RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7373
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 21 april 2024 heeft ingediend tegen het besluit van verweerder.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de naam en het adres van de indiener vermelden en het beroepschrift ondertekenen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. De rechtbank heeft eiser op 15 november 2024 een e-mail gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken zijn beroepschrift persoonlijk moet ondertekenen en volledige adres moet opgeven. De rechtbank wil namelijk zeker weten dat zij het juiste adres heeft van eiser.
4. Eiser heeft niet gereageerd op deze e-mail. Er zijn geen andere contactgegevens van eiser bekend, de rechtbank heeft hem als gevolg hiervan niet op een andere manier (bijvoorbeeld per aangetekende post) kunnen bereiken.
5. De rechtbank kan daarom niet anders dan het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaren (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te onderteken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.