proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
8 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
De vereniging Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, de vereniging,
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bericht van de vereniging van 27 september 2024, dat zij aan het verzoek van eiser om een aantal blogs te verwijderen van de website [internetsite] , niet kan voldoen, omdat de website wordt beheerd door de Stichting Caribische Letteren.
De vereniging heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de vereniging: [persoon1] en [persoon2] en hun gemachtigde.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij de bestuursrechter kan een belanghebbende uitsluitend beroep instellen tegen een besluit afkomstig van een bestuursorgaan.
De rechtbank is van oordeel dat de vereniging Maatschappij der Nederlandse Letteren niet kan worden aangemerkt als een bestuursorgaan. Niet is gebleken dat de vereniging als privaatrechtelijke rechtspersoon is opgericht krachtens een wettelijk voorschrift voor de uitvoering van een overheidstaak. De vereniging voert haar activiteiten ook niet uit in het kader van een publieke taak. Dat de vereniging haar culturele activiteiten uitvoert in het belang van de maatschappij, betekent nog niet dat het gaat om een overheidstaak. De activiteiten van de vereniging worden ook niet door de overheid bekostigd.
Omdat tegen een beslissing die niet afkomstig is van een bestuursorgaan, geen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter, verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Eiser kan zich met deze zaak uitsluitend tot de burgerlijke rechter wenden.
3. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.