, moet gedogen dat haar restaurant open is.
5. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit verzoek niet voldoet aan het hiervoor genoemde vereiste van materiële connexiteit, omdat wat verzoekster wil bereiken geen betrekking heeft op de inhoud van het bestreden besluit. Het bestreden besluit gaat alleen over het buiten behandeling stellen van een aanvraag om een exploitatievergunning. Met het verzoek om een voorlopige voorziening kan dus uitsluitend worden bereikt dat de burgemeester de aanvraag alsnog in behandeling neemt.
6. Verzoekster kan met dit verzoek om een voorlopige voorziening niet bereiken dat de burgemeester wordt opgedragen om aan haar de gevraagde exploitatievergunning nu al te verlenen of om de exploitatie van het restaurant tijdelijk te gedogen, want dat is te ver verwijderd van de inhoud van het bestreden besluit. Er is dus, anders dan verzoekster aanneemt, geen ruimte voor een voorziening die inhoudt dat het restaurant (tijdens de bezwaarprocedure) open mag zijn. Daarmee is dus niet voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit.
Conclusie en gevolgen
7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: