ECLI:NL:RBMNE:2025:6690

ECLI:NL:RBMNE:2025:6690, Rechtbank Midden-Nederland, 16-12-2025, C/16/579 / FA RK 24-1434

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer C/16/579 / FA RK 24-1434
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Echtscheiding met verdeling. Minimale bijdrage kinderalimentatie en geen partneralimentatie vanwege zeer hoge schuldenlast. Partijen hebben gedurende huwelijk niet of nauwelijks belasting betaald. Niet behoefte vaststellen op basis van inkomen dat partijen slechts ten dele toekwam.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummers:

Beschikking van 16 december 2025

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. E.N. Mulder,

tegen

[verweerder] ,

wonende in [plaats 1] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. W. Matadien.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ontvangen op 30 juli 2024;

het verweerschrift met bijlagen van de man, met daarin een aantal zelfstandige verzoeken, van 24 september 2024;

de akte van de man van 30 september 2024;

het verweerschrift met bijlagen van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man, van 21 oktober 2024;

het bericht met bijlage van de vrouw van 3 januari 2025;

het bericht met bijlage van de vrouw van 11 juni 2025;

de aanvullende stukken van de vrouw van 7 november 2025;

de aanvullende stukken van de man van 8 november 2025;

het aanvullende stuk van de man van 14 november 2025.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 18 november 2025. Daarbij waren partijen aanwezig met hun advocaten.

De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige 1 (voornaam)] , de dochter van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. Zij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.

De rechtbank heeft de minderjarigen [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] , de andere twee kinderen van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.

2. Waar de procedure over gaat

Partijen zijn op [2011] met elkaar getrouwd in [plaats 2] .

Partijen zijn de ouders van:

[minderjarige 1] , geboren op [2015] in [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [2018] in [geboorteplaats] ;

[minderjarige 3] , geboren op [2019] in [geboorteplaats] .

De rechtbank heeft bij beschikking van 8 oktober 2024 de volgende voorlopige voorzieningen getroffen:

[minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] zijn toevertrouwd aan de vrouw;

Veilig Thuis zal onderzoeken of het mogelijk is dat er eens per week omgang is tussen de vader en de kinderen, en als dat het geval is, zal Veilig Thuis de omgang opstarten en eventueel uitbreiden;

de man moet een bedrag van € 936,- per maand aan kinderalimentatie betalen aan de vrouw.

Partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding tussen hen uit te spreken.

Daarnaast verzoekt de vrouw de rechtbank om:

primair om de inhoud van het ouderschapsplan en het convenant op te nemen in deze beschikking, subsidiair om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] bij de vrouw te bepalen en te bepalen dat de man € 525,- per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw;

te bepalen dat de man € 50,- per maand aan partneralimentatie moet betalen aan de vrouw;

de verdeling van de huwelijksgemeenschap te bevelen.

De man is het eens met het verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. Voor het overige zijn partijen het niet eens. De man wil dat de verzoeken van de vrouw worden afgewezen en verzoekt de rechtbank om een zorgregeling vast te stellen conform het plan van de betrokken instanties. Daarnaast heeft de man enkele verzoeken gedaan die zien op de verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Het is partijen nog niet gelukt een ouderschapsplan te maken. In een ouderschapsplan staan de afspraken over de kinderen, zoals wanneer de kinderen bij wie zijn en hoe partijen elkaar op de hoogte houden over de kinderen. Als partijen geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat partijen zo’n plan hebben gemaakt. De

rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van partijen kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken.

3. De beoordeling

De beslissing

De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken en:

de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en en [minderjarige 3 (voornaam)] bepalen bij de vrouw;

bepalen dat er een zorgregeling geldt conform het plan van de betrokken instanties;

bepalen dat de man een bedrag van € 50,- per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen met ingang van de datum van de beschikking.

Daarnaast zal de rechtbank de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap vaststellen zoals weergegeven in rechtsoverweging 3.9. en verder. De overige verzoeken worden afgewezen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.

Het ontbreken van het ouderschapsplan

De rechtbank vindt dat de partijen ontvankelijk zijn in hun verzoek tot echtscheiding. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken inhoudelijk worden behandeld. De rechtbank vindt namelijk dat van de ouders niet kan worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken, omdat de verstandhouding tussen partijen ernstig is verstoord doordat zij elkaar beschuldigen van huiselijk geweld. De vrouw verblijft om die reden bij de [verblijfplaats] en Veilig Thuis is betrokken. Gelet op die omstandigheden acht de rechtbank het niet haalbaar dat partijen samen een ouderschapsplan maken.

De vrouw heeft primair verzocht om het ouderschapsplan (en het echtscheidingsconvenant) aan de beschikking te hechten. Gelet op het ontbreken van die stukken, zal de rechtbank die verzoeken afwijzen.

De echtscheiding

De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. Partijen zijn het er namelijk over eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.

De zorg voor de kinderen

De rechtbank zal de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] bij de vrouw bepalen, omdat partijen het daarover eens zijn.

In januari 2025 hebben partijen met behulp van Veilig Thuis afgesproken dat de man op maandag en woensdag om 19.00 uur mag videobellen met de kinderen, en dat de vader de kinderen iedere zaterdag om 12.00 uur ophaalt en hen om 21.00 uur terugbrengt. Later is de afspraak in die zin gewijzigd dat de vader de kinderen op zaterdag om 13.00 uur ophaalt en om 19.00 uur weer terugbrengt. De ophaallocatie is het [locatie] in [plaats 2] . Aan die afspraak wordt al enkele maanden geen uitvoering gegeven, waardoor de man [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] al een tijd niet heeft gezien. Volgens de vrouw komt dat doordat de man niet of veel te laat komt opdagen. De man zegt dat dat meevalt en dat het vooral komt doordat de vrouw niet te bereiken is. Wat daar ook van zij, de man heeft enkel verzocht om te bepalen dat er een zorgregeling geldt conform het plan van de instanties. De rechtbank zal dat verzoek toewijzen, omdat de vrouw het daar mee eens is. De rechtbank vindt het bovendien in het belang van de kinderen dat de huidige hulpverlening betrokken blijft om de omgang in goede banen te leiden. Daarvoor is echter ook nodig dat de man weer in contact komt met de hulpverlening en dat hij zich aan de afspraken houdt. De rechtbank realiseert zich dat deze zorgregeling weinig concreet is, maar meer kan de rechtbank er in dit geval niet van maken.

De alimentatie

De rechtbank zal bepalen dat de man met ingang van de datum van deze beschikking een bedrag van € 50,- per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw. Voor het overige zal de rechtbank de verzoeken over de kinder- en partneralimentatie afwijzen. De rechtbank zal dit hierna uitleggen.

De rechtbank stelt voorop dat partijen een zeer hoge schuldenlast hebben. De oorzaak daarvan is dat partijen gedurende hun huwelijk niet of nauwelijks belasting hebben betaald. Het gaat bijvoorbeeld om niet betaalde inkomstenbelasting, motorrijtuigenbelasting, omzetbelasting en de bijdrage ZVW. De vrouw heeft nooit inkomen gegenereerd, en van het bruto-inkomen van de man is geleefd alsof het netto-inkomen was, vermeerderd met niet afgedragen btw. Partijen hebben als het ware geleefd voor een groot deel op kosten van de fiscus. De schuld aan de Belastingdienst bedroeg in december 2023 € 125.689,20. Wat de hoogte van de schuld nu is, is de rechtbank niet bekend. Partijen hebben daarnaast nog andere schulden.

Bij het berekenen van kinderalimentatie wordt normaal gesproken eerst gekeken naar wat de kosten van de kinderen zijn. Voor de partneralimentatie wordt gekeken naar de welstand waarin partijen gewend waren te leven, en in welke mate de onderhoudsgerechtigde dat bedrag zelf kan verdienen. In beide gevallen wordt dat de “behoefte” genoemd. Hoewel zowel de kinderen als de vrouw behoefte hebben, waar de vrouw bovendien niet zelf in kan voorzien omdat zij nog niet werkt, constateert de rechtbank dat het concreet vaststellen van de behoefte in dit geval een theoretische exercitie is, die weinig betekenis heeft. In de eerste plaats omdat de behoefte dan gebaseerd zou zijn op inkomen dat partijen slechts ten dele toekwam. In de tweede plaats omdat er geen of nauwelijks draagkracht is. De man heeft weliswaar niet met stukken onderbouwd dat hij geen inkomen meer kan genereren, waarmee hij (gedeeltelijk) in de behoefte van de vrouw en de kinderen kan voorzien, maar wel staat vast dat de schuldenlast zo hoog is, dat een schuldsaneringstraject onvermijdelijk lijkt. Datzelfde geldt voor de vrouw, die voor de helft van (het merendeel van) de schulden draagplichtig is. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank niet anders dan enkel de minimale bijdrage aan kinderalimentatie vaststellen van € 50,- per maand.

De verdeling van de huwelijksgemeenschap

Op het huwelijksregime van partijen is ingevolge het Haags Huwelijksvermogensverdrag Nederlands recht van toepassing. Partijen zijn in Nederland gehuwd, hebben in Nederland hun eerste huwelijksdomicilie en hebben de Nederlandse nationaliteit. Partijen hebben geen huwelijkse voorwaarden laten opstellen en zijn vóór 1 januari 2018 getrouwd. Dat betekent dat door het huwelijk van partijen een algehele gemeenschap van goederen is ontstaan.

De peildatum

Door de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding is die gemeenschap op 30 juli 2024 ontbonden. Dat betekent dat in beginsel alle goederen, die op die datum (de zogenoemde ‘peildatum omvang’) tot de huwelijksgemeenschap behoren, moeten worden verdeeld. Van de schulden die op de peildatum tot de huwelijksgemeenschap behoren moet worden vastgesteld wie onderling welke schuld of welk deel daarvan moet betalen (ook wel de ‘interne draagplicht’ genoemd).

Voor de waarde van de goederen geldt dat de rechtbank (in beginsel) kijkt naar de waarde die de goederen hebben op het moment van de feitelijke verdeling (de zogenoemde ‘peildatum waardering’), tenzij uit een overeenkomst tussen partijen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hiervan moet worden afgeweken.

De vrouw heeft verzocht om een bevel scheiding en deling. De man heeft inhoudelijke verzoeken gedaan met betrekking tot de huwelijksgoederengemeenschap, die neerkomen op een verzoek de wijze van verdeling te gelasten c.q. de huwelijksgoederengemeenschap te verdelen. Omdat het verzoek van de man verder strekt dan dat van de vrouw zal de rechtbank zijn verzoek behandelen en dat van de vrouw afwijzen.

De schade aan de inboedel

De man stelt dat de vrouw bij het verlaten van de woning schade heeft toegebracht aan de inboedel, en dat de vrouw die schade aan hem moet vergoeden. De rechtbank begrijpt het verzoek van de man zo dat hij stelt dat er sprake is van benadeling van de gemeenschap, waardoor de gemeenschap een vordering tot schadevergoeding op de vrouw heeft verkregen. De rechtbank zal dat verzoek van de man afwijzen. Gelet op de betwisting van de vrouw en het gebrek aan onderbouwing door de man, kan de rechtbank namelijk niet vaststellen wie de inboedel heeft vernield.

De saldi op de bankrekeningen

Partijen hebben afgesproken dat ieder van hen de saldi houdt van hun eigen bankrekeningen, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal overeenkomstig die afspraak beslissen.

De saldi op de bankrekeningen van de kinderen zijn geen onderdeel van de huwelijksgemeenschap en vallen dus buiten de verdeling. Voor zover de man daarover verzoeken heeft gedaan (hij wil inzicht in die rekeningen), verklaart de rechtbank de man niet-ontvankelijk, omdat een dergelijk verzoek onvoldoende verband houdt met de echtscheiding en overigens moet worden ingediend bij de kantonrechter.

De auto van het merk Mercedes met kenteken [kenteken 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is de Mercedes geen onderdeel van de te verdelen huwelijksgemeenschap, omdat de Mercedes eigendom is van een leasemaatschappij. De rechtbank kan daarover dus geen beslissing nemen.

Verder heeft de man aangegeven dat de Mercedes beschadigd is en naar de sloop moet, en dat er achterstallige leasetermijnen zijn. Het is niet duidelijk geworden hoe hoog de schuld aan de leasemaatschappij is. De rechtbank merkt daarover op dat enkel de man draagplichtig is voor de leasetermijnen die zijn ontstaan na de peildatum, omdat alleen de man de auto in zijn bezit had en voor de auto verantwoordelijk was.

De auto van het merk Volkswagen, type Golf, met kenteken [kenteken 2]

Partijen zijn het erover eens dat de Golf wordt toebedeeld aan de man, onder vergoeding van een bedrag van € 250,- aan de vrouw. De rechtbank zal overeenkomstig die afspraak beslissen.

De eenmanszaak [onderneming]

De man heeft een eenmanszaak. Hij heeft verzocht om de activa en passiva van de onderneming te verdelen en de onderneming aan hem toe te delen. Een eenmanszaak (als geheel) is echter niet voor verdeling vatbaar, waardoor de rechtbank dat verzoek zal afwijzen. Een eenmanszaak heeft geen zelfstandig afgescheiden vermogen. Dat betekent dat alle activa afzonderlijk moeten worden verdeeld en dat voor de passiva moet worden vastgesteld wie in de onderlinge verhouding daarvoor draagplichtig is. De man heeft echter onvoldoende concreet gesteld hoe dat zou moeten gebeuren. De enkele stelling dat de activa en passiva verdeeld moeten worden “in het licht van de overgelegde jaarrekeningen” is daarvoor onvoldoende. De rechtbank kan wel vaststellen dat er, naast zeer beperkte vorderingen en liquide middelen, op 31 augustus 2024 een negatief eigen vermogen is van € 8.293,-.

De schulden

De rechtbank zal bepalen dat ieder van partijen in hun onderlinge verhouding de helft van de schulden op de peildatum moet dragen. Voor zover een van partijen uiteindelijk meer dan de helft van de totale schuld zou hebben betaald, kan diegene dat meerdere verhalen op de ander. Het is voor de rechtbank niet mogelijk om de concrete schuldenlast van partijen vast te stellen. Daarvoor hebben partijen de rechtbank onvoldoende geïnformeerd. Naast de eerder genoemde (aanzienlijke) Belastingschuld gaat het in ieder geval om een huurschuld van de voormalige woning in Den Haag van € 8.348,35, een huurschuld van de woning in [plaats 1] van € 11.729,20 en schulden aan het CJIB, Univé en de gemeente. De schulden die zijn ontstaan na de peildatum door toedoen van de man komen voor zijn rekening. Dit laatste betreft in ieder geval de na de peildatum verschenen huurtermijnen van de woning in [plaats 1] en de na de peildatum verschenen leasetermijnen van de auto.

Uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing gedeeltelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. De uitvoerbaarheid bij voorraad geldt niet voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4. De beslissing

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [2011] in [plaats 2] ;

bepaalt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] bij de vrouw;

bepaalt dat er een zorgregeling geldt conform het plan van de betrokken instanties;

bepaalt dat de man met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand een bedrag van € 50,- per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] ;

bepaalt dat de man deze kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;

gelast de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap als volgt:

bepaalt dat ieder van partijen de saldi houdt van hun eigen bankrekeningen, zonder nadere verrekening;

bepaalt dat ieder van partijen in hun onderlinge verhouding ieder voor de helft draagplichtig is voor de schulden voor zover aanwezig op de peildatum;

stelt vast dat de man draagplichtig is voor alle schulden die door zijn toedoen na de peildatum van 30 juli 2024 zijn ontstaan, waaronder in ieder geval de na die datum verschuldigd geworden leasetermijnen van de Mercedes en huurtermijnen van de woning in [plaats 1] ;

bepaalt dat de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] wordt toebedeeld aan de man, en dat de man een bedrag van € 250,- aan de vrouw moet betalen;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor zover het de echtscheiding betreft;

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek over de saldi op de bankrekeningen van [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 3 (voornaam)] ;

wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.A.A.T. Engbers, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. L.A. Nettekoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.A. Nettekoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/33
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?