ECLI:NL:RBMNE:2025:6770

ECLI:NL:RBMNE:2025:6770, Rechtbank Midden-Nederland, 17-12-2025, UTR 25/6561 en UTR 25/4040

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer UTR 25/6561 en UTR 25/4040
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Mantelzorg. Urgentieverklaring. Het college heeft het juiste zoekprofiel toegepast. Wel vergeoding griffiereechten en procekosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 25/6561 (vovo) en UTR 25/4040 (beroep)

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 december 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. G.A. Verhoeven),

en

(gemachtigde: K. Demir).

1. Deze uitspraak gaat over een aan eiseres toegewezen aanvraag voor een urgentieverklaring op grond van mantelzorg. Eiseres is het niet eens met het vastgestelde zoekprofiel. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter de afwijzing van de aanvraag.

De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een juist zoekprofiel heeft vastgesteld. Eiseres krijgt daarin dus geen gelijk. Toch is het beroep gegrond, omdat het college onvoldoende proceskosten in de bezwaarprocedure heeft vergoed. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 1 augustus 2024 een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van mantelzorg. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 5 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank Midden-Nederland heeft bij uitspraak van 1 mei 2025 het beroep van eiseres gegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het college opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen.

3. Het college heeft op 28 mei 2025 een nieuw besluit genomen en eiseres urgentie verleend. Eiseres is het niet eens met het in het nieuwe besluit toegekende zoekprofiel en heeft beroep ingesteld. Eiseres heeft op 14 november 2025 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiseres daartegen.

Na afloop van de zitting en heeft de rechtbank op 27 november 2025 nog een brief met bijlagen van eiseres ontvangen. De rechtbank heeft daarin in geen aanleiding gezien het onderzoek ter zitting te heropenen en laat de inhoud van deze brief met bijlagen 0buiten beschouwing.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Het bestreden besluit

4. De moeder van eiseres (mantelzorgontvanger) is voor mantelzorg afhankelijk van eiseres. Het college heeft daarom met het nieuwe besluit van 28 mei 2025 op grond van artikel 28 in samenhang met artikel 33 van de Huisvestingsverordening urgentie verleend aan eiseres voor de duur van zes maanden, tot 2 december 2025. Op grond van artikel 42 van de Huisvestingsverordening (Hvv), heeft het college het volgende zoekprofiel vastgesteld: appartement vanaf de 1e verdieping (met of zonder lift) in de regio Utrecht, mits de woning niet meer dan vijf kilometer gelegen is van de woning van de mantelzorgontvanger.

Standpunt eiseres

5. Eiseres betoogt dat het door het college vastgestelde zoekprofiel onjuist is, omdat geen rekening is gehouden met de door eiseres aangevoerde medische beperkingen. Het college heeft ten onrechte geen sociaal-medisch advies daartoe laten opstellen. Dit terwijl eiseres daar uitdrukkelijk om gevraagd heeft met de berichten van 14 en 27 mei 2025, en vervolgens ook met het bericht van 30 mei 2024 nogmaals heeft gewezen op de medische beperkingen zoals naar voren gebracht in bezwaar. Het college heeft daar in de herleefde bezwaarprocedure niet op gereageerd. Het college is met het nieuwe besluit dan ook niet volledig aan het bezwaar van eiseres tegemoet gekomen en zij had daarom gehoord moeten worden.

6. Eisers voert verder aan dat dat zij in bezwaar nieuwe stukken had mogen indienen, maar dat niet van haar verwacht mag worden dat zij dat ongevraagd doet. Zeker niet nu eiseres verweerder uitdrukkelijk heeft gevraagd om een sociaal-medisch advies op te stellen en om haar op de hoogte te houden. Eiseres mag dan ook in redelijkheid in beroep nieuwe feiten en omstandigheden naar voren brengen, en haar kan niet tegengeworpen worden dat dit te laat is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

7. In bezwaar moet een bestuursorgaan de aangevoerde gronden ex-nunc toetsen. Voor de beoordeling van deze gronden van eiseres is daarom van belang welke omstandigheden in de bezwaarfase aan de orde waren en redelijkerwijs voor het college kenbaar hadden moeten zijn.

8. De voorzieningenrechter stelt hierover het volgende vast. In het verzoek om een urgentie is niets vermeld over medische problematiek van eiseres en wordt verzocht om een woning binnen een straal van 5 kilometer van de woning van de mantelzorgontvanger.

In bezwaar is aangevoerd dat eiseres beperkt is in traplopen en fietsen, omdat uit een brief van de huisarts naar voren komt dat eiseres klachten heeft in haar heup en uitstraling naar haar rechterbeen.

9. Eiseres verzoekt daarom om bij het verlenen de van urgentie rekening te houden met haar beperkingen in traplopen. Eiseres geeft verder aan dat volgens haar de urgentieverklaring gericht moet zijn op een passende woning op de begane grond of bereikbaar met een lift.

10. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat eiseres in voornoemde e-mail van 14 mei 2025 het college heeft gevraagd of het college nog iets van haar nodig heeft en heeft aangegeven dat zij graag op de hoogte wordt gehouden van de voortgang van de herleefde bezwaarprocedure. In voornoemde e-mail van 27 mei 2025 heeft eiseres verwezen naar de e-mail van 14 mei 2025 en heeft zij erop gewezen dat de urgentieverklaring een zoekprofiel moet bevatten dat passend is voor eiseres en dat in bezwaar bijvoorbeeld is gewezen op de beperkingen die eiseres heeft in het (trap)lopen.

11. Het is de voorzieningenrechter verder niet gebleken, en dat is ook niet gesteld, dat er in het eerste beroep van eiseres voorafgaand aan onderhavig bestreden besluit verdere klachten – anders dan vermoeidheidsklachten - zijn aangevoerd.

12. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het voorgaande dat eiseres voorafgaande aan het bestreden besluit alleen heeft aangevoerd een fysieke beperking te hebben in verband met haar heup en rechterbeen en daarom beperkt is met traplopen, dat zij heeft verzocht daar rekening mee te houden, van mening te zijn dat een woning op de begane grond gelegen moet zijn of bereikbaar moet zijn met een lift, en dat de woning binnen 5 km gelegen moet zijn.

13. Dit betekent dat er voor het college geen aanleiding was om andere klachten te veronderstellen naast de beperking voor traplopen.

14. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat het college met deze beperking bij het vaststellen van het zoekprofiel rekening heeft gehouden en daarmee dan ook volledig tegemoet is gekomen aan de aanvraag van eiseres en haar bezwaar. Er was daarom voor het college in bezwaar geen aanleiding voor het aanvragen van een sociaal-medisch advies en geen aanleiding voor het horen van eiseres.

15. De stelling van eiseres ter zitting dat zij in de vorige beroepsprocedure verzocht heeft om in het kader van de hardheidsclausule rekening te houden met de gevolgen van de twee aanslagen op de woning waar zij eerder verbleef, maakt dit niet anders. Daarin heeft het college ook geen aanleiding hoeven zien om een sociaal-medisch advies aan te vragen. Eiseres heeft immers in bezwaar noch in het eerdere beroep aangevoerd als gevolg van de explosies beperkingen te ondervinden waar bij het vaststellen van een zoekprofiel rekening mee gehouden zou moeten worden.

16. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat het sociaal-medisch advies dat eiseres samen met het verzoek om voorlopige voorziening in de procedure heeft gebracht van latere datum is dan het bestreden besluit. Ook voornoemde e-mail van 30 mei 2024 van eiseres (waarin overigens ook alleen aan klachten die haar beperken in het traplopen wordt gerefereerd) dateert van na het bestreden besluit. Het college heeft met de inhoud daarvan dan ook geen rekening kunnen houden. Dit advies en de inhoud van deze e-mail maakt het oordeel van de voorzieningenrechter dus niet anders. Dit betekent dat deze beroepsgronden van eiseres niet slagen en dat het college op basis van in ieder geval de toentertijd beschikbare informatie een juist zoekprofiel heeft vastgesteld.

17. Eiseres heeft verder aangevoerd dat het college met het gewijzigde bestreden besluit van 28 mei 2025 (het nieuwe besluit) weliswaar een proceskostenvergoeding heeft toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in bezwaar ter waarde van 1 punt, maar dat dit een vergoeding ter waarde van 2 punten dient te zijn in verband met de hoorzitting, en dat de kosten van informatieverstrekking door een deskundige in de bezwaarprocedure (de brief van de huisarts) ten onrechte niet zijn vergoed.

18. Op zitting heeft het college verklaard geen bezwaar te hebben tegen toekenning van deze kosten. Dit betekent dat deze beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

19. Gelet op wat is overwogen onder 18 is het beroep gegrond. De voorzieningenrechter zal daarom het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen voor zover dit de vergoeding van de kosten betreft. Voor het overige laat de voorzieningenrechter het nieuwe bestreden besluit geheel in stand, omdat het college wel het juiste zoekprofiel heeft toegepast.

20. Omdat er beslist is in de hoofdzaak en daarin is geconstateerd dat het college een juist zoekprofiel heeft vastgesteld, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

21. Omdat het beroep gegrond is moet het college de griffierechten aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 3 punten op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting). Die punten hebben een waarde van € 907,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 2.721,-.

22. De voorzieningenrechter ziet verder aanleiding om zelf in de zaak te voorzien wat betreft de vergoeding van de kosten in bezwaar als genoemd onder 17, omdat tussen partijen geen verschil van inzicht bestaat over de hoogte van de toekenning daarvan.

De voorzieningenrechter stelt het bedrag voor de hoorzitting vast volgens het Bpb. Toegekend wordt € 647,- (1 punt voor de hoorzitting in bezwaar). De voorzieningenrechter stelt de kosten van de deskundige vast volgens het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts). Toegekend wordt het verzochte bedrag van € 53,88.

23. De totale (proces)kostenvergoeding bedraagt daarmee € 3.421,88

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het nieuwe bestreden besluit voor zover het de kostenveroordeling betreft, en laat het besluit voor het overige in stand;

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

- draagt het college op het betaalde griffierechten van € 388,- (twee keer € 194,-) aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.421,88.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.

De voorzieningenrechter is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.M. Janssens-Kleijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?